Nézet-Séguin en Stotijn ontroeren in onaardse, intieme Mahler

Rot. Phil. Orkest o.l.v. Y. Nézet-Séguin. Mahler, Das Lied von der Erde. 18/12 Concertgebouw A’dam. ****

Het tekent het Rotterdams Philharmonisch Orkest dat ze gisteren in het Amsterdamse Concertgebouw Mahlers Das Lied von der Erde speelden. Alsof je op bezoek in andermans keuken diens specialiteit wilt overtreffen. Brutaal en moedig.

De Rotterdamse chef Yannick Nézet-Séguin kan zich die lef uitstekend veroorloven. Zijn greep en muzikaliteit zijn beide even krachtig, potent, subtiel en stuwend, wat in Brittens Four Sea Interludes leidde tot een gelaagde, rijk orgelende orkestklank. In de gelijkheid van de inzetten (hoorns, strijkers) kan het orkest zonder meer nog aan finesse winnen. Maar hun risicovolle, beetje branieachtige spel op het scherp van de snede heeft ook iets extreem vitaals en aantrekkelijks.

Het werd een in meer opzichten wonderlijke avond. Tenor Christian Elsner bleek met zijn heldere, heroïsche timbre een ontdekking, al gaf Nézet-Séguin in Mahlers Lied von der Erde (Trinklied vom Jammer der Erde) meteen zodanig gas dat zelfs Elsner totaal in de klankstormen verdronk.

Mezzosopraan Christianne Stotijn is sowieso eigenlijk meer een kamermusicienne. Waar zij zich moest opzwepen tot volle kracht leidde dat soms tot een te eenvormig (snel) vibrato of een wat kelig geluid. Maar wat gebeurde daar in het half uur durende slotlied Der Abschied? Nézet-Séguin en Stotijn bereikten hier een authentiek mahleriaanse staat van onaardse losgezongenheid. Door de sfeervolle orkestrale evocaties, de generale pauzes, maar zeker ook door Stotijns compromisloze inleving.

‘Volmaakt’? Nee, dat was het niet. Maar soms hoeft muziek niet volmaakt zijn om toch ongelooflijk intiem en ontroerend te kunnen zijn.