NAVO kijkt naar tactiek na 'Libië'

Na berichten over burgerslachtoffers bij de oorlog in Libië, overweegt de NAVO in de toekomst de tactiek op te geven waarbij enkele minuten na een eerste bombardement een tweede aanval op hetzelfde doel wordt uitgevoerd. Bij zo’n tweede aanval lopen burgers die slachtoffers van de eerste aanval komen helpen groot gevaar.

Volgens een NAVO-woordvoerder is dat „een valide punt om bij toekomstige operaties in overweging te nemen”. Hij reageerde daarmee dit weekeinde op een onderzoek van The New York Times naar burgerslachtoffers van de NAVO-operatie in Libië.

Het bondgenootschap heeft onderzoek naar ‘onbedoelde schade’ (collateral damage) grotendeels overgelaten aan de Libische autoriteiten. Maar The New York Times komt na uitgebreid onderzoek van de gevolgen van een aantal bombardementen tot de conclusie dat er zeker tientallen burgers zijn omgekomen. Dat aantal is relatief laag, maar het ligt gevoelig, omdat de NAVO steeds heeft volgehouden dat bescherming van de burgerbevolking haar voornaamste missie was.

De krant ontkent niet dat het bondgenootschap, zoals het steeds heeft gezegd, veel maatregelen nam om te voorkomen dat burgers slachtoffer werden van de bombardementen. Bij het overgrote merendeel van de aanvallen zouden de doelen geraakt zijn zonder burgers te doden.

Maar door fouten zijn ook burgers omgekomen en gewond geraakt. En slachtoffers en nabestaanden hebben geen vergoedingen gekregen, zoals de NAVO dat wel doet met burgerslachtoffers in Afghanistan.

De krant beschrijft onder meer hoe een huis in Tripoli werd getroffen, waar een bejaarde man met zijn dochter, schoonzoon en twee kleinkinderen woonde – van wie de laatste vier omkwamen. Alles wijst erop dat het een vergissing was, maar omdat de NAVO dat niet erkent, gaan buurtgenoten er nu ten onrechte van uit dat de familie doelwit was en wel voor Gaddafi gewerkt zal hebben.