Moreel kompas in alle tijden

In de sombere slotdecennia van de Koude Oorlog speelden gelouterde dissidenten een beslissende rol. Onder de groep dappere opposanten was de dichter/democraat/politicus Vaclav Havel (1936-2011) een van de meest principiële en doortastende persoonlijkheden. Zowel voor als na de val van de Berlijnse Muur in 1989 en van de Sovjet-Unie in 1991.

Er waren natuurlijk meer dissidenten die de communistische ‘leugen’ met de democratische waarheid confronteerden en zo het ‘reëel bestaande socialisme’ tussen Elbe en Amoer van een alternatief voorzagen. Sommigen, zoals de Russische kernfysicus Andrej Sacharov (1921-1989), waren lang een baken in de overgang van dictatuur naar democratie, maar mochten het laatste zetje niet meer meemaken. Anderen, zoals de Poolse vrije-vakbondsleider Lech Walesa (1943), bleken vooral goed met macht te kunnen omgaan of stortten zich, zoals de Tsjechische romancier Milan Kundera, weer op de literatuur. Maar er zijn weinig dissidenten geweest die in staat waren om persoonlijke principes om te zetten in praktische politiek.

Havel was daarvan de belichaming. Het lukte hem om in het verzet én aan de macht moedig te blijven. Sterker, de vernederingen die hij onderging tijdens het communistische regime, vooral na het neerslaan van de ‘Praagse Lente’ in 1968, sublimeerden niet in wraakgevoelens toen hij na de ‘Fluwelen Revolutie’ van 1989 ineens president werd van de republiek. Ook de splitsing van zijn land Tsjechoslowakije in 1992 wist Havel vreedzaam te begeleiden.

Nog tien jaar daarna diende hij Tsjechië als staatshoofd en als moreel kompas. Maar hij schroomde niet om de vetomacht te gebruiken waarmee zijn positie was bekleed. Kortom, hij keerde niet terug naar de intellectuele scepsis die de salons van Praag vaak kenmerken.

Is er dan helemaal geen kritische kanttekening bij Havel denkbaar? Welzeker. Eén van teleurstellende aspecten in zijn erfenis is de politieke cultuur die Tsjechië nu domineert. Tsjechië was het enige land dat na 1989 kon terugvallen op een burgerlijke democratische traditie van voor de Tweede Wereldoorlog. De verwachtingen waren hooggestemd, hoger dan in de Midden- en Oost-Europese naties.

De werkelijkheid bleek weerbarstiger. Anders dan bijvoorbeeld in Polen stagneert de politieke cultuur in Tsjechië. Dat Havel in 2003 als president werd opgevolgd door Vaclav Klaus, was daarvan een voorbeeld. In 1989 werkten ze nog samen, later werden ze antagonisten. Waar Klaus een cynicus werd, bleef Havel een Europeaan in het hart van het nieuwe verenigde Europa. Zijn visie wordt juist nu node gemist.

Het is geen toeval dat de homo universalis Havel inTsjechië maar ook daarbuiten inspiratiebron van democraten was. Vaclav Havel is hét bewijs dat macht en moraal niet altijd aparte categorieën hoeven te zijn.