'Lekker, discussie over toneel'

Twee Nederlandse toneelstukken spelen momenteel op Duitse grond. „Het is aangenaam om ergens te werken waar je je niet steeds hoeft te legitimeren.”

Twee totaal verschillende Nederlandse voorstellingen zijn sinds afgelopen weekend in Berlijn te zien. De één is een eigentijds relatiedrama, realistisch geschreven, naturel gespeeld. Een man, een vrouw en hun verdriet – meer niet. De ander is een groots koningsdrama uit 1591 over macht, liefde en verraad – gesitueerd in een grimmig cellencomplex, met beelden die doen denken aan Abu Ghraib.

Doek! van Maria Goos, vertaald als Der Letze Vorhang, ging er afgelopen week in première in het Renaissancetheater in de regie van Antoine Uitdehaag. Edward II van Christopher Marlowe, in regie van Ivo van Hove, volgde zaterdagavond in de Schaubühne am Lehniner Platz.

Bij Der letzte Vorhang kwam de Nederlandse ambassadeur op de première, de burgemeester van Berlijn en de Duitse minister van Financiën. „Theater leeft hier”, zegt Antoine Uitdehaag. „Mensen zijn er trots op, maken er goede sier mee – óók politici.” Dat is wel even een ander klimaat dan in Nederland. En dat dat lekker is, erkent Uitdehaag volmondig.

Ook Van Hove ziet zijn Duitse avontuur niet als een vlucht. Maar een verademing is het wel, om ergens te werken „waar je je niet continu bedreigd voelt. In Nederland zijn wij nu de elite, en worden we om die reden afgebrand. Dan is het aangenaam om ergens te werken waar je je niet steeds hoeft te legitimeren.”

Maar als Nederlandse maker in een ander land moet je weer met andere dingen rekening houden. Cultuurverschillen, achtergrond van de acteurs, verwachtingen van het publiek. Zo is Doek! in de Duitse versie een heel ander stuk geworden, zegt Uitdehaag. „Veel serieuzer.” In Nederland worden de hoofdrollen in Doek! vertolkt door Peter Blok en Loes Luca. En Loes Luca betekent: lachen. „Maar ik vond altijd al dat het tragischer was”, zegt Antoine Uitdehaag. „Voor mij ging het over een onmogelijke liefde. En de Duitse acteurs hadden dat gevoel ook meteen.”

Die acteurs, Suzanne von Borsody en Guntbert Warns, zouden niet meer van Blok en Luca kunnen verschillen. Von Borsody heeft een vermoeide gelaatsuitdrukking en een donkere stem. Warns, die een cynische alcoholicus speelt, heeft een veel hardere uitstraling dan Blok.

De acteurs spelen het stuk ernstiger, en het publiek neemt het ernstiger op, aldus Uitdehaag. „Duitsers zijn minder geneigd tot ironie. Terwijl ironie bij ons juist een handelsmerk is binnen de communicatie.”

Goos maakte zich eerder zorgen om de vorm. De personages veranderen steeds van rol, spelen scènes uit een toneelstuk, of zichzelf vroeger; zo springt het stuk van ‘werkelijkheid’ naar fictie en van heden naar verleden. Kleine ingrepen moeten dat duidelijk maken: zo verandert het licht bij een rolwisseling; ‘kijker let op!’ en staat de constructie voor de zekerheid ook uitgelegd in het programmaboekje.

Het wordt goed begrepen en gewaardeerd door het Duitse publiek. De kritieken waren lovend, en de publieksstroom is gestaag. Op de vrijdag na de première zit de zaal voor 70 procent vol; voornamelijk oudere, zichtbaar welgestelde heren en dames. Een man schrijft in het gastenboek: ‘Ganz grosses Theater! Vielen dank.’ Uitdehaag: „Het Duitse publiek is trouw. Cultuur maakt deel uit van hun ‘bildungsideaal’. Ze nemen het serieus.”

Volgens Van Hove betekent die betrokkenheid echter niet dat de Duitsers alles maar mooi vinden. „Integendeel: ze zijn kritisch en hun ongenoegen wordt luidkeels gecommuniceerd. Maar ook daardoor lééft het juist. En de kunst als geheel staat niet ter discussie.”

Van Hove ziet die toewijding als erfenis van het Duitse verleden. „Na WO II werd cultuur beschouwd als wapen tegen de barbarij. Dat gevoel is nog altijd diepgeworteld.”

Het zou best kunnen dat zijn Edward II niet unaniem lovend ontvangen wordt in Berlijn, denkt hij. „Het is een on-Duits stuk. Heel emotioneel.” Van Hove situeert Marlowes drama over Edward II, die zich verliest in homoseksuele liefde terwijl zijn land bedreigd wordt en een groepje edelen aast op zijn ondergang, in een gevangeniscomplex. De geliefde van Edward wordt gruwelijk anaal gemolesteerd met een stok – een daad die het publiek enkel op een videoscherm ziet. Visueel is Edward II sterk, maar ook confronterend. De associatie met Abu Ghraib is hardnekkig. Koning Edward eindigt naakt onder zijn brits, ineengedoken, uitgemergeld en besmeurd met zijn eigen uitwerpselen. De zaal was zaterdag doodstil; het applaus ingetogen. Vanochtend waren de eerste recensies onbarmhartig.

„In Duitsland is theater vaak óf heel realistisch, óf heel experimenteel”, zegt Van Hove. „En het is óf psychologisch, of politiek. Bij mij is het een mengeling van alles. Dat kan verwarrend zijn.” Met zijn acteurs, een ijzersterk ensemble van acht mannen, was dat geen probleem, zegt hij. „Je moet wennen aan elkaars werkwijze. Maar van een cultuurverschil heb ik daarbij niets gemerkt.”

Wel wist hij dat hij afwilde van de Duitse traditie van gedragen, sterk retorisch spel. „Ik wilde dat het spel geloofwaardig zou zijn, meer naturel.” Om zijn acteurs in de juiste stemming te krijgen, vertoonde hij de films Hunger en Un Prophète. „Daardoor hadden ze vrijwel meteen de rauwe toon en sfeer te pakken. Ik heb zelfs de retoriek wat terug moeten brengen. Het blijft wel een zestiende-eeuws koningsdrama.”

Inl. over ‘Der letzte Vorhang’ en ‘Edward II’ op schaubuehne.de

    • Herien Wensink