Kippenwelzijn behoort tot het religieus domein

Er zit een gat in de Grondwet. Een konijnenhol. Stap je daar per ongeluk in, dan val je net als Alice in Wonderland steil naar beneden, dieper en dieper, langs wanden met boekenplanken en kasten vol potten sinaasappeljam.

Kilometers diep val je, om uiteindelijk aan te komen in een wonderland waar alles anders is dan anders. Alle dingen zijn er ondersteboven, achterstevoren en binnenstebuiten. Het is in die wereld een en al herwaardering van alle waarden, zoals Nietzsche zou zeggen. Een morele tegenwereld. Dit wonderlijke konijnenhol treft u in de Grondwet aan ter hoogte van artikel zes. Er hangt een bordje boven. ‘Godsdienstvrijheid’.

Bovengronds gaat het intussen heel goed met alle waarden. Onze dorpskrant juicht dat het idealisme in Nederland bloeit. De Duitse krant Die Zeit toont deze week prominent op de voorpagina een foto van twee handen die een brood breken. Het bijbehorende artikel – ‘deel met mij!’ – gaat over de toenemende bereidheid van de consument zijn spullen te delen, uit te lenen en af te staan. En ik verdiepte me juist in het werk van De Zonnebloem, dat me leerde hoe groot het economisch en sociaal belang is van vrijwilligers.

Want je zou het soms haast vergeten, maar Nederland is een soort wereldleider in vrijwilligerswerk en het geven aan goede doelen. Deugden als compassie en betrouwbaarheid, onmisbaar in slechte tijden, zijn ruim voorhanden in onze samenleving. Nederland mag zich dan ook verheugen op een goede internationale positie als het gaat om sociaal kapitaal. En ook dat zou je soms haast vergeten, maar relatief veel van dat kapitaal wordt bijeengebracht door kerkelijken. En lageropgeleiden. Die hebben nogal eens de neiging hun waarden niet in de krant te zetten maar in de praktijk te brengen.

Maar ja, de notabelen. Die voeren onderwijl waardendiscussies, en die zijn vaak minder verheffend. Zo hadden we de laatste tijd een discussie die overal werd omschreven als een strijd tussen de voorstanders van dierenwelzijn en de voorstanders van godsdienstvrijheid. Een omschrijving die me alleen al een belediging leek voor de morele ernst van de burger. Alsof het vanzelfsprekend is dat die twee begrippen recht tegenover elkaar staan. Enfin, de strijd tussen de kampen brandde los, en in die strijd werd de godsdienstvrijheid weer eens naar voren geschoven als een vrijbrief om alles te negeren wat in de rest van het leven als moreel waardevol wordt gezien.

De Eerste Kamer sprak over een verbod op onverdoofd slachten en een meerderheid bleek tegenstander van zo’n verbod. Dat werd namelijk beschouwd als een ongerechtvaardigde beperking van de vrijheid van godsdienst. In het verslag op de website van de Eerste Kamer las ik dat vooral de christelijke fracties de godsdienstvrijheid centraal hadden gesteld in het debat. „Senator Holdijk (SGP) zei dat het de voorstanders van een verbod lijkt te ontbreken aan inschattingsvermogen wat een verbod in religieus opzicht voor moslims en joden betekent. ‘Velen lijken zich beter te kunnen inleven in het bestaan van een kip dan in dat van een gelovige’, betoogde Holdijk.”

Nu is de godsdienstvrijheid mij innig dierbaar, maar deze opmerking sloeg me met morele verbijstering. De religieuze denkers maken met hun beroep op godsdienstvrijheid langzamerhand vooral antireclame voor de morele praktijk van hun geloof. Want het gaat toch niet om de keuze tussen een kip en een gelovige? Het welzijn van de kip behoort juist tot het domein van het geloof; het vormt niet, zoals senator Holdijk suggereert, een bedreiging voor het geloof.

Want het mag zo zijn dat iedere godsdienst zijn eigen leefregels stelt, toch ontslaat geen God de mens van de plicht morele afwegingen te maken. En die aan anderen uit te leggen. Een godsdienst is niet alleen een geloofssysteem, maar ook een ethisch systeem, en dierenwelzijn is daarin een waarde die alle gelovigen serieus dienen te nemen. Jawel, je kunt je juridische vrijheid claimen. Maar vrij zijn om te geloven houdt niet in dat je een morele discussie aan de kant kunt schuiven.

Toch zie je onder religieuze denkers een aanhoudende, expliciete onwil om andere waarden dan de eigen vrijheid überhaupt als waarden te erkennen. En zo maken ze van godsdienstvrijheid inderdaad een konijnenhol in de Grondwet. Stap je door dat hol, dan staat de moraal opeens op zijn kop. Dierenwelzijn? Pfff. Het non-discriminatiebeginsel? Irrelevant. De rechtsstaat? Geen boodschap aan. Alsof alles is toegestaan als je gelooft. ‘Wat wil je voor je verjaardag, Marietje?’ ‘Ik wil godsdienstvrijheid.’ ‘Waarom wil je godsdienstvrijheid?’ ‘Nou, dat is leuk. Je kunt er mee beledigen, je kunt er dieren mee pijnigen, mensen hun grondrechten afpakken en je hoeft van de regering als ambtenaar je werk niet meer te doen.’

Met de samenleving gaat het wel goed. De idealen bloeien en de waarden floreren. Het zou mooi zijn als ook in het intellectuele debat het besef doordringt dat grondrechten er niet voor zijn bedoeld om de ethiek af te schaffen.

    • Marjolijn Februari