Je bent 65, dan is de vrije tijd schaars

De Van Oostens zijn met pensioen, maar hebben het razend druk. Hun vrije tijd zit vol met bestuursfuncties, reizen, actievoeren en hobby’s. Hun zoon: „Ik denk: doe eens iets minder.”

Nederland, Koudekerke, 11-12-11 De familie van Oosten. © Foto Merlin Daleman

Sinterklaas vierden ze dit jaar op 10 december. Eerder was er geen tijd om samen te komen. De familie Van Oosten heeft het druk.

Dit verhaal gaat over de vrije tijd van babyboomers Tineke (63) en Henk van Oosten (68), allebei gepensioneerd. En de vrije tijd van hun kinderen Vivian (35) en Joris (32).

Van een ding hebben ze geen van allen last: ledigheid.

Tineke en Henk hebben het druk omdat het kan. Ze zitten in het bestuur van een bewonersorganisatie, een serviceflat en een zomerhuizenpark (Henk), ze zitten in een leesclub (Henk en Tineke), ze zijn lid van de Lionsclub (Henk) en van Zonta, serviceclub voor vrouwen in leidinggevende functies (Tineke). Ze protesteren tegen verlaging van het grondwater in hun wijk (Tineke) en tegen hoogbouwplannen achter hun huis (allebei). Ze tennissen twee keer in de week (Tineke), doen aan zumba, fitness op muziek (Tineke). Ze werken in de tuin en ook in de tuin van hun vakantiehuisje in Zeeland (allebei). Ze wandelen, fietsen en zeilen veel (allebei) en maken verre reizen (allebei). Ze willen graag op hun kleinzoon passen (beiden) maar dan moet daar wel een afspraak voor gemaakt worden.

Vivian en Joris hebben minder vrije tijd. Ze werken allebei. Joris is een jaar geleden een makelaarskantoor begonnen – J.J. van Oosten Makelaardij – en maakt dagen van veertien of zestien uur. Hij woont met zijn vriendin in Rotterdam. Vivian werkt vier dagen als moleculair bioloog bij plantenveredelingsbedrijf Monsanto in Wageningen, woont in die plaats samen met haar man en heeft een zoontje van een half jaar.

Henk en Tineke wonen sinds 1989 in een mooi, groot huis in de Rotterdamse wijk Hillegersberg. Hun kinderen woonden er sinds hun tiende en twaalfde. Daarvoor woonden ze in Zeeland, waar Henk adjunct-directeur was van een proefstation voor fruitteelt. Tineke werkte bij een bureau als landschapsarchitect.

De verbouwing van hun huis is bijna afgerond. Gelukkig, zegt Henk, want die kostte te veel tijd en energie. Ze moesten er bovenop zitten. Ze zijn tevreden. Ze laten de ruime uitbouw zien met veel glas, op de plek waar vroeger de garage stond. Nu is het een tuin- en vergaderkamer, maar als de tijd komt dat ze de trap niet meer opkunnen, dan wordt de uitbouw hun slaapkamer. Met een eigen douche. In een bejaardentehuis willen ze nooit, hooguit als bezoekers.

Zoon Joris zit op de zwartleren bank, Henk schenkt koffie in. Joris heeft een uurtje de tijd. Ondanks de ingezakte huizenmarkt, loopt zijn eenmanskantoor goed.

Joris zit naast het makelaarswerk in allerlei commissies en clubjes. Hij is lid van de Ronde Tafel, een soort Lionsclub voor mannen van 28 tot 40 jaar. Ze doen eens per jaar een sociaal project, verder is het vooral gezellig. Hij zit in de lustrumcommissie van de golfclub. Tijd om zelf veel te golfen heeft hij niet. Dat vindt hij jammer. En hij gaat graag een weekendje naar het buitenland met vrienden. Ze missen geen enkel EK voetbal.

Vivian reisde in haar vorige baan de hele wereld over. En in haar vrije tijd reisde ze ook, die liefde kreeg ze van huis uit mee. Ze heeft sinds twee jaar een baan als onderzoeker, kantoor is vlakbij. Ze heeft een weekend van drie dagen.

Nu met een baby („een heerlijk mannetje”) moet ze wennen aan een minder spectaculair leven. Verre reizen kunnen niet, ook de tijd om met vriendinnen de stad in te gaan, of om museum of theater te bezoeken, is minder geworden. „Als je thuiskomt, draait het vooral om de baby.” Ze doet wel aan dansimprovisatie. „Ik ben altijd erg bezig in mijn hoofd, in mijn vrije tijd moet ik juist níét denken.”

Kinderen zouden in Joris’ huidige leven niet passen, zegt hij. „Maar als er kinderen komen, dan pas je je leven aan.”

Zijn ouders moedigden hem aan toen hij een bedrijf wilde beginnen, ondanks de slappe tijden. „Als het je nu lukt, kan het daarna alleen maar beter gaan”, redeneerde zijn moeder. „Jongen, ga er voor”, zei Henk. Hij ging er voor, en vrije tijd werd schaars.

Henk moest rond die tijd juist wennen aan de ruimte in zijn agenda. Hij heeft in die tijd zelfs de hele Ulysses van Joyce gelezen voor de leesclub (de anderen hoefden maar één hoofdstuk). Maar zijn leven liep pijlsnel vol. Hij werd gevraagd voor verschillende besturen. „En dan stop ik er veel energie in. Iets half doen, zit niet in mijn genen.”

Haar ouders zetten zich op allerlei manieren in voor de maatschappij, zegt dochter Vivian. „Vroeger ook naast hun werk. Ze hebben hun eigen dingen, maar werken ook vaak samen. Als mijn moeder zich ergens in vast heeft gebeten, helpt mijn vader, maar gunt hij haar de leiding. En andersom ook. Ze zijn enorm geëngageerd. Ik denk wel eens: zouden ze dat ook van mij verwachten?”

Nee, zeggen Henk en Tineke. Ze zien wel het verschil. „Wij waren activistischer”, zegt Henk. „Op maatschappelijk gebied dan.” Tineke dacht mee over de stormvloedkering voor de Oosterschelde, zodat afsluiting niet nodig zou zijn. Henk zat in een comité tegen de kerncentrale in Borssele. „In alle dorpen ging ik langs de deuren, met zulke bakkebaarden.” Hij houdt zijn handen ter hoogte van zijn schouders. „Maar wel met stropdas.”

Tineke: „Als je ergens van houdt, dan ga je ervoor.”

Henk: „Dat had ook te maken met de jaren zestig. We wilden alles anders, ons onderscheiden.”

Joris: „Ik heb er respect voor. Maar ik denk ook wel, doe eens iets minder.”

Tineke: „De huidige generatie heeft dat activistische minder.”

Joris: „Dat heb ik niet overgenomen.”

Tineke: „Mensen zijn individualistischer geworden.”

Henk: „Dat merk ik als ik mensen probeer te verzamelen om zich in te zetten voor de wijk. ‘Het is toch mooi hier, en groen’, zeggen ze. Maar ik wil eraan bijdragen dat het zo blijft!”

Tineke: „Er zijn altijd een paar die het trekken.”

Henk: „Wij zaten in de opbouwfase van natuur en milieubeleid en ruimtelijke ordening. Dit lijkt een afbraakfase.”

In die opbouwfase voerden ze niet alleen actie. Ze gingen ook vaak op reis. Ze zeilden met de kinderen langs de Nederlandse en Belgische kust, later Griekenland, Kroatië en Corsica. In 1989 bezochten ze met z’n vieren Kenia en Tanzania. „Dat was toen bijzonder.”

Tineke: „In een schoolvakantie, en dan nog een week extra. Ik vond die reizen belangrijker dan dat weekje school.”

Nog steeds nodigen ze hun kinderen (inmiddels met partners) uit voor een gezamenlijke vakantie. Naar Madeira, de Azoren, Costa Rica.

Nu reizen ze weer veel samen. Spitsbergen en een ‘Atlantic Odyssee’, een zwerftocht langs alle eilanden in de Atlantische oceaan. Hoogtepunt was een reis naar de Zuidpool. Binnenkort staat Groenland op de agenda. Ze fietsen ook wekenlang langs de Rijn en de Moezel.

Ze hebben gewerkt en hebben een goed pensioen. „We leven zuinig”, zegt Henk. „Ik ben een echte Zeeuw”.

Tineke: „Ondanks de economische voorspoed hadden we allebei het gevoel: dit kan niet eeuwig doorgaan.”

Voor de kinderen hebben ze gespaard sinds die in de wieg lagen.

    • Sheila Kamerman