Iran blij met vertrek VS uit Irak

De invasie in Irak heeft niet, zoals beloofd, democratie in de regio gebracht. Amerika is weinig opgeschoten met de oorlog, is de conclusie bij het vertrek van de laatste troepen.

Al met al heeft de oorlog in Irak de Verenigde Staten ruim een biljoen (duizend miljard) dollar gekost, zei president Obama vorige week tegen een televisiestation in Virginia. Voor dat bedrag is in 2003 de grote mensenrechtenschender en agressor Saddam Hussein verwijderd. Maar Amerika zelf is er verder weinig mee opgeschoten.

Irak heeft zich bepaald niet ontwikkeld tot de democratie met een aanstekelijke uitwerking over de hele regio, die het volgens de plannen van de toenmalige Amerikaanse regering had zullen worden. Het tegendeel eerder. Arabische leiders gebruikten het zich opstapelend geweld in Irak als argument om juist niet de teugels te laten vieren.

Voor een aanzet tot democratie moesten de Midden-Oosterse burgers tot dit jaar wachten, op de zelfverbranding van Mohammed Bouazizi in Tunesië. Ook in Irak, waar de tiran al was verwijderd, zijn betogers dit jaar de straat opgegaan om te protesteren tegen hun regime. En die werden de afgelopen maanden niet veel zachtzinniger dan vroeger naar huis geslagen.

„We hebben er een heleboel bloed vergoten – 4.500 levens, 30.000 gewonden”, berekende de Amerikaanse minister van Defensie Panetta de kosten van de oorlog in een andere rekeneenheid. „Maar de missie om dat land soeverein en onafhankelijk te maken is volbracht.”

Inderdaad, onafhankelijk is Irak. Nu dit weekeinde na bijna negen jaar alle Amerikaanse militairen zijn vertrokken, laten zij geen dependance achter. Er is geen vredesverdrag met Israël, zoals destijds wel de bedoeling was. President Bush wilde grote, permanente bases in Irak. In plaats daarvan heeft het Iraakse regime de Amerikaanse terugtrekking afgedwongen en is Amerika’s en Israëls grote vijand Iran de nieuwe vriend.

Toen premier Nouri al-Maliki vorige week in Washington was, wilde hij niet meegaan met Obama in een veroordeling van de Syrische president Assad. Obama sprak van „tactische meningsverschillen, gebaseerd op wat het beste is voor Irak, niet op overwegingen van wat Irán zou willen zien”. Maar zijn Republikeinse tegenstanders beschuldigen Obama ervan Iran te hebben laten „winnen”.

Was deze uitkomst onvermijdelijk? In elk geval moeilijk te vermijden, voor wie koste wat het kost van Saddam Hussein afwilde. Saddam diende na de islamitische revolutie in Iran in 1979 als bolwerk voor het Westen tegen de revolutionaire stoottroepen van ayatollah Khomeiny. De Verenigde Staten, Frankrijk en Groot-Brittannië steunden hem in de oorlog tegen Iran met militaire informatie en wapens, in de hoop dat hij het shi’itische regime ten val kon brengen.

Acht jaar vechten later kwam Saddam verzwakt uit die oorlog, en hij verzwakte verder door de verloren oorlog om Koeweit en door twaalf jaar handelssancties, tot zijn omverwerping in 2003. Maar met hem had het Iraanse regime nooit zaken kunnen doen, daarvoor waren de wonden van de oorlog te diep.

Wat de huidige uitkomst in de hand werkte: de Amerikaanse bezettingsautoriteiten besloten na de invasie de macht in Irak naar rato over de verschillende etnische en religieuze gemeenschappen te verdelen. Door de invoering van dit sektarische systeem gaven de Amerikanen Irak in feite aan de shi’ieten. Zij maken globaal zo’n 60 procent van de bevolking uit; de sunnieten en de Koerden elk 20 procent. De sunnieten staan kwaad aan de kant, boetedoend voor hun machtspositie onder Saddam, en de Koerden concentreren zich op hun autonome regio in het noorden. De centrale regering in Bagdad is shi’itisch.

Het is niet zo dat shi’ieten onder alle omstandigheden één lijn trekken. Maar veel van de huidige shi’itische leiders, met inbegrip van premier Maliki, hebben onder Saddam jaren in ballingschap in Iran geleefd. Men kent elkaar.

Ga naar de stad Najaf, waar de heilige Imam Ali-moskee staat. Sinds de val van Saddam bezoeken elk jaar miljoenen Iraanse pelgrims de stad. Ze komen er niet alleen om hun religieuze plichten te vervullen, maar ook om inkopen te doen: het is er goedkoper dan thuis. Ze slapen er, ze eten er en ze zijn big business.

Maar Iran levert ook dringend noodzakelijke elektriciteit en zojuist is een akkoord gesloten waaronder Iran gas gaat leveren aan Irak en van daaruit naar Syrië en Libanon. Iraanse bedrijven bouwen in Irak. De totale handel tussen Iran en Irak bedraagt nu rond de 6 miljard dollar per jaar, en het Iraanse streven is zo snel mogelijk naar 10 miljard te klimmen en dan verder.

Die economische belangen worden verdedigd door de politieke vrienden: Maliki, die weet dat hij zijn premierschap te danken heeft aan de steun van een andere vriend van Iran, de sterk anti-Amerikaanse geestelijke Muqtada Sadr. Sadrs militie, het Leger van de Mahdi, is in de slaapstand gezet. Maar iedereen weet dat deze en andere pro-Iraanse strijdgroepen op elk moment kunnen worden gemobiliseerd. Er zijn wapens te over, en er is een lange, poreuze grens waarover nog meer wapens binnengesmokkeld kunnen worden.

De Iraanse opperste leider, ayatollah Khamenei, verwelkomde de bekendmaking van de Amerikaanse terugtrekking eind oktober als een „gouden overwinning”. Tekenend voor de nieuwe regionale verhoudingen was dat hij deze uitspraak deed in het gezelschap van de Iraaks-Koerdische president, Masoud Barzani. Ook de Koerden zijn kind aan huis in Iran.

Washingtons bondgenoten in de regio, de Arabische Golfstaten, zien het Amerikaanse vertrek met lede ogen aan. Saddam was een gevaar, maar het shi’itische bewind in Bagdad hebben deze sunnitische leiders nooit als een verbetering gezien. Integendeel. De sunnitisch-extremistische terreur werd (en volgens sommigen wordt) gesteund vanuit Saoedi-Arabië, en het Saoedische bewind heeft zich in elk geval nooit erg hard ingespannen de stroom geld en manschappen in te dammen. De Golfstaten zijn er dit jaar in geslaagd uitstel te bewerkstellingen van de Arabische top die Irak zo graag wilde organiseren. Saoedi-Arabië heeft onder Amerikaanse druk wel weer diplomatieke betrekkingen aangeknoopt, maar weigert de ambassade te openen.

Het Amerikaanse leger is weg, maar een enorme ambassade blijft achter, met 16.000 employés, van wie 5.000 man bewakingspersoneel. Er is een budget van 6 miljard dollar. Maar Amerika’s tijd is voorbij.