Het gevecht tussen zwarte en Canadese populier

De brandnetel doet het goed in verstedelijkt Nederland. Dat blijkt uit de Nieuwe Atlas van de Nederlandse flora waarin de locaties van vele plantensoorten in Nederland te vinden zijn.

Waar in Nederland kun je nog het rozenkransje vinden? Dat mooi roze bloeiend plantje dat eeuwenlang zo algemeen was in droge heides en duingraslanden en nu bijna nergens meer is te vinden. En hoe is het afgelopen vijftig jaar gegaan met de inheemse zwarte populier, die nu bijna verdrongen is door de Canadese populier? En met ronde zonnedauw, dat vleesetend plantje waar je soms nog een half opgegeten vliegje in kon terug vinden?

In de Nieuwe Atlas van de Nederlandse flora is van deze en nog 1.500 andere plantensoorten te vinden waar ze in Nederland voorkwamen tussen 1900 en 2004. De kaarten zijn gebaseerd op bijna 11 miljoen waarnemingen van enkele duizenden vrijwilligers en professionals. Vandaag wordt deze atlas gepresenteerd op het jaarlijkse congres van Stichting Floron, die alle waarnemingen verwerkt.

Even doorbladeren maakt snel duidelijk welke soorten floreren in het verstedelijkte Nederland: braam, brandnetel, zevenblad, straatgras, Canadese fijnstraal, haagwinde. Dat zijn de soorten met veel zwart op de kaart. Ze houden van meststoffen. Ze houden van droogte, betreding en omwoeling door de mens, van steen en van warmte. Ook is snel te zien welke soorten hulp behoeven: op hun kaart zijn nog maar een paar zwarte stipjes te zien. Het zijn de soorten die van natte gronden houden (ronde zonnedauw), van bepaalde elementen (zinkviooltje in Zuid Limburg), van arme bodems en van openheid.

Dit artikel werd gepubliceerd in NRC Handelsblad op Zaterdag 17 december 2011, pagina 10 - 11. Abonnees kunnen het hele artikel van Marianne Heselmans hier lezen.

    • Een onzer medewerkers