Fijnzinnige intellectueel werd het gezicht van de Fluwelen Revolutie

De Tsjechische schrijver-dissident-president Václav Havel zag aan het eind van zijn leven hoe het ‘Tsjechische gedoe’ dat hij altijd heeft bestreden weer de overhand kreeg.

Vaclav Havel (R) hugs former Czech leader Alexander Dubcek upon learning that the entire Czech government has resigned in Prague in this November 24, 1989 file photo. Havel, a dissident playwright who was jailed by Communists and then went on to lead the bloodless "Velvet Revolution" and become Czech president, died at 75 on December 18, 2011. BEST QUALITY AVAILABLE REUTERS/Petar Kujundzic/Files (POLITICS OBITUARY) Reuters

‘Niemand heeft zich zo bekommerd om onze vrijheid en democratie als Václav Havel’, schreef het Tsjechische opinieweekblad Respekt op zijn website, toen het nieuws van Havels dood gisteren bekend werd. Het blad maakte een diepe buiging naar de Tsjechische schrijver-dissident-president, het gezicht van de Fluwelen Revolutie, die eind 1989 een einde maakte aan meer dan veertig jaar communistische dictatuur. En die een visie uitdroeg over Europa die de grenzen van het kleine Tsjechië ver overschreden.

Havel was een paar uur eerder in zijn buitenhuisje in Hradacek overleden aan de gevolgen van zijn zoveelste longontsteking, 75 jaar oud. Ver van de Tsjechische politiek. De laatste keer dat hij naar de Tsjechische hoofdstad Praag reisde was om de dalai lama te ontmoeten, een week voor zijn dood.

Mensenrechten verdwijnen wereldwijd van de politieke agenda, maar dissidenten in Tibet, Birma, Cuba, Wit-Rusland en Rusland konden – letterlijk tot zijn laatste adem – rekenen op de Tsjechische oud-president, die zijn geweten altijd voorop stelde. „Hij wist wanneer hij moest opstaan”, schreef weekblad Respekt.

Toneelschrijver Václav Havel was de eerste om te onderkennen dat zijn leven op een absurdistisch stuk leek dat hij zelf had kunnen schrijven. Niet alleen in zijn strijd tegen de sovjetdictatuur maar ook tegen de Tsjechische kleinburgerlijkheid. Cecháckovství, ‘Tsjechisch gedoe’, zoals hij dat noemde.

De fijnzinnige intellectueel Václav Havel is ver boven dat Tsjechisch gedoe uitgestegen en heeft een bepalende rol gespeeld in de architectuur van Europa na de val van de Muur. In 1990 leidde hij zijn land uit het Warschau-pact, de militaire alliantie van het Oostblok. In 1999 werd Tsjechië samen met Polen en Hongarije lid van de NAVO. In mei 2004 volgde het lidmaatschap van de Europese Unie.

In zijn autobiografie To the Castle and back (Knopf, 2007) vraagt Havel zich verwonderd en met Tsjechische ironie, af hoe hij in zijn eigen toneelstuk is beland. Hoe hij in de rol van president verzeild is geraakt? „Soms denk ik dat ik droom en dat ik straks wakker word als soldaat in 1958, in de kazerne van Ceské Budejovice. Dat er alarm is en dat ik dan – ik heb zoals bekend geen enkel gevoel voor evenwicht – in de ochtendspits, op een fiets zonder rubberbanden, in volle bepakking, met machinegeweer en gasmasker, en een kist munitie, een of andere officieer in zijn flat moet gaan wekken zodat die zich aan het hoofd kan stellen van ons armzalige regiment en ons naar de westgrens kan leiden in een oefening om de communistische wereld te verdedigen tegen de NAVO.”

Václav Havel wordt geboren op 5 oktober 1936, in een welgestelde, intellectuele familie in Praag, de hoofdstad van de jonge republiek Tsjechoslowakije die na de Eerste Wereldoorlog was voortgekomen uit het Habsburgse Rijk. Zijn vader is projectontwikkelaar. Als hij in 1951 van school komt zijn de communisten aan de macht en mag hij vanwege zijn burgerlijke achtergrond niet studeren. Na zijn diensttijd gaat Havel als toneelknecht aan de slag in een theater en begint hij aan een correspondentiecursus toneel. Zijn eerste stuk (Het Tuinfeest) wordt in 1963 opgevoerd.

Na de Praagse Lente en de gewelddadige reactie van Moskou op deze poging tot democratisering van het communisme in 1968, mag Havel niet meer worden opgevoerd. Samen met zijn vrouw Olga verzet hij zich tegen de politieke onderdrukking die volgt, met brieven en verklaringen. Het is de tijd van de zogeheten ‘normalisatie’.

In 1977 is Havel een van de grondleggers van Charta ’77, de Tsjechoslowaakse dissidentenbeweging die strijdt tegen totalitaire onderdrukking en schending van mensenrechten. Havel wordt woordvoerder. In 1979 wordt hij voor het eerst opgepakt. In totaal brengt hij vijf jaar van zijn leven achter de tralies door wegens dissidente activiteiten.

In zijn beroemd geworden Brieven aan Olga beschrijft hij het leven in de gevangenis en maakt minutieuze analyses van hoe macht werkt. Hier ontwikkelt hij zijn visie op een vrije, democratische samenleving. Alles wat hij in zijn latere leven zal zeggen over onderwerpen als burger, staat en macht, brengt hij hier al onder woorden.

Tien jaar later, op 21 november 1989 verschijnt Havel voor meer dan honderdduizend demonstranten op het Wenceslas-plein in Praag. Verlegen en bijna mompelend vertelt hij, met zijn kenmerkende monotone stemgeluid, dat de nog altijd verboden oppositie een politieke beweging heeft opgericht, het Burgerforum. Het is een historisch moment. De Fluwelen Revolutie is begonnen. Dissidenten, acteurs en studenten voeren het protest aan tegen de communistische overheersing. Drommen arbeiders sluiten zich aan. In Berlijn is de muur een paar weken eerder gevallen. Ook in Polen en Hongarije hebben de communisten de alleenheerschappij moeten opgeven. Tsjechoslowakije is een van de laatste bolwerken, maar het wankelt. De grote vraag is of de communistische partij opnieuw hard zal ingrijpen.

Maar de communisten blijken uitgespeeld. „Havel, Havel”, roept een handjevol demonstranten. „Havel, Havel”, neemt de massa over. De revolutie is niet meer te stoppen. De communisten vertrekken zonder slag of stoot. Op het plein is nog geen struikje geknakt. Dissident en toneelschrijver Havel is de morele overwinnaar. Nog voor het einde van het jaar wordt hij, als kandidaat van het Burgerforum, door het federale parlement van Tsjechoslowakije tot president gekozen. Hij belooft vrije verkiezingen en een half jaar later kiest een nieuw parlement hem opnieuw als president.

Havel probeert probeert een eigen, intellectuele draai aan zijn zojuist begonnen politieke carrière te geven. Op de statige Praagse Burcht, de zetel van de president, neemt een bonte stoet alternatievelingen in spijkerbroeken en met ringetjes in het oor zijn intrek. Frank Zappa, Mick Jagger en Joan Baez treden er op.

In 1992 begint Slowakije zich te roeren. De Slowaken voelen zich achtergesteld binnen de Tsjechoslowaakse federatie. Twee opkomende politici ruiken hun kans: premier Václav Klaus van Tsjechië en premier Vladimír Meciar van Slowakije gooien het op een akkoordje en de federatie wordt op 1 januari 1993 gesplitst. Klaus bouwt een stevige machtsbasis op het nieuwe wild-west kapitalisme in Tsjechië, Meciar zoekt zijn heil in nationalisme en keert zich van de wereld af. Havel wordt in januari 1993 voor de derde keer president, nu van de onafhankelijke Tsjechische Republiek.

Voor de intellectueel op de Burcht breekt een moeilijke periode aan. Hij ziet Tsjechië verworden tot een materialistische, oppervlakkige markteconomie, maar als ‘ceremonieel’ president kan hij weinig doen. Hij moet toezien hoe de gewiekste politicus Klaus de Tsjechische kleinburgerlijkheid bespeelt en zijn machtsbasis vergroot. Er ontstaat een strijd tussen de twee Václavs: de intolerante, agressieve, populistische premier Klaus tegenover de intellectuele, bevlogen maar ook aarzelende en steeds minder vitale president Havel.

In 1997 wordt bij de president kanker vastgesteld. Zijn rol lijkt uitgespeeld als hij een zware longoperatie moet ondergaan. Praag gonst van de boosaardige roddels. Over de president, over zijn nieuwe vrouw, de actrice Dagmar Veskrnova – Olga was een jaar eerder zelf aan kanker overleden – en over politieke schandalen.

In 1998 begint Havel, ernstig ziek, aan zijn laatste termijn. Hij weigert op te geven totdat het nieuwe Europa vorm heeft gekregen en hij zeker weet dat zijn land, en het hele voormalig Oostblok, stevig is ingebed in de Europese Unie en de NAVO. Dat heeft hij ruimschoots gehaald. Eind 2002 is Havel in zijn eigen Praag de trotse voorzitter van de eerste NAVO-top achter het voormalige IJzeren Gordijn. Op 2 februari 2003 legt hij het presidentschap neer. Klaus, zijn grote tegenspeler volgt hem op. Vanaf de Burcht gaat een anti-Europese wind waaien. ‘Tsjechisch gedoe’ krijgt de overhand.

Havel trekt zich terug in zijn buitenhuis. In 2007 publiceert hij, na 18 jaar, weer een toneelstuk: Het Vertrek, het verhaal van een kanselier die de macht moet opgeven en zijn wereld uiteen ziet vallen. Met nog altijd ironische pen schildert Havel een reeks personages die opvallende overeenkomsten vertonen met personages uit zijn eigen, historische politieke leven.

In datzelfde buitenhuis is hij zondag in alle vroegte overleden.

Renée Postma