Dolende zielen, nergens thuis

Statelozen bestaan niet voor de wet, maar hebben toch rechten.

Die krijgen ze in Nederland niet, stellen de VN.

21-12-2004- Groningen. Afdeling burgerzaken van de Gemeente Groningen. Aanvraag identiteitsbewijs. Foto: Sake Elzinga

Er zijn mensen die door geen enkele staat als onderdaan worden beschouwd. Deze statelozen zijn nergens welkom. Ze mogen niet bestaan.

Vijftig jaar geleden stelden de Verenigde Naties een verdrag op ‘tot beperking der staatloosheid’ dat Nederland mede ondertekende. Naar aanleiding van de verjaardag van dit verdrag liet de UNHCR, de vluchtelingenorganisatie van de VN, onderzoek doen naar statelozen in Nederland. De bescherming van statelozen is zorgwekkend, is de belangrijkste conclusie, die vrijdag gepresenteerd werd. Nederland heeft geen procedure om vast te stellen of iemand stateloos is. Statelozen krijgen daarom niet de rechten die hen toekomen.

Statelozen zijn mensen. Ze ademen. Ze denken. Maar volgens de wet bestaan ze niet. Ze hebben geen papieren om hun herkomst aan te tonen. Alleen persoonsbewijzen geven recht van bestaan.

Het zijn dolende zielen. Nergens thuis. Hier mogen ze niet blijven. Ze kunnen nergens anders naartoe. Zonder papieren hebben ze geen toegang tot werk, inkomen, onderwijs, huisvesting, medische zorg. Staatloosheid is een gevangenis waaruit niemand ontsnapt.

Hoeveel statelozen er in Nederland zijn, valt niet te zeggen. Volgens de gemeentelijke basisadministratie staan in Nederland ruim 2.000 mensen als ‘stateloos’ geregistreerd. Maar om je als ‘stateloos’ te laten inschrijven, moet je dat met documenten kunnen bewijzen. Dat kunnen de meeste statelozen niet. Dan vallen ze in de categorie ‘nationaliteit onbekend’: meer dan 83.000 mensen, van wie ruim 10.000 zonder verblijfsvergunning. Onduidelijk is ook hoeveel van de naar schatting 97.000 illegalen in Nederland stateloos zijn.

De meeste statelozen zijn tot stateloosheid gedoemd omdat hun vaderland hen de nationaliteit heeft ontnomen of ontzegd. Dat overkomt vaak etnische minderheden. Anderen raakten hun nationaliteit kwijt omdat hun staat ophield te bestaan. Een vluchteling die zijn land verliet met een Joegoslavisch paspoort, kon later niet automatisch aanspraak maken op de Bosnische nationaliteit. En ook illegalen die niet terug kunnen naar hun land omdat de ambassade niet meewerkt zijn feitelijk stateloos.

Buitenlanders die kunnen aantonen dat het niet hun schuld is dat ze Nederland niet kunnen verlaten, komen in aanmerking voor een buitenschuldprocedure die uitzicht biedt op een verblijfsvergunning van één jaar. Maar die procedure stelt hoge eisen en duurt lang.

Statelozen in Nederland ontvangen zelden de ondersteuning die ze nodig hebben, constateert de vluchtelingenorganisatie van de VN. Ze mogen niet werken. Ze hebben geen recht op hun uitkering. Een onbekend aantal leeft op straat. Zonder papieren lopen ze grote kans om opgepakt en vastgezet te worden. Komen ze op vrije voeten dan krijgen ze een brief mee dat ze het land binnen 48 uur moeten verlaten. Maar legaal kunnen ze een ander land niet binnen. Volgens het onderzoek „een uitzichtloze situatie”. Het is wachten tot ze opnieuw worden opgepakt.

De UNHCR pleit voor instelling van een speciale procedure om vast te stellen of iemand stateloos is. Erkende statelozen zouden verblijfsrecht moeten krijgen. Statelozen die zijn geïnterviewd voor het onderzoek, vragen stuk voor stuk om één ding: „Te worden behandeld als mens.”

    • Dick Wittenberg