'De beloning voor die ene geweldige foto is beter dan seks'

Fotograaf Stanley Greene is verslaafd aan de oorlog. Daardoor mislukken al zijn liefdes. De expositie Black Passport gaat over dit persoonlijke dilemma.

Lebanon, Tyre, August 2006 Blood of a killed suspected Hezbollah fighter Liban, Tyr, août 2006 Sang d'un homme tué car suspecté d'être membre du Hezbollah © Stanley Greene / Agence VU

„Ik denk dat je maar acht jaar positief kunt blijven. Als je er langer in blijft, verander je. En niet in een mooie vlinder.”

Stanley Greene (61) brengt al bijna twintig jaar oorlogen in beeld. De expositie Black Passport in het Amsterdamse fotografiemuseum Foam wisselt foto’s van conflicten af met beelden uit zijn persoonlijke leven. „We worden motten”, staat er in een tekst van Greene op de muur van Foam geprojecteerd. „En wat een mot doet, die vliegt in de vlam.” Vele vrouwen liet Greene in de steek, als hij weer op pad ging. Of zij lieten hem zitten. Black Passport portretteert iemand die, getraumatiseerd door oorlogen en relatiebreuken, hunkert naar vrede en verbintenis. Een rauw leven.

„Ik was verslaafd aan drugs”, zegt Greene. „Het was chemische roulette; niet al mijn vrienden hebben het overleefd. Ik heb geluk gehad. Nu ben ik verslaafd aan het overleven van oorlogen.”

Greene reist eerdaags af naar Nigeria, India, China en Pakistan voor een project over elektronisch afval, en wacht ondertussen op groen licht om naar Syrië te gaan. „Bovenop het nieuws leven heeft iets romantisch. Erbij zijn, zoals toen de Berlijnse muur viel. Ook in Tsjetsjenië had ik het gevoel deel te worden van de geschiedenis. That’s the juice. Iets maken is zo groots. De beloning voor die ene geweldige foto is beter dan seks.”

Het idee om ook persoonlijke elementen op te nemen in Greenes oorlogsbiografie, komt van grafisch ontwerper Teun van der Heijden die in 2009 het boek samenstelde waarop de expositie is gebaseerd.

Greene: „Teun heeft geweldig werk verricht. De keerzijde is dat sommige vrouwen die erin voorkomen, hebben geklaagd.” Een van de vrouwen had zelfs een advocaat in de arm genomen. Het kwam tot een schikking. „Anderen voelden zich juist vereerd”, zegt Greene. „Eerst zagen ze het als een aantasting van hun privacy. Nu beschouwen ze het meer als erkenning voor hun rol in mijn leven.”

Greenes foto’s zijn soms vaag en onscherp, waardoor een schilderachtig beeld ontstaat. „Zo verbeeld ik mijn visie. Ik zie de wereld door de huid van een ui.” En het past bij zijn manier van werken. „Ik weet niet precies hoe een camera werkt, wel hoe een situatie voelt, en dat is wat telt. Een camera is een soort extensie van het oog naar het hart.”

Greene vatte in 2006 met de Nederlandse fotograaf Kadir van Lohuizen het plan op voor een nieuw fotoagentschap. Een jaar later werd in Amsterdam, met negen fotografen en Claudia Hinterseer als directeur, NOOR opgericht. „We hebben een manifest getekend, waarin we onze ethische verantwoordelijkheid hebben vastgelegd. Ethiek vind ik belangrijk. Ik was een keer bijna getuige van een executie. Toen heb ik mijn camera laten zakken. Anders had ik de situatie verergerd. Dat is het niet waard.” Als voorbeeld noemt Greene een kwestie die vorig jaar april in het nieuws kwam. De Italiaanse fotograaf Marco Vernaschi, die een reportage maakte over kindermoorden in Oeganda, vroeg de ouders van een vermoord meisje, van wie de armen en benen waren gehakt of hij hun dochter, die al was begraven, toch kon fotograferen. „Ziedend was ik. Deze fotograaf heeft de grens van fatsoen ver overschreden. Hij vond het belangrijk ‘om het verhaal te vertellen’. De arrogantie! Hoe vaak is al voorgekomen dat journalisten onethisch werken, zonder dat we ervan weten?” Greene streeft ernaar als journalist onafhankelijk te blijven, maar geeft toe dat het niet altijd lukt. „In Tsjetsjenië sympathiseerde ik met de opstandige Tsjetsjenen. In Karabach voelde ik in eerste instantie sympathie voor Armeniërs die hun recht op een orthodox leven verdedigden.”

De meeste conflicten gaan om verliezen en wreedheden, maar brengen zelden winaars voort, vindt Greene. „Politici denken niet goed na over de consequenties van hun beleid. Neem de val van de Berlijnse muur. Iedereen blij, maar er zijn daarna veel meer doden gevallen dan daarvoor, bijvoorbeeld in de zuidelijke staten van de voormalige Sovjet-Unie.”

Greene is besmet met hepatitis C. Hij zou die ziekte hebben opgelopen in Tsjaad, toen hij zich schoor met een besmet mes. Toch denkt hij nog niet aan rustig aan doen. „Verveeld raken is het begin van sterven. Ik verlang nog steeds naar een relatie die beklijft. Alles draait om het risico te nemen iets aan te gaan. Doen we dat niet, dan zijn we lafaards, gevangenen van onze verlangens.”

Black Passport: t/m 5 februari 2012 in Foam, Keizersgracht 609, Amsterdam. Geopend 10.00 -18 uur, do/vr van 10.00 - 21.00 uur.

    • Hille Takken