Zomaar iemand van Maja’s moeder

Ana denkt er geen seconde over na. Ik woon in de buurt dus natuurlijk ben ik welkom op de verjaardag van haar dochter Maja. Ik schat Ana een jaar of zestig. Ze is klein en stevig, met zwart haar en rode wangen. Als ik langs haar de gang in loop knijpt ze kort in mijn arm, alsof ze toch nog even wil testen wat voor vlees ze in de kuip heeft.
Maja twijfelt als Ana mij voorstelt als haar buurvrouw. Ik zeg snel dat ik niet echt de buurvrouw ben maar wel in de buurt woon en de muziek hoorde. Ze kijkt me onzeker aan. Wat verwacht je dan nu precies? Ik zeg dat ik graag mee wil doen, onbekenden wil ontmoeten. En wat bedoel je dan precies met ontmoeten? vraagt Maja. Ana wordt ongeduldig. Ga je je buurvrouw verhoren of ontvangen? bijt ze haar dochter toe. Ik zeg dat ik ook wel snap dat het raar is maar dat ik –
Het is niet raar! schreeuwt Ana. Het is goed dat je er bent en nu moet je meekomen want ik ga je wat te eten geven. Maja probeert te glimlachen. Mijn moeder heeft beslist, zegt ze.

Ana pakt mijn hand en leidt me langs een stuk of twintig gasten naar de keuken. Zitten, zegt ze. Ik ga zitten. Ze maakt veel lawaai. Trekt kastdeuren open, slaat ze weer dicht en moppert intussen dat haar dochter geen manieren heeft en dat ze net zo bot en Hollands is geworden als haar vader. Ana is Spaans en in Spanje, zegt ze, is alles beter. Dan staat Maja in de keuken. Ze zegt dat ze mij geen ongemakkelijk gevoel wilde geven, maar dat ze het gewoon een beetje vreemd vindt, een onbekende op haar feest. Ik zeg dat ik het begrijp, maar dat ze zich over mij geen zorgen hoeft te maken. Ik ben makkelijk in de omgang, zeg ik, en als ik het feest op de een of andere manier in de weg zit dan ben ik zo weer vertrokken. Maja knikt. En ik schaam me om wat ik net zei. Omdat het zo wanhopig klinkt, een mens op zoek naar contact.

Ana kijkt geïrriteerd van Maja naar mij. Ze wijst op de pannen vol eten. Waarom denk je dat ik altijd te veel maak? Maja kijkt haar vragend aan. Omdat je nooit weet of er misschien nog zomaar iemand aanschuift, roept Ana. Zij hier, ze wijst op mij nu, is de zomaar iemand van vanavond.

Ik herinner me plotseling de verjaardagen op de basisschool waar gepeste kinderen werden uitgenodigd door de ouders van de jarige. Omdat het hoorde, omdat je lief moet zijn voor elkaar. En hoe die kinderen zich door zo’n verjaardag heen worstelden, beschermd door de ouders, genegeerd door de jarige en zijn of haar echte vrienden.
Ik weet niet wat nu het beste is. Weggaan en een conflict veroorzaken tussen moeder en dochter? Of blijven en het treurige kind zijn dat met moeder in de keuken zit?
Maja haalt haar schouders op. Je mag blijven hoor, zegt ze niet onvriendelijk. Ana smijt een pan van het fornuis op het aanrecht. Je moet blijven, zegt ze.

Ik blijf. In de keuken, met Maja’s moeder en een groot bord paella. Denkend aan alle lieve moeders die verjaardagen lang met de zielige kinderen in de keuken zaten terwijl binnen het feest aan de gang was.

    • Marjolijn van Heemstra