Waarom zijn jullie toch zo bang voor de shari'a?

In de moslimfundamentalistische beweging in Egypte speelt zich een harde concurrentiestrijd af. De Nourpartij en de Moslimbroederschap strijden om de gunst van de kiezer. „We gaan eerst de vrouwen opvoeden.”

Op de enige open plek tussen de smalle, onverharde straatjes van Nuaqytah is een podium opgesteld en staan stoelen voor zo’n honderd man. Om het spannender te maken is er ook een tombola: wie geluk heeft kan straks met een klok naar huis. „En dan nu een paar verzen uit ónze grondwet: de Koran”, roept de ceremoniemeester.

In dit Egyptische dorp in de Nijldelta wordt pas in januari gestemd, en de salafistische Nour-partij, dé verrassing van de Egyptische verkiezingen, houdt hier een bijeenkomst. Wanneer hoofdspreker Mohamed Ramadan het woord neemt komt hij meteen ter zake. „Wanneer u gaat stemmen, vergeet dan niet dat God u gaat vragen op wie u heeft gestemd.”

Eind november, in de eerste ronde van de verkiezingen, kreeg de grootste salafistische partij Nour 24 procent van de stemmen. De alliantie rond de Partij voor Vrijheid en Rechtvaardigheid van het meer gematigde Moslimbroederschap behaalde 40 procent. Voor de seculiere – en christelijke – Egyptenaren was de uitslag een koude douche. Alle islamitische partijen samen kregen bijna 70 procent van de stemmen: een absolute meerderheid. De liberale partijen komen bij elkaar net niet aan 20 procent.

Nuqaytah ligt in het kiesdistrict Mansoura. Naast Alexandrië en Kafr al-Sheikh geldt de streek als een bastion van de salafisten. Dat zijn de radicale moslims die terug willen naar de tijd van de profeet Mohammed en de drie generaties na hem. Zij bepleiten de invoering van een islamitische staat en een strikte toepassing van de shari’a, de islamitische wetgeving, inclusief lijfstraffen.

In het partijprogramma gaat de Nourpartij niet zo ver. De wet verbiedt in beginsel religieuze partijen. Maar het campagnelied dat uit de luidsprekers knalt in Nuqaytah liegt er niet om: „Waarom zijn jullie toch zo bang voor de shari’a? Ze zeggen dat wij terugwillen naar de oude tijd. Maar was het dan zo slecht in de oude tijd? Er was tenminste geen honger en onrecht.”

Dat de Moslimbroeders bij de verkiezingen stemmen zouden winnen, daar twijfelde niemand aan. Zij waren de enige nationaal georganiseerde partij; al decennia doen ze aan armenzorg en ander sociaal dienstbetoon én ze speelden een grote rol bij het omverwerpen van president Mubarak begin dit jaar. De salafisten waren juist grotendeels afwezig op het Tahrirplein. Sommige salafistische predikers hadden er fatwa’s tegen uitgevaardigd. De salafisten hadden de laatste maanden een deal met het regime: zij hielden zich niet met politiek bezig, in ruil daarvoor bemoeide het regime zich niet met hun religieuze activiteiten.

Dochtertje op schoot

In de uitgestrekte salon van zijn appartement in Mansoura-stad heeft Khaled Said zijn dochtertje van twee op zijn schoot zitten. Ze speelt met zijn iPhone. „U ziet het: wij salafisten eten geen kinderen op”, lacht hij.

De 41-jarige ingenieur is een leider van de salafistische Al-Fadeel-partij maar omdat die te laat is goedgekeurd heeft de partij haar steun gegeven aan de Nourpartij. Politiek bedrijven is nieuw voor de salafisten, en er zijn binnen de beweging meningsverschillen over wel of niet meedoen aan het politieke spel.

„In principe komen alle wetten van God”, zegt Said. „Dat heeft sommigen doen zeggen dat democratie zondig is. Maar dat is onzin. Er zitten veel goede kanten aan de democratie: vrijheid, rechtvaardigheid, zaken die ook in de Koran voorkomen. De democratie is niet perfect, en we aanvaarden haar niet in haar geheel, maar we kunnen ermee werken.”

Hij wil maar zeggen: de salafisten zijn bereid om het democratische spel mee te spelen in afwachting van de invoering van een islamitische staat. „Wij zijn geen seculieren: laat dat duidelijk zijn. Wij weigeren resoluut de scheiding tussen religie en staat. Maar zolang wij niet de absolute meerderheid hebben is het toegestaan om compromissen te sluiten.”

Landen als Frankrijk en België, die antiboerkawetten hebben aangenomen, hebben de salafisten een geweldig argument gegeven in discussies met westerlingen. „In Europa mag een vrouw wel naakt zijn maar ze mag niet haar gezicht bedekken. Nu, wij vragen alleen dat de Egyptische vrouw de vrijheid krijgt om zich te bedekken zoals ze wil.”

Said is een redelijk man. „Het gaat nog jaren duren voordat we de islamitische wetten in de praktijk gaan brengen. We gaan vrouwen eerst opvoeden. Pas wanneer die wetten algemeen aanvaard zijn, zullen we die ook opleggen.”

Dat is de toekomst van de vrouw in een salafistisch Egypte: ze krijgt ruim de tijd om te wennen aan het idee dat ze straks gesluierd moet zijn. Dat geldt ook voor buitenlandse vrouwen die Egypte bezoeken, zegt Said. Hoe dan ook krijgen vrouwen de vrijheid om te kiezen of ze ook gelaat, ogen en handen bedekken. „Ik vind een integrale sluier beter, en alle vrouwen in mijn familie dragen hem. Maar dat is de keuze van de vrouw. U ziet: wij zijn toleranter dan u.”

Het electoraal succes van de fundamentalisten wil nog niet zeggen dat Egypte straks een fundamentalistische regering krijgt. Leiders van zowel Nour als de Moslimbroederschap hebben samenwerking bij voorbaat uitgesloten. „Een coalitie met de salafisten is voor ons ondenkbaar”, zegt Kamal Helbawy, een prominente Moslimbroeder in Kairo. „Daarvoor liggen onze visies over fiqh, de interpretatie van de shari’a, te ver uit mekaar.”

Afhakken van handen

Helbawy keerde in april terug uit ballingschap in Groot-Brittannië. Jarenlang was hij woordvoerder van de Moslimbroederschap in het Westen. „Zaken als het afhakken van de handen van dieven hebben voor ons geen prioriteit”, zegt Helbawy. „We moeten er eerst voor zorgen dat de mensen alles krijgen waar ze recht op hebben. Onderwijs, werk, gezondheidszorg, de strijd tegen de armoede: dat zijn onze prioriteiten. Pas als die voorwaarden zijn vervuld, kunnen we het hebben over het afhakken van handen.”

Erg diep gaat de scheidslijn tussen de Moslimbroeders en de salafisten niet. Ook Helbawy vindt dat alcohol moet verboden worden voor moslims. En hij zegt: „Uiteraard is de Islamitische staat het ultieme doel voor elke moslim.”

Helbawy wil niet horen van een concurrentiestrijd tussen de Moslimbroeders en de salafisten. „Iedereen heeft gekregen wat hij verdient”, zegt hij. „De salafisten hebben net als wij aan sociaal dienstbetoon gedaan. Ze hebben de zakat ingezameld en die verdeeld onder de armen. Ze hebben moskeeën, klinieken en weeshuizen gebouwd. Dat is wat de mensen onthouden wanneer ze gaan stemmen. Als de liberalen hetzelfde hadden gedaan, hadden zij ook meer stemmen gekregen. Maar zij hebben zich nooit onder de mensen gemengd en iets voor hen gedaan.”

Het valt niet te ontkennen dat, nu de liberalen aan de zijlijn staan, er zich binnen de fundamentalistische beweging in Egypte een keiharde concurrentiestrijd aftekent. De Moslimbroeders hebben de afgelopen maanden zo hard hun best gedaan om gematigd over te komen dat de salafisten hen moeiteloos rechts hebben ingehaald.

In de aanloop naar de tweede ronde van de verkiezingen deze week was duidelijk dat er een inhaalbeweging bezig is. „Toeristen moeten in Egypte geen alcohol drinken. Ze hebben thuis alcohol genoeg”, zei Azza Al-Jarf, een kandidate van het Moslimbroederschap, zondag tijdens een bijeenkomst vlakbij de piramides. Dat is in tegenspraak met het officiële programma, dat toerisme juist aanmoedigt. De Moslimbroederschap herhaalt ook voortdurend dat het de Egyptenaren geen islamitische levensstijl wil opdringen. De Twitter-ploeg van de Moslimbroeders moet om de haverklap uitspraken van individuele kandidaten tegenspreken. Omgekeerd zei een woordvoerder van Nour in Aswan dat zijn partij geen tempels wil sluiten of buitenlandse toeristen wil verplichten om de sluier te dragen.

Stilgelegde concerten

De situatie in het kiesdistrict Mansoura maakt duidelijk hoe ingewikkeld de relatie tussen Moslimbroeders en salafisten is. Nour, dat hier met de populaire prediker Hazim Shoman een stemmenkanon in huis heeft, dingt niet mee naar de individuele zetel voor Mansoura-stad. Reden: de partij kan niet op tegen sjeik Yusri Hani, de kandidaat van het Moslimbroederschap. Hani heeft tien jaar lesgegeven in Saoedi-Arabië. Hani werd speciaal naar Egypte teruggehaald voor de verkiezingen. Zijn wekelijkse preken gelden als levensleidraad. Zo gerespecteerd is Hani in islamitische kringen dat zelfs Shoman Hani, zegt hij, verkiest boven een kandidaat van zijn eigen partij.

Op de campussen van Mansoura hebben de studenten ondervonden wat het effect kan zijn van een fundamentalistische overwinning. De afgelopen maanden werd tweemaal een concert stilgelegd door de fundamentalisten. Op 15 november stormde Hazim Shoman de Nijl-academie, een privéschool binnen waar de bekende popzanger Hisham Abbas optrad. Het waren de gemengde dansers in het voorprogramma die volgens Shoman ‘haram’ waren, zondig. Het concert mocht doorgaan maar de dansers werden naar huis gestuurd.

Eerder was al een heavy-metalfestival aan de faculteit farmaceutica in de war gestuurd. Mahmoud Shawaf, 23, was erbij. „De Moslimbroeders”, vertelt Shawaf, hadden vooraf duizend handtekeningen verzameld tegen het concert en toen het toch zou doorgaan hebben ze het stilgelegd. Toen verscheen Shoman ook. Hij sprak de studenten toe en legde hen uit dat God dit concert niet goed zou vinden.” Uiteindelijk werd een compromis bedongen: het concert ging door maar werd stilgelegd toen het gebedstijd was. En het publiek werd gesplitst tussen jongens en meisjes.

Volgens Shawaf, die zelf vier jaar met het salafisme heeft geflirt, was Shoman redelijker dan de Moslimbroeders. „Shoman is populair, hij heeft de studenten beleefd toegesproken. De Moslimbroeders waren arrogant. Ze hebben een speech van 20 minuten gegeven waarin ze zeiden: wij hebben de macht om dit concert stil te leggen maar we geven jullie voor één keer de toestemming.”

Sindsdien, zegt student Mohamed Abdkareem, geeft de decaan geen toestemming meer voor openluchtactiviteiten.

Dat de Moslimbroeders gematigder zijn dan de salafisten is dus niet altijd het geval. Plaatselijke journalisten hebben de uitspraken van Yusri Hani in Mansoura voor en na de eerste ronde vergeleken. Vooraf sprak Hani over een burgerlijke staat met een islamitisch referentiekader. Na de fundamentalistische overwinning veranderde Hani van toon. „Hervormingen in Egypte zullen plaatsvinden onder de vlag van de islam met de shari’a als referentiekader. Er komt een terugkeer naar de islam op alle vlakken: in de economie, in het onderwijs en in de gezondheidssector”, zei Hani.

Mohamed Elawaad, een 40-jarige apotheker, plakt in het centrum van Mansoura affiches op voor de linkse coalitie El Thawar Mostamera (De revolutie gaat door). Hem verbaast het niets. „De Moslimbroeders stellen zich nu wel gematigd op maar zodra ze de gevestigde macht zijn zullen ze van Egypte een tweede Iran maken”, weet Elawaad. „Ik heb tegen mijn vrouw al gezegd: als de islamisten aan de macht komen, emigreren we.”

Een beetje verderop, in de grootste moskee van Mansoura, houdt de bekende salafistische prediker Mohamed Hassan zijn vrijdagpreek. „De shari’a is de wet van God”, knalt het door het verlaten centrum, „niet het parlement, het leger of wie dan ook. Het verschil tussen de shari’a en de wetten die door het parlement worden uitgevaardigd is het verschil tussen God en de mensen.”

In La Dolce Vita, een hippe koffietent in Mansoura, vertelt Mahmoud Shawaf ’s avonds over zijn verleden als salafist. Met zijn hoodie en jeans ziet hij er allesbehalve religieus uit. Op de middelbare school maakte hij deel uit van een groepje dat „op zoek was naar utopia en we dachten dat we dat konden vinden in de islam”. Het huidige succes van de salafisten begrijpt hij goed. „Veel arme mensen zijn sinds de val van Mubarak op zoek naar een nieuwe leider. Ze zien de salafisten voortdurend bidden zijn en zeggen tegen zichzelf: dat kunnen geen slechte mensen zijn.” Zelf raakte hij gaandeweg zijn geloof kwijt dat de islam de oplossing is voor alles. „Het is een religie, geen politiek systeem.”

Lukraak

Op de bijeenkomst van de Nourpartij in Naquytah maken de meeste aanwezigen weinig onderscheid tussen de Moslimbroeders en de salafisten. „De Moslimbroeders en Nour willen allebei invoering van de shari’a. Alleen hebben ze andere ideeën over hoe dat doel best te bereiken”, zegt Ahmed Omara (25), leraar gymnastiek.

Omara vindt dat geen probleem. „Shari’a wil niet zeggen dat ze zomaar lukraak handen gaan afhakken. Dat geldt alleen door dieven en dan nog alleen in sommige gevallen.” De shari’a, zegt ook zijn vriend Anas Rezk, een 22-jarige farmaciestudent, „ een goede manier om te verhinderen dat de misdaad zich verspreidt in de gemeenschap”. En de 21-jarige Louai Mustafa Rabia, gehuld in een fluorescerend van de Nourpartij, zegt het zo: „Wat is het verschil tussen ons en de Moslimbroeders? Op een lijst van de Moslimbroeders kan je van alles tegenkomen: er staan liberalen op, zelfs linkse mensen. Van een Nour-lijst weet je dat het 100 procent religieuze mensen zijn.”

Op het podium belooft Dr. Mohamed Ramadan dat de Nour-partij de woestijn groen gaat maken maar hij zegt er niet bij hoe. „Wij hebben ook een economisch programma maar het zal in overeenstemming zijn met de shari’a”, zegt hij. Een jongen uit de buurt rijdt op zijn fiets voorbij. „Allemaal onzin”, roept hij keihard en maakt zich uit de voeten.