Verraden door je lichaam

Meeke Hoedjes – Maternal quality of life, Lifestyle, and Interventions after complicated pregnancies – Erasmus Universiteit Rotterdam, 14 december 2011. 205 blz. Promotoren: Prof.dr.J.D.F. Habbema, Prof.dr. E.A.P. Steegers

Sinds duidelijk werd dat in Nederland de sterfte van kinderen rond de geboorte vergeleken met andere Europese landen aan de hoge kant is, bestaat er weer veel belangstelling voor de kwaliteit van de zorg voor moeder en kind. De nieuwste gegevens laten overigens zien dat Nederland de achterstand alweer aardig heeft ingelopen. Dat wij nog maar een halve eeuw geleden juist een voorbeeld voor andere landen waren op het gebied van bevalling en kraamzorg, is wel waar, maar de perinatale sterfte lag toen overal op een veel hoger niveau dan nu. Even ter extreme vergelijking: omstreeks 1850, toen de moderne geneeskunde begon, was het totale sterftecijfer van de Nederlandse bevolking ruim drie keer zo hoog als nu en in de helft van de gevallen ging het om kinderen en jongeren tot 20 jaar. Dat is nu nauwelijks meer dan 1 procent, terwijl de helft van de sterfte zit bij mensen van 80 jaar en ouder. Nederland heeft dan wel niet meer de beste score, vergeleken met een halve eeuw geleden is er toch een enorme verbetering bereikt. Heel veel beter kan het eigenlijk niet worden.

In het proefschrift van Meeke Hoedjes gaat het niet om het kind, maar om de vrouwen met ernstige zwangerschapsproblemen. Pre-eclampsie is geen algemeen bekend begrip, maar hoge bloeddruk, plotselinge gewichtstoename, hoofdpijn, vocht vasthouden en zwangerschapsdiabetes zijn verschijnselen die toch bij 5 tot 10 procent van de zwangerschappen in min of meer ernstige vorm voorkomen. Veel van de verschijnselen verdwijnen weer geheel of gedeeltelijk na de zwangerschap, maar als ze optreden – vooral in de tweede helft van de zwangerschap – moet er echt wat aan gedaan worden, omdat ze levensbedreigende gevolgen voor het kind in de buik kunnen hebben.

Meeke Hoedjes volgde een grote groep vrouwen met vooral pre-eclampsie. Hoe ging het met hen na de zwangerschap en wat voor behoefte aan zorg en begeleiding bestond er bij hen ook een half jaar na de bevalling nog. Zoals te verwachten was bij pre-eclampsie bestond de groep vooral uit vrouwen die voor het eerst zwanger waren. In Nederland zijn vrouwen dan bijna dertig jaar oud (gemiddeld vijf jaar ouder dan hun eigen moeders bij de eerste zwangerschap) en dat maakt het risico op problemen ook al weer wat groter. Van de vrouwen met ernstige pre-eclampsie onderging 80% na een zwangerschap van gemiddeld zeven maanden een bevalling met de keizersnede. Het geboortegewicht van hun baby was dan ook gemiddeld erg laag (1.600 gram) met zelfs een uitschieter naar beneden van nog niet de helft van het gemiddelde. De meeste van deze vroeggeborenen verbleven na de geboorte nog een tijd op de intensive care. Gemiddeld bijna een maand, maar soms ook bijna twee maanden. Ongeveer een op de twintig kinderen haalde het niet.

Het beeld bij de vrouwen met een lichtere vorm van pre-eclampsie is veel minder dramatisch. In de meeste gevallen heeft de zwangerschap de normale duur gekend, was de keizersnede niet nodig en had het kind een redelijk normaal gewicht (gemiddeld 3.200 gram). Geen van de kinderen hoefde op de intensive care unit opgenomen te worden. Meeke Hoedjes is er niet erg expliciet over, maar je kunt je voorstellen hoe zwaar het allemaal geweest moet zijn voor de moeders die eerst merkten dat de zwangerschap niet goed liep en wier kind te vroeg ter wereld moest komen. Het kindje moet dan ook nog langere tijd de couveuse in. Ook als dat goed gaat, blijft natuurlijk de vraag of alles in orde is. Hoe vroeger een kind ter wereld komt, hoe groter de kans dat het later ook gehandicapt of chronisch ziek blijkt te zijn.

Het is dan ook niet echt verrassend dat vooral de moeders met ernstige pre-eclampsie er ook langere tijd na de bevalling nog niet goed aan toe zijn. Lichamelijk niet, maar ook psychisch en sociaal niet. Bijna de helft vertoonde een half jaar na de bevalling nog duidelijk tekenen van depressie en dat was uiteraard vooral het geval bij vrouwen die lang gescheiden waren geweest van hun kind of met de dood van hun baby geconfronteerd waren. Bij relatief veel vrouwen waren er ook symptomen van een psychotraumatische stressstoornis en dat had vooral te maken met de vroege en operatieve beëindiging van de zwangerschap.

Veel vrouwen hadden ook na langere tijd nog moeite de gewone draad weer op te pakken. Eclampsie-gevaar is niet alleen een voorspeller van nieuwe problemen bij een volgende zwangerschap, maar ook van de kans op het krijgen van hart-en vaatziekten of het ontwikkelen van diabetes. Een gezonde en op preventie gerichte leefstijl is daarom zeker voor vrouwen met ernstige pre-eclampsie van groot belang. Meeke Hoedjes is ook nagegaan of hen dat ook een beetje lukt. Dat valt tegen, ook meer dan een jaar na de bevalling voelen veel vrouwen zich nog moe en futloos en klagen ze over gebrek aan energie. Men weet vaak ook niet wat te doen en mist het contact met lotgenoten. Door de statistieken heen wordt toch vooral duidelijk hoe onzeker veel vrouwen zich zijn gaan voelen. Hun lichaam heeft hen in een cruciale fase van hun bestaan als vrouw verraden.