Van kleine smidse tot hofleverancier

Prinses Juliana bewonderde het modernistisch design van Willem Gispen, staat in het rijk geïllustreerde boek Gispen.

Toen paleis Soestdijk vijf jaar geleden na de dood van prins Bernhard tijdelijk werd opengesteld, togen 600.000 nieuwsgierigen naar Baarn. Weinig bezoekers zullen de laatste bewoners hebben verdacht van een voorkeur voor designmeubilair. De meeste meubels van Juliana en Bernhard waren weggehaald, maar wat er nog te zien was, wekte een muffe en sombere indruk: stijlkamers met zware tapijten, kroonluchters en ongemakkelijk Empire- en Louis XVI-meubilair. Geen paleis maar een tombe, oordeelde een recensent.

Des te verrassender om te lezen dat de jeugdige prinses Juliana een voorliefde had voor het modernistisch design van Willem Gispen. Deze wetenswaardigheid staat vermeld in Gispen, een rijk geïllustreerd boekje met allerlei bekende en onbekende feiten over de belangrijkste Nederlandse meubelfabrikant van de vorige eeuw.

Als studente in Leiden raakte de prinses eind jaren twintig bevriend met Nelke Clay, later de echtgenote van de zakelijk directeur van Gispen. De twee vriendinnen bezochten in 1933 samen een tentoonstelling met de lampen en buismeubelen van Gispen. Toen de prinses in 1937 na haar huwelijk met Bernhard paleis Soestdijk betrok, mocht het in Culemborg gevestigde bedrijf vele producten leveren.Zo stonden in de bioscoopzaal van het paleis 22 stalen-buisfauteuils met een verstelbare hoofdsteun. Juliana had ook een ‘zitje’ van vier Gispen-fauteuils, een huwelijksgeschenk van de Leidse vrouwenstudentenvereniging. In de gang op de boven-verdieping hing de ‘klok’ van een futuristische windwijzerinstallatie van Gispen. En ook het meubilair in de huisapotheek van Soestdijk, een geschenk van het Rode Kruis, was door Willem Gispen ontworpen. Al moest de ontwerper op verzoek van Juliana wel de gekroonde initialenJ en B van zijn grijsblauwe medicijn- en verbandkast halen.

André Koch en Sylvia van Schaik publiceerden eerder al uitvoerig over Gispen. In hun nieuwe boekje belichten ze hapsnap, in korte hoofdstukken, de geschiedenis van het bedrijf en zijn oprichter. Hoe slaagde Willem Gispen, telg uit een familie van handelaren en dominees, er bijvoorbeeld in om een ambachtelijke kunstsmederij om te turnen in een fabriek voor serieproducten van glas en metaal? Waarom leidde het functionalisme van buismeubelen bij Bauhaus-kopstukken als Breuer en Van der Rohe níet en bij Gispen wél tot comfortabele meubels? En waarom sloten de naoorlogse Gispenontwerpers Wim Rietveld en André Cordemeyer qua opvattingen zo goed aan bij de naamgever van het bedrijf?

Vooral dankzij de vele, soms niet eerder gepubliceerde afbeeldingen, geeft het boekje op een aantrekkelijke wijze antwoord op deze vragen. Een mooie introductie op bijna 100 jaar ‘goed wonen’.

André Koch en Sylvia van Schaik: Gispen. WBOOKS, 114 blz. 24,95 euro