Städel Museum in Frankfurt is na renovatie een culturele topattractie

De 50 miljoen euro die nodig was voor de nieuwbouw en renovatie van het Städel Museum werd grotendeels opgebracht door bedrijven en burgers uit Frankfurt. Het resultaat is fenomenaal.

Het Städel Museum in Frankfurt am Main is altijd de onbekende onder de grote Duitse musea geweest. Maar wel een met een door kenners zeer gewaardeerde schatkamer. Nu is het Städel ingrijpend verbouwd. Wie er gaat kijken, stapt ogenschijnlijk een nieuw museum binnen, waar de collecties oude meesters en klassieke modernen eindelijk tot hun recht komen. En waar druk gewerkt wordt aan een spectaculaire onderaardse vleugel die de sterk uitgebreide verzameling moderne kunst moet herbergen.

‘Frankfurt bouwt het nieuwe Städel. Bouw mee’, was de leus waarmee het museum de afgelopen jaren geld wierf onder de stadsbevolking. Iedereen kon mee bouwen door sponsor te worden: burgers, bedrijven, overheidsinstellingen en de vele banken die in deze financiële hoofdstad hun hoofdkantoor hebben.

Het werd een succes. Naar beste Duitse traditie is volgens museumdirecteur Max Hollein „een groot deel van de financiering met hulp van privépersonen veiliggesteld”. De kosten van nieuwbouw en renovatie bedragen 50 miljoen euro. De grote privédeelname sluit aan bij de geschiedenis van het huis; bij bankier en mecenas Johann Friedrich Städel die in 1816 zijn kunstverzameling en vermogen naliet aan de museumstichting die nu zijn naam draagt.

Wat de bezoeker voor die 50 miljoen euro te zien krijgt, is niet in geld uit te drukken. Het Städel heeft een fenomenale collectie, die veel beter dan voorheen tot haar recht komt. De lichtval in het ooit tamelijk donkere museum is geoptimaliseerd, wanden zijn verzet en geschilderd in kleuren die met name de schilderijen van de oude meesters naar voren laten springen. En de ophanging van de doeken, vroeger nogal lukraak, is ingrijpend veranderd.

Als je nu de trap naar boven oploopt, naar een van de mooiste verzamelingen Nederlandse meesters die Duitsland rijk is, word je begroet door portretten van Frans Hals, een rivierlandschap van Herman Saftleven en een uitzicht op het IJ van Ludolf Bakhuizen. Het is een Hollands welkom dat je hier krijgt.

Assistent-conservator Almut Pollmer-Schmidt, verantwoordelijk voor de oude meesters, legt uit wat er veranderd is in ‘haar’ museumdeel, dat eergisteren na een lange tijd van sluiting voor het publiek is heropend. Eigenlijk wordt alles duidelijk als je de zalen inkijkt. Van verre heb je zicht op Rembrandts De blindmaking van Samson. „Ons topdoek”, zegt Pollmer-Schmidt. „Door de plaats waar het hangt en de zicht-as trekt het bezoekers als een magneet aan. Dat was precies de bedoeling.”

Nieuw in de collectie is een doek van de Italiaanse renaissanceschilder Rafaël, Portret van paus Julius II uit 1511. Het Städel wist dit schilderij kortgeleden te verwerven uit een Duitse privéverzameling. Rafaëls beroemde pausportret is gerestaureerd en ontdaan van vele vernislagen. Julius II hangt er als nieuw bij, met z’n vlassige baard, peinzende blik, rode kalot en dito tabberd die fel afsteken tegen zijn witte onderkleding.

Vermeldenswaard is ook het onlangs geschonken schilderij Madonna met kind (1621) van de Italiaanse barokschilder Guercino – een schenking van kunstcriticus Eduard Beaucamp van de Frankfurter Allgemeine Zeitung. Hij kocht het ooit voor betrekkelijk weinig geld op een veiling.

„Zulke schenkingen zijn steeds bepalend geweest voor de collectie van het Städel”, zegt assistent-conservator Pollmer-Schmidt. „Het zijn niet alleen rijke bankiers die doeken ter beschikking stellen. Het feit dat we deze Guercino geschonken kregen, toont dat ook minder welgestelde burgers uit Frankfurt zich met hun museum verbonden voelen.”

Een verdieping lager zijn de klassieke modernen te zien. Ook hier is de lichtval verbeterd en is er veel nieuws te bewonderen in aangepaste opstelling.

Paul Klees Das Lamm (1920) hangt naast Nachtelijk Parijs, een foto van Brassaï uit 1930. Het is gewaagd maar doeltreffend. Net als de afdeling oude meesters is de Kunst der Moderne kortgeleden heropend. Tegelijk is een expositie (tot 8 januari) van de in Amerika geschilderde doeken van Max Beckmann van start gegaan.

De grootste verrassing van het Städel bevindt zich ondergronds. Daar zal vanaf 22 februari de hedendaagse kunst te zien zijn. Het aantal moderne kunstwerken van het museum is volgens directeur Hollein de laatste jaren door schenkingen en langdurig bruikleen steeds groter geworden. In 2008, toen de Deutsche Bank en de DZ Bank hun collecties moderne kunst aan het Städel overdroegen, heerste zelfs opeens acuut ruimtegebrek in het museum.

Het Städel kon met zijn 2.900 schilderijen, 600 sculpturen, 500 foto’s en 100.000 stuks grafische kunst al geen kant meer op. Toen er nog eens 800 moderne werken bijkwamen van de twee hoogwaardige bankcollecties – met kunst van gevestigde namen als Georg Baselitz, Nan Goldin en Olafur Eliasson – was het besluit snel genomen: „We gaan ondergronds.”

Onder de museumtuin is nu een kolossale expositieruimte gebouwd. Ronde bolvensters zenden vanuit de tuin gezeefde zonnestralen naar beneden. De kunstwerken staan nog in het depot; overal ligt gereedschap en zijn werklieden aan de slag. Maar ook hier wordt duidelijk dat er een nieuw Städel is ontstaan. Frankfurt heeft er een culturele topattractie bij die recht doet aan zijn status van internationale banken- en boekenstad.

    • Joost van der Vaart