PVV hield benoeming in Hoge Raad tegen

De Partij voor de Vrijheid heeft deze maand een benoeming van een raadsheer in de Hoge Raad verhinderd om politieke redenen. De PVV vond dat de kandidaat, advocaat-generaal bij het hoogste rechtscollege Diederik Aben, vorig jaar te kritisch is geweest in de marge van het proces-Wilders. Zijn voordracht achtte de PVV onacceptabel.

Een meerderheid in de vaste Tweede Kamercommissie voor veiligheid en justitie ging daarin mee. Het Kamerlid Lilian Helder (PVV) zegt dat haar partij „het hardst” in de afwijzing van Aben was. De commissie zou van mening zijn geweest dat deze benoeming voor ophef zou zorgen. Deze gang van zaken wordt door andere bronnen bevestigd. Het overleg is vertrouwelijk.

Aben schreef tijdens het Wilders-proces een kritisch commentaar op de beslissing van de Amsterdamse wrakingskamer. Deze persoonlijk bedoelde notitie lekte uit, waarna Aben onder vuur kwam te liggen van PVV-leider Geert Wilders. Aben noemde de wraking onnodig en in strijd met de jurisprudentie. Wilders noemde Aben destijds een bevooroordeelde rechter die zijn „vriendjes wilde beschermen”.

Na de afwijzing door de Kamer stuurde de Hoge Raad een nieuwe voordracht. Daarop was Aben gezakt naar de zesde plaats. Helder zegt desgevraagd dat ook andere partijen verbaasd waren over de voordracht van Aben. „Het zou slecht zijn voor het gezag van de Hoge Raad om na Buruma wéér iemand voor te dragen die reuring veroorzaakt.” Zij zegt „blij” te zijn dat het probleem kon worden opgelost met een nieuwe voordracht van de Hoge Raad.

De PVV maakte dit najaar bezwaar tegen de benoeming van strafrechthoogleraar Ybo Buruma als raadsheer. Toen vroeg de PVV een schriftelijke stemming en legde partijleider Wilders een stemverklaring af. De PVV vond Buruma „te politiek”, onder meer omdat hij de PvdA had geadviseerd over het partijprogramma.

Benoemingen in de Hoge Raad gebeuren op voordracht van de Hoge Raad die een lijst met zes namen samenstelt. De Tweede Kamer spreekt vertrouwelijk met de kandidaten en volgt doorgaans de rangorde van de lijst. Het zou niet eerder zijn voorgekomen dat een raadsheer wordt geweigerd omdat een politieke partij hem diens mening in een specifieke rechtszaak nadraagt.

Hoge Raad: Opinie & Debat, pagina 7