Pimp de bloemkolen

Ittersumerlanden in Zwolle, een van de vele bloemkoolwijken, is succesvol gerenoveerd. Met dank aan de bewoners, zeggen de betrokken architecten.

Verbluffend is de gedaanteverwisseling van de woningen in de Zwolse wijk Ittersumerlanden. Het is alsof ze voor een of ander klusprogramma op tv een pimpbeurt hebben gekregen. Vóór 2011 waren de woningen schraal, schriel en karig. Maar na een grondige verbouwing, onder leiding van het Amsterdamse architectenbureau Heren 5, zijn ze nu, met gevels van zwarte planken boven op een wit stenen onderkant, stoer en robuust. „Inspiratie voor de nieuwe gevels van zwarte planken vonden we in de houten boerenschuren in de omgeving van Zwolle”, zegt Bas Liesker van Heren 5 in zijn kantoor in Amsterdam.

Ittersumerlanden is een van de vele bloemkoolwijken die in de jaren voor en na 1980 zijn gebouwd en zo worden genoemd wegens hun onduidelijke stratenpatroon. Of eigenlijk is straat niet het goede woord: vaak bestaan de woonerven in de bloemkoolwijken uit onbestemde ruimtes, die het midden houden tussen pleintjes, hofjes en straatjes in de vorm van bloemkoolroosjes.

Al net zo onbestemd is de architectuur van de meeste van de 1,5 miljoen huizen in de bloemkoolwijken. De schriele bloemkoolwoningen eindigen steevast onderaan in smaakenquêtes over architectuur. Maar niet alleen om esthetische redenen zijn ze nu vaak toe aan een opknapbeurt, ook fysiek zijn ze op.

En dan zijn er nog de opkomende sociale problemen. Echte probleemwijken zijn de bloemkoolwijken nog niet, zo stelden Thijs van der Steeg en Martijn Ubink eerder dit jaar vast in hun boek Bloemkoolwijken: analyse en perspectief. „Maar delen van veel bloemkoolwijken gaan snel achteruit”, zegt Van der Steeg nu. „Het zijn tikkende tijdbommen. Dat heeft tal van oorzaken. Een ervan is vergrijzing. Voor gezinnen zijn woonerven fijn, maar de 55-plussers met de kinderen het huis uit die er nu veelal wonen, hebben er niet veel aan.

Studenten

Gezellig aan een hof wonen is ook niet voor iedereen. Studenten en jongeren willen er niet wonen omdat de wijken te ver van de binnenstad liggen. En veel huizen voldoen doodgewoon niet meer aan de huidige eisen, vooral op energetisch gebied niet.”

Dit laatste was ook het geval in Ittersumerlanden. De huizen waren hard toe aan groot onderhoud. De opdrachtgever, Zwolse Woningstichting SWZ, maakte hiervan gebruik door ze ook te vergroten en luxer te maken. Bijzonder aan de woningverbetering is dat vanaf het allereerste begin de huurders nauw bij het ontwerp werden betrokken. „Sommige architecten houden daar niet van”, legt Bas Liesker uit. „Het doet ze denken aan geitenwollen sokken en de inspraakarchitectuur van de jaren zeventig. Inderdaad niet de beste tijd uit de Nederlandse architectuur. Maar ons bureau heeft er goede ervaringen mee. Sterker nog: betrokkenheid van de bewoners is juist heel inspirerend.”

Voor Heren 5 aan het ontwerpen sloeg, vroegen ze aan bewoners waar ze trots op waren in hun wijk. „Raar genoeg kwamen ze met allemaal dingen van buiten hun buurt. Dan noemden ze bijvoorbeeld een park dat helemaal niet in Ittersumerlanden ligt. Na wat doorvragen bleek dat ze vooral het dorpse en groene karakter van hun buurt waardeerden.”

‘Groen en dorps’ bracht Heren 5 op de zwarte boerenschuren in Zwolle. Maar de woningen zijn niet alleen ‘opgepimpt’, ook de plattegronden zijn, ook weer na overleg met de bewoners, veranderd. Uiteindelijk konden ze kiezen uit verschillende plattegronden. Zo kon, naar wens, de keuken naar de voorzijde worden verplaatst en de entree worden verbreed. Ook konden ze kiezen uit verschillende deuren. En bovenal: bijna alle woningen konden worden uitgebreid met een flinke uitbouw.

Niet alleen de woningen, ook de straten zijn onder handen genomen. Zoals zo veel bloemkoolwijken was Ittersumerlanden door het onduidelijke stratenpatroon een echte verdwaalwijk. Heren 5 ontwierp ook een duidelijk, helder stratenpatroon. Hier bleek opnieuw het voordeel van intensief overleg met de buurt. „Voor het nieuwe stratenpatroon moest één huis worden afgebroken”, zegt Liesker. „Afbraak ligt altijd heel gevoelig, maar alle buurtbewoners waren het er mee eens. Iedereen zag in dat het niet anders kon.”

Architect 2.0 noemt Liesker de werkwijze die Heren 5 heeft gevolgd in Ittersumerlanden: „Ik geloof echt dat de toekomst van de architect ligt in samenwerken met bewoners, gebruikers en opdrachtgevers. Architecten worden nogal eens afgeschilderd als autisten. Daar zit wel wat in. Luisteren naar de wensen van de gebruikers is niet de sterkste kant van architecten. Maar dat is bij ons juist de drijvende kracht en zal in de nabije toekomst steeds belangrijker worden. Ook als de crisis in de bouw voorbij gaat, zal het steeds meer gaan om kleine opdrachten voor specifieke groepen bewoners. Die zul je bij het ontwerp moeten betrekken, anders gaat het mis. Ik heb inmiddels geleerd dat dit alleen maar voordelen heeft en dat je ook niet bang hoeft te zijn dat inspraak de esthetiek van je ontwerp compromitteert. Ittersumerlanden bewijst het.”

Martijn Ubink en Thijs van der Steeg: Bloemkoolwijken: analyse en perspectief. Sun Architectuur, 34,50 euro

    • Bernard Hulsman