Ook hier wordt straks harder gereden

130 kilometer per uur in plaats van 120? Mensen die langs de weg zien toenemend gevaar. „Automobilisten schatten hun snelheid niet goed in.”

16-12-2011, Reeuwijk. Wegwerkzaamheden aan de A-12 tussen Reeuwijk en Woerden. Foto Bas Czerwinski

„Zeven op de tien auto’s rijden te hard”, zegt wegwerker Harold van Doorn van bouwbedrijf Heijmans terwijl de auto’s op de A12 passeren. Ze rijden 80 of 90 kilometer uur, schat hij, terwijl ze maar 70 mogen. „Onbegrip”, zegt Van Doorn. „Ze hebben niet door hoe hard 70 eigenlijk is. Zonet mochten ze nog 120.”

Het is tien uur ’s avonds en het regent dat het giet. Van Doorn – kort blond haar, oranje, reflecterende jas – monteert vangrails langs de nieuwe, vierde, rijstrook op de snelweg tussen Gouda en Woerden. Als geen ander weet hij wat snelheid betekent, nacht in nacht uit werkend langs de snelweg. Een „paar keer per avond” maakt hij mee hoe een auto het rode kruis van het matrixbord negeert, in de afgesloten rijstrook blijft rijden en pas op het laatst afslaat uit het ‘werkvak’ waar hij en zijn collega’s bezig zijn. „Snelheid is het grootste gevaar van mijn werk”, zegt Van Doorn.

Het kabinet onderkent het gevaar. Het treedt strenger op tegen snelheidsovertredingen bij wegwerkzaamheden. In 2011 deelde de politie 70.000 snelheidsboetes uit, 20 procent meer dan in 2010. Ook slingerde de politie 5.000 automobilisten op de bon voor doorrijden in een afgesloten rijbaan. Vanaf januari verhoogt het kabinet de boetes bij wegwerkzaamheden – het rode kruis negeren kost over twee weken 220 euro.

In een ander dossier pleit het kabinet niet voor afremmen, maar juist voor gas geven. Het maximum moet omhoog naar 130 kilometer per uur op 60 procent van de snelwegen, vanaf september volgend jaar. Volgens FNV Bouw brengt dat de veiligheid van de wegwerkers weer in gevaar. „Het risico wordt door de nieuwe limiet groter, omdat weggebruikers hun gedrag aanpassen aan de nieuwe snelheid.”

Elf uur. Machlon Feenstra (31) meet de dikte van het asfalt, iets verderop langs de A12. Hij doet dit werk langs de weg nu vijf jaar, en hij kent de gevaren. Alleen op het asfalt, stilstaand, het lange meetapparaat in de hand, en dan op enkele meters het voorbijrazende verkeer. „Meer dan eens heb ik gehoord over landmeters als ikzelf die gewond zijn geraakt. Eentje overleed zelfs”, zegt Feenstra. „Landmeters zijn kwetsbaar. We staan ver weg van de vrachtwagens en de rupskranen die de automobilisten doen afremmen.” Straks, zegt hij, rond één uur ’s nachts, neemt het autoverkeer af, en de snelheid toe. „Dik negentig.” Maar over die hoge snelheid maakt hij zich niet eens de grootste zorgen. „Gevaarlijker vind ik die bestuurders die doorkarren op een afgesloten rijbaan om nog net iemand in te halen.” Hemzelf overkomt dat geregeld, zegt hij. „Ik rij namelijk 70 bij wegwerkzaamheden. Gevolg van mijn baan, denk ik. Dan word je al snel ingehaald.”

Feenstra’s collega Tom Hendriks (42), hoog en droog in zijn vrachtwagen die zwarte aarde in de middenberm kiept, omschrijft het wegverkeer met één woord: „Haast.” Kijk, dit bedoelt hij nou. Voor een nieuwe lading bermgrond moet hij naar een depot verderop rijden, en dus moet hij invoegen op de snelweg. Vlug, tussen de afzetting van oranje pylonen door, en dan, hop, voor de snel naderende auto’s. „Optrekken duurt altijd even”, zegt hij, terwijl hij in zijn zijspiegel ziet dat hij de ene na de andere auto moet laten passeren.

Een maximum van 130 lijkt hem niet gek – op bepaalde wegen, zoals de vijfbaans A2. „Het probleem bij wegwerkzaamheden is meer dat mensen hun snelheid niet goed inschatten. Ze rijden het werkvak in, anderen rijden achter hen aan. Of ze bellen tijdens het rijden.”

Hendriks wacht terwijl zijn wagen wordt geladen. „Het aanrijden van pylonen gebeurt ook regelmatig”, zegt hij. „Soms opzettelijk, dat zien automobilisten nog weleens als sport.” Volgeladen hobbelt hij weer naar de snelweg. „Maar of je nu 130 rijdt of 120, het blijft haast.”