Occupy gevestigde orde is de lieveling van de

Van Occupy valt niets te vrezen, want het wordt gesteund door Obama, de Republikeinen, de Europese Commisssie, ministers en zelfs Unilever en Citigroep, schrijft Marco Visscher.

A demonstrator wears sunglasses with the words "99 Percent" written on them, at the Occupy LA encampment in front of Los Angeles City Hall October 25, 2011. Demonstrators at the encampment are protesting bank bailouts, foreclosures and high unemployment. TOPSHOTS AFP PHOTO / Robyn Beck AFP

Als journalist heb ik veel geschreven over de uitwassen van het kapitalisme en de prijs van vooruitgang. Ik liep mee in demonstraties tegen de Wereldhandelsorganisatie en de Europese Unie. Karl Marx en No Logo staan in mijn boekenkast. U zou daarom wellicht vermoeden dat ik warme gevoelens koester voor de wereldwijde Occupy-beweging, die immers ook de nodige hervormingen wenst.

Dat is niet zo.

Integendeel. Ik heb het zaakje wat tijd gegeven en misschien ben ik te vroeg met mijn oordeel, maar ik vind die hele club een beschamende vertoning – en dan bedoel ik niet vanwege de ‘vervuiling’ door zwervers, blowers en dronkenlappen. Alles wat niet deugt aan de progressieve beweging van vandaag komt samen in de politiek onnozele kampeerders en vooral in de hordes schaapachtige sympathisanten die doen alsof Occupy symbool staat voor een nieuwe wereld.

Het begon vandaag precies drie maanden geleden als een ludiek, carnavalesk protest. Half september hadden zo’n duizend demonstranten zich verzameld in het Zuccotti Park in Manhattan om Wall Street te ‘bezetten’. Ze keerden zich vooral tegen de ongelijkheid die door het kapitalisme wordt aangewakkerd. Occupy – tegenwoordig vooral in verband gebracht met ordeverstoring – kon direct rekenen op bijval. Niet zo gek, want de beweging zegt zelf: „wij zijn de 99 procent” en daar horen eenvoudige stervelingen als u en ik al snel bij. De frivole protesten verspreidden zich naar tientallen landen, want ‘the only solution is world revolution!’

Er was ook wel kritiek, maar vanuit de kampementen werden zwaktes al snel handig verdraaid tot sterktes. Gebrek aan een coherente agenda? Welnee, het is juist goed om diverse meningen naar voren te brengen. Geen ideologie? Bah, Occupy is juist ‘bevrijd van dogma’s’! Geen leider? Occupy is bewust ‘leiderloos’, want leiders zijn, gaap, zó twintigste-eeuws... Critici wordt voortdurend verweten niet te vatten dat het gaat om iets wat veel fundamenteler – lees: vager – is, namelijk de geboorte van een nieuw soort politiek, of de stem van het geweten van de samenleving. Of zoiets.

Nou, dat sprak reuze aan. Barack Obama, leider van de aftakelende wereldmacht, voert een nieuwe campagne die wordt gestoeld op de retoriek van de antikapitalisten. Ook geniet Occupy steun van Republikeinse presidentskandidaten, Europese ministers, bisschoppen, de voorzitter van de Europese Commissie, hoofdredactionele commentaren in binnen- en buitenland, ja, zelfs vanuit multinationals als Unilever en Citigroup, een van Amerika’s grootste banken.

Maar wacht eens even. Sinds wanneer worden revoluties omarmd door de gevestigde orde? Zouden al die politici en topmannen niet juist moeten beven op hun benen, bevreesd voor de volksopstand die hun hegemonie omver zal werpen?

De vraag naar hun precieze boodschap wordt door de activisten handig ontweken: er is geen ‘hun’ (want ‘99 procent’ is niet hún maar óns, snapt u?) en er is niet één boodschap, maar er zijn er juist vele. Occupy somt inderdaad een lijst van maatschappelijke ongemakken op, zoals hebzucht, ongelijkheid, consumentisme, corruptie, milieuvervuiling en klimaatverandering. Tja, wie is daar eigenlijk voor?

Wie nog eens kijkt, ontwaart iets merkwaardigs, dat het best te illustreren valt met de woorden van Kalle Lasn, oprichter van de antikapitalistische organisatie Adbusters die Occupy lanceerde. In een opiniestuk schreef hij dat het protest ontstond uit de vrees van jongeren om de rest van hun leven door te brengen „in de apocalyptische schaduw van klimatologische kantelmomenten, een massale uitsterving van soorten (en) een afstompend gecommercialiseerde cultuur” in een eeuwige strijd om „een verlammende studielening” af te betalen zonder kans om ooit huiseigenaar te worden of comfortabel te leven, „zoals hun ouders”.

Als u moest kiezen, klinken bovenstaande woorden dan a) als de dagelijkse beslommeringen van al die mensen die wel eens onzeker zijn over hun baan en spaargeld, of b) als een tamelijk onwaarschijnlijke nachtmerrie van een verwend rijkeluiskindje? (Ik vermoed het laatste.) De Occupy-beweging doet alsof ze de onderklasse vertegenwoordigt, maar ze is gestoeld op de obsessies van een verzadigde culturele elite die waardering voor moderne verworvenheden heeft ingeruild voor een aura van morele superioriteit. Dat resoneert bij de gegoede burgerij, die de strijd voor een zorgeloze toekomst voor de sociaal-economische achterblijvers allang heeft opgegeven.

Overconsumptie, inkomensongelijkheid, bonussen voor topbestuurders, de relatief lage belastingen voor grootverdieners: zijn dát de problemen die moeten worden aangevochten? Ik zie dat anders. Het probleem is dat nog anderhalf miljard mensen in volstrekte armoede leven en hun kinderen zien doodgaan aan de diarree. Het probleem is dat nog veel te veel arme boeren iedere dag met middeleeuwse technieken hun land bewerken, biddend voor een goede oogst terwijl het leven in de grote stad nauwelijks een verbetering heet.

Het probleem is dat zelfs in een rijk land als Nederland ruim een miljoen inwoners onder de zogenoemde ‘lage-inkomensgrens’ leven en zo’n vijftigduizend mensen wekelijks bij de Voedselbank aankloppen. Ik zou willen dat al die mensen óók onderdeel worden van de ‘graaicultuur’ waarin we ons kennelijk bevinden. Het lijkt er niet op dat Wall Street ooit zal voorzien in hun behoeften, dus een bezetting oogt als een briljant plan.

Occupy lijkt echter de macht van een commerciële elite te willen overdragen aan een politieke elite. Dat is hoogst ongelukkig, want er is geen politicus die de mensheid een bloeiperiode belooft. Politici hobbelen van het ene topoverleg naar het volgende crisisberaad, maar komen amper verder dan de schuld afschuiven op luie Grieken en inhalige bankiers. En intussen verwordt politiek tot een ondemocratische aangelegenheid voor zielloze technocraten – nog meer dan al het geval was.

Kapitalisme – dat curieuze, stuurloze stelsel rondom zaken als privébezit, winstcreatie en marktconcurrentie – is nooit ingevoerd zoals een wet wordt bedacht, overwogen en ingevoerd. Het is ontstaan doordat zittende machthebbers er niet in slaagden het tegen te houden. Waar de regerende klasse ter wille van dat ongrijpbare kapitalisme werd afgebroken, leidde dat tot meer welvaart en democratie, traditioneel de fundamenten van een progressieve politieke stroming. Zou een toename van welvaart en democratie werkelijk de uitkomst zijn van dat moderne geneuzel over grenzen aan de groei en inperking van ons gedrag dat nu zo klakkeloos wordt aangezien voor een radicaal-progressief geluid? Dat lijkt me sterk.

Dat betekent absoluut niet dat kapitalisme volmaakt is. Wij burgers dienen opnieuw meer invloed zien te krijgen. Die moeten we niet zozeer afnemen van ondernemers, maar van onze politieke vertegenwoordigers. Wij moeten ervoor zorgen dat de bestuurlijke toplaag de wensen van de echte massa niet langer kan negeren, zodat iedereen zich vrij kan ontwikkelen op weg naar de ongekende voorspoed die het leven zoveel leuker, gezonder en interessanter maakt.

Wat een wereld met zoveel ongelijkheid nodig heeft, is een systeem dat nóg beter is dan het kapitalisme. Een systeem dat voor nog veel meer mensen nog veel meer welvaart gaat opleveren. Zo’n systeem kan niet ontstaan als activisten en ‘opiniemakers’ instemmend knikken bij een reeks afgestofte ideetjes die we al honderdduizend keer hebben gehoord en die er uiteindelijk op neerkomen dat we onze aspiraties naar beneden moeten bijdraaien. We hebben tomeloze ambities, verhitte discussies en principiële standpunten nodig en Occupy gaat die uit de weg. Dat is de reden waarom Occupy niets voor elkaar zal krijgen.

Protesteren is een prima reactie op een wereldeconomie die dreigt te ontsporen. Daarvoor verdienen onze knuffelkampeerders en slaapzakactivisten alle lof. Helaas ontlopen ze een heldere politieke strijd met aanwijsbare opponenten. Ze worden daartoe niet uitgedaagd, want de vrijblijvende wereldverbeteraars waarvan de politiek en media in de westerse samenleving overlopen, herkennen het onthutsende gebrek aan visie niet. Zelf hebben ze namelijk al helemáál geen benul.

Marco Visscher is publicist.