Links m'n ex, rechts m'n lief

Monique Snoeijen schrijft de soundtrack van haar leven. Deze week: crematie.

Goed. Op de voorste rij, uiterst links, zat dus de ex. Naast hem onze twee dochters, dan ik en rechts van mij mijn opeens niet meer zo tijdelijke verkering.

Hoe moet dat als mijn vader of de vader van mijn ex overlijdt, vroeg ik mij een paar weken geleden nog af. Waar in de aula zit dan de ex? En waar de nieuwe liefde? Het leek toen een essentiële vraag, het bleek de afgelopen dagen een van de triviaalste.

Mijn vader was een bijzonder lieve man. In mijn toespraak bij de crematie heb ik dat proberen duidelijk te maken. En ook dat hij een grappenmaker was.

Zo vertelde ik dat mijn neefje lange tijd heeft gedacht dat mijn vader de allersterkste man van de hele wereld was. Want als ome Jan zich goed concentreerde en al zijn krachten samenbalde, dan kon hij, goed opletten nu, met zijn tong zijn tanden naar buiten drukken. Hoe hard mijn neefje ook oefende, hij heeft het mijn vader nooit kunnen nadoen.

Ik sprak ook over de serieuze kant van mijn vader. Die kreeg ik als kind alleen te zien als ik mee naar de bouw mocht. Dan „schaftten” we samen in de keet en zag ik een ernstige man die zich boog over ingewikkelde bouwtekeningen en berekeningen en die vloekte en mopperde als dingen niet gingen zoals hij wilde. Een man waar men ontzag voor had.

Zo zag ik mijn vader het liefst, vertelde ik. Voor die bouwmeester zette ik in de winter sloffen op de verwarming, zodat ze lekker warm zouden zijn als hij thuiskwam. Iets van zijn belangrijkheid straalde dan op mij af.

Want dat was wat ik als kind wilde: een Belangrijke Vader. Niet een vader die op het strand van de Costa Brava de mand met kokosnoten overneemt van de kokosnotenverkoper om luidkeels ‘Cocococóóóóóóó’ roepend zelf aan het venten te slaan. Een vader zoals mijn vriendinnen hadden: een burgemeester, of een huisarts, of een handelaar in Amerikaanse auto’s. Mannen die naar jazz luisterden en kunst aan de muur hadden hangen. Mijn vader hield van James Last en zat op zondag met mijn moeder met sherry en de leesmap voor de open haard.

Inmiddels weet ik dat het allemaal flauwekul is, dat van die jazzplaten en die kunst aan de muur. Want mijn vader gaf mij onvoorwaardelijke liefde en vertrouwen, en meer heeft een kind niet nodig.

Ik vertelde verder dat mijn vader zo gelukkig was geweest met mijn moeder. Dat hij twaalf jaar geleden een huis voor haar bouwde met een lift, voor het geval de ouderdom met gebreken zou komen. Maar mijn moeder werd ziek en alleen de kleinkinderen hebben plezier gehad van die lift.

Gek genoeg vergat ik iets te vertellen. Een anekdote die tekent hoe dol ik op mijn vader was. Als kleuter vond ik het een onverteerbare gedachte dat mijn moeder met mijn vader was getrouwd en dat ik later met een wildvreemde in het huwelijk zou moeten treden. Ik wilde met mijn vader trouwen. Voor mijn moeder zouden we wel een praktische oplossing bedenken.

Eind van het liedje is dat ik nooit ben getrouwd en dat ik daar in die aula zat met links mijn ex en rechts mijn nieuwe lief, die ook niet had kunnen bedenken dat hij aan het bed zou staan als mijn vader zijn laatste adem zou uitblazen.

Over de ontmoeting tussen ex en nieuwe lief zou mijn vader gezegd hebben: „Het is toch prima verlopen zo?” Soms moet je de dingen maar een beetje op hun beloop laten, dat – en heel veel meer – heb ik van mijn vader geleerd.

    • Monique Snoeijen