Lente op het Museumplein

Nederland, Amsterdam, 25-11-2011. De nieuwe gevel van het Stedelijk Museum, bijnaam `de badkuip`, wordt vandaag gepresenteerd. Foto: Olivier Middendorp

Als u dit leest, duurt het nog ongeveer twee weken voordat het nieuwe jaar aanbreekt. 2012! Als de gemeente Amsterdam woord houdt en de plannenmakers zich niet hebben vergist, de aannemers zich niet hebben verrekend, wordt dit voorlopig het belangrijkste jaar van deze eeuw. Ik durf het haast niet op te schrijven, maar vooruit, het heeft al in de krant gestaan, en je kunt het op de schuttingen lezen. In 2012 gaat het Stedelijk Museum weer open.

Voor het eerst sinds het museum een jaar of acht geleden werd gesloten, heeft dit bericht iets geloofwaardigs. De contouren van het vernieuwde gebouw beginnen uit de stijgers te komen. Voor het eerst zien we hoe de beroemde Badkuip, het entree zoals dat door het architectenbureau Benthem Crouwel is ontworpen, eruit ziet. Neem lijn 2,3,5 of 12 stap uit op de hoek van de Paulus Potterstraat en de Van Baerlestraat en ga zelf kijken.

Voor mij was het een verrassing. Toen lang geleden was besloten dat dit ontwerp de eer van de uitvoering gegund was, kreeg de constructie al gauw de bijnaam De Badkuip. Zo gaat dat vaak. Ziet het volk iets eigenaardigs, dan moet dat zo vlug mogelijk gedomesticeerd worden. In Rotterdam wordt het beeld van Ossip Zadkine, Verwoeste stad – de wanhopige man wiens hart uit zijn lichaam is gerukt – Jan Gat genoemd. Hoog op een hoek van een bankgebouw aan de Blaak is een vrouwelijk naakt aangebracht. Ze heet Nakie van het Blakie. En zo moet het ook met dit entree gegaan zijn.

Murw van alle strapatsen met de Amsterdamse musea heb ik dat ontwerp toen waarschijnlijk oppervlakkig bekeken en gedacht: eerst zien, dan geloven. Met de door de jaren vervagende herinnering aan de bouwtekeningen verkeerde ik in de veronderstelling dat deze Badkuip zou worden gebouwd zoals badkuipen over het algemeen worden neergezet: met de bovenkant naar boven. Daar begreep ik niets van, maar gewend aan revolutionaire ontwerpen in de moderne bouwkunst, dacht ik: het zal wel. Vanuit de tram keek ik naar de schuttingen, ik zag de aannemer Midreth failliet gaan, toen ging het Stedelijk even open, ik ging vlug kijken, was al zeer tevreden, maar voor ik dat beseft had, was het alweer dicht.

En toen, vorige week, terwijl ik van achter het tramraam mijn terloopse inspectie deed, werd ik voor het eerst weer eens verrast. De meeste bouwsteigers waren weggehaald. Voor het eerst zag ik het nieuwe entree in zijn majesteitelijke glorie. Waarschijnlijk heb ik toen mijn waarnemingen aan mijn stille verwachtingen aangepast. Ik zag een omgekeerde badkuip! Een langgerekt portaal dat in de verte een beetje op een grote, ouderwetse badkuip lijkt. Hoe had ik me zo kunnen vergissen. Het deed me denken aan het verhaal over het Engelse jongetje dat godsdienstig wordt opgevoed. Hij moet een psalm zingen met een regel The holy cross I’d bear. Hij denkt dat hij zingt: The holy crosseyed bear, en hij begrijpt niet waaraan die schele beer zijn heiligheid aan te danken heeft maar hij durft het niet te vragen.

Dit verhaal is nog niet afgelopen. Deze week, in de avondschemering, kwam ik er weer langs. Toch nog even goed gekeken. Ik had me weer vergist. Dit is wel degelijk een rechtopstaande badkuip. Wat leert deze geschiedenis? Dat je nooit bijnamen moet geven. Rechtop of omgekeerd, dit wordt een prachtig entree. Voor het eerst na jaren kijk ik er weer met hoop en plezier naar.

Maar dan, dat kan ik ook niet helpen, komen de herinneringen. Ik zal niet gaan zeuren over het Lindenlaantje dat ter wille van de vernieuwing meedogenloos is omgehakt. Maar waar is die torenhoge ijzeren sculptuur van Richard Serra gebleven? En er stond toch nog meer moois in die achtertuin? Krijgen we dat volgend jaar allemaal terug? En nu we toch op het Museumplein zijn, volgens mij is de geluidsinstallatie van De Vrouwen van Ravensbrück, de abstracte sculptuur aan de andere kant, niet meer helemaal in orde. Sta je daar op het aluminium plateautje, dan hoor je ver vliegtuiggeronk en af en toe doffe ontploffingen, het geconcentreerde geluid van de oorlog. Vroeger was het niet harder, wel duidelijker.

Bij het vernieuwde museum toch nog een kanttekening. Je kunt het nu haast niet meer geloven, maar in Amsterdam is op dit gebied alles mogelijk. Wat gaan we doen als blijkt dat door welke onverwachte omstandigheden of ontwikkelingen dan ook het vernieuwde museum niet in 2012 maar in 2013 wordt geopend? Zullen woedende kunstliefhebbers zich dan bij elkaar laten twitteren, de lente op het Museumplein uitroepen, de deuren van De Badkuip forceren en massaal op zoek gaan naar The Beanery van Edward Kienholz? Dit zijn nieuwe tijden, niets is uitgesloten. Laat de wethouder gewaarschuwd zijn!

Tenslotte iets dat niets met kunst te maken heeft. Aan de kant van de Van Baerlestraat lag vroeger een koperen gedenkplaat met ongeveer dit opschrift: ‘Hier stonden in november 1981 enkelen van de 400.000 mensen die protesteerden tegen de plaatsing van kruisraketten in Nederland.’ Weet iemand nog wat kruisraketten zijn? Dat hindert niets. Het is geschiedenis.