InHolland is echt niet geholpen met gesnuffel

Met stijgende verbazing las ik dat collegevoorzitter Doekle Terpstra van InHolland een interne onderwijscontroledienst wil instellen (NRC Handelsblad, 10 december). Dat is geen goed idee.

Van 1974-2004 was ik als docent verbonden aan voorgangers van InHolland. Het declaratiegedrag van de docenten werd tot twee cijfers achter de komma gecontroleerd. De verwonderlijke kastekorten die de krant meldt, kunnen niet aan het gedrag van docenten of studenten worden toegeschreven.

Er waren ook serieuze voortgangsvergaderingen, waarin de docenten de vorderingen van de studenten bespraken. Drie keer heb ik een upgrading van een diplomabeoordeling van nabij meegemaakt. Het ging om sommeringen van hogerhand aan de vakdocent om van een 5 een 6 te maken.

Het instellen van een interne controledienst is een macho-oplossing, een bij calamiteiten toegepaste structuuringreep die geen herwonnen vertrouwen zal brengen. Zo’n structuuringreep zal docent noch student centraal stellen. Ze zal centralisering, technocratisering, bureaucratisering en bovenal onderlinge achterdocht in de hand werken. ‘Snuffelen’ en ‘in laatjes kijken’ zal ons toekomstperspectief worden. Zo’n oplossing is een onderwijsinstelling die ondermeer hoogwaardige personeelwerkers en human-resourcedevelopers moet afleveren, onwaardig.

Inderdaad, InHolland heeft behoefte aan geloofwaardige bestuurders. Hopelijk nemen de opvolgers van Terpstra diens raad serieus, maar leggen ze zijn idee voor die interne onderwijscontroledienst terzijde. Dan kunnen zij het voortouw nemen in het streven naar een betrouwbare organisatie, met een leerklimaat waarin docenten, medewerkers en managers samen werken aan een constructieve en degelijke voorbereiding op een beroep in de samenleving; een klimaat dat ook een toonbeeld is van ‘zo gaan mensen met elkaar om’: alert en te goeder trouw.

F.D. Wirtz

Zeist

    • F.D. Wirtz Zeist