Ik vier al 30 jaar mijn verjaardag niet meer

Ted Langenbach (52), grondlegger van de eens zo vermaarde dansclub Now & Wow, maakt na vijf jaar zijn rentree als multiartiest in ‘zijn’ Rotterdam. Vanavond beleeft het festivalNow & Wow de eerste editie, onder de noemer ‘Fest’. „Mensen zoeken afleiding en vertier, een uitlaatklep.”

Levend magazine

„Now & Wow staat voor veel mensen gelijk aan een heel grote, smakelijke taart. Wij zien het als een levend magazine, dat zaterdag opnieuw wordt uitgebracht. In de vorm van een festival ditmaal. Met bandjes, deejays, iconen, theater, beeldende kunst, mode, design, noem maar op. Het oude en nieuwe publiek moeten samenkomen. Dat is het doel. De laatste jaren heeft iedere subcultuur zich teruggetrokken in zijn eigen feestje, zeker hier in Rotterdam. Dat willen wij doorbreken. Alle ijsschotsen moeten weer samensmelten.

„Zeker bij de allerjongste generatie – de jongens en meisjes van pakweg zestien, zeventien jaar – is sprake van ‘overcommunicatie’. Ruiken, voelen en proeven doen ze nauwelijks meer, de hele dag zijn ze in de weer met hun smartphone en hun iPad. Het echte leven ontgaat ze. In Rotterdam doen we vooralsnog twee festivals per jaar, te beginnen in de Maassilo. Vanuit steden als São Paulo en Berlijn is ook belangstelling getoond, dus wie weet gaan we de grens over.”

Lady Gaga

„Now & Wow is een sterk merk en een cool brand, dus hebben we de naam intact gehouden. Ons motto is ook hetzelfde gebleven: breed profileren, diep confronteren. Maar we brengen geen kopie van het verleden. We herdefiniëren de actualiteit en brengen het publiek in contact met artiesten van wie ze later zeggen: hé, die heb ik ooit als een van de eersten zien optreden. Zoals we dat ooit met Lady Gaga hebben gedaan. Die kwam voor duizend euro naar Rotterdam. Daar praten mensen nu nog over.”

Verhuurschuren

„Hans Vervat [oud-wethouder en havenondernemer] zei ooit tegen mijn partner Pietra en mij: jullie hebben 20 miljoen euro voor de stad verdiend. Ik denk dat het waar is. Met Now & Wow hebben we Rotterdam vanaf eind jaren negentig stevig op de kaart gezet als uitgaansstad. Elke zaterdag was het feest, en dat waren geen dertien-in-een-dozijn-avonden. Allerlei verschillende subculturen kwamen thuis in een avant-gardistische huiskamer. Dat was onze kracht, onze bijdrage aan de stad. Vrijwel niets hebben we van onze creatieve inbreng teruggezien. Dat steekt. Anderen gingen met onze ideeën aan de haal: de copycats en de slechteriken van het snelle geld en hun verhuurschuren. In zekere zin zijn we het slachtoffer geworden van ons eigen succes, ja.”

Rotterdam

„Met Rotterdam onderhoud ik een haat-liefdeverhouding. Al jaren. Ik ben hier geboren, mijn familie komt hier vandaan. Maar de laatste jaren zijn er momenten geweest dat Pietra en ik dachten: we gaan weg, we hebben hier niets meer te zoeken. Zoals vlak na het debacle met poppodium Watt, toen horecapartijen en bestuurders elkaar in haren vlogen, waardoor ik [als creatief directeur] uiteindelijk 150.000 euro ben kwijtgeraakt, geen feesten meer kon organiseren en last had van reputatieschade.

„Ik was woedend, ook al kan je zeggen dat ik misschien naïef ben geweest. Ik wilde zo graag weer mijn eigen avonden organiseren dat ik zonder al te veel nadenken destijds heb getekend voor Watt. Te gretig, ja. Ik dacht: het stadhuis beschermt me wel in geval van nood. Niet dus. Ze hebben me als een baksteen laten vallen.”

Mopperen

„Pietra en ik hebben de laatste jaren niet stilgezeten. We hebben [modemerk] G-Star geadviseerd en onder hun vlag feestjes gegeven in Berlijn, Barcelona, New York, ja, zelfs in Amsterdam. Daarnaast was ik cultureel adviseur in Eindhoven. In Rotterdam deed ik niet meer dan een beetje op mijn fietsje rondrijden en constateren dat het uitgaansleven tot stilstand was gekomen.

„Zelf kwam ik niet aan de slag, ik ging een beetje mopperen in de kranten. Want het leek wel of ik een beroepsverbod had. Maar die kritische noten over oneerlijke concurrentie bijvoorbeeld werden niet gewaardeerd op het stadhuis. Heel frustrerend. En bij de slager en de taxichauffeur moest ik intussen maar uitleggen waarom de stad wel 50 miljoen in een Jongerenjaar stak en wij met de nek werden aangekeken. Mijn woede trapte ik weg in de sportschool. De grootste ergernis heb ik achter me gelaten. Ik mag weer aan de slag, ik ben weer blij.”

Veiligheidsindustrie

„Feit blijft dat Rotterdam denkt in stenen en cement en in Koolhaas-torens, maar niet in mensen. Iconen zijn verwaarloosd. Onbegrijpelijk. Voor een stad die kampt met een hoge werkloosheid, die relatief veel armoede kent en beschikt over een grotendeels leeg centrum. Maak je stad aantrekkelijk, zodat de studenten en andere high potentials hier blijven en in Rotterdam hun geld uitgeven. Zodat werkgevers deze kant opkomen. Maar in plaats van de entrepreneurs en de forecasters te koesteren wordt hen het werken onmogelijk gemaakt door een wirwar aan regeltjes en door die overspannen veiligheidsindustrie.

„Het is vooral de bemoeizucht van de politiek met de jongerencultuur die me ergert. Zeg maar het links populisme en de idiote gedachte dat alles maakbaar is, terwijl politici en ambtenaren in werkelijkheid vijf jaar achter de vraag aanhobbelen. Daar strijd ik tegen, net zoals ik strijd tegen de eenvormigheid. Dat iedereen in hetzelfde jasje rondloopt, met dezelfde schoentjes, enzovoort.”

Penopauze

„Mijn leeftijd is geen teer punt, maar is het relevant om in een stuk te melden dat ik 52 ben? Mijn antwoord is ‘nee’. Omdat veel lezers dan toch zullen denken: ach ja, die Langenbach, die zit in zijn penopauze. Terwijl dat de grootst mogelijke onzin is. Nog regelmatig word ik op straat aangesproken door zeventienjarigen. Dus hoezo ‘ouwe lul’? Ik vier al dertig jaar mijn verjaardag niet meer, ik voel me ook geen 52. Nog elke dag ga ik naar de sportschool, ik rook en ik drink niet. Leeftijd is in mijn kringen ook geen issue. In Berlijn staan mensen van 17 en 67 samen op de dansvloer, dus waar praten we over?”

Eurocrisis

„We zijn zaterdag uitverkocht. Zo’n vierduizend mensen hebben een kaartje [à 25 euro] gekocht, onder wie veel vrouwen. Dat laatste verbaast mij niet. Rotterdam is een ongelooflijke machostad, met veel te weinig mogelijkheden voor vrouwen en homoseksuelen. Onze programmering is grotendeels een verrassing. Namen ontbreken op onze flyers. Vrouwen komen voornamelijk voor de sfeer, mannen vooral voor de namen.

„We hadden ook geen beter moment kunnen kiezen. De eurocrisis slaat iedereen lam. Mensen hebben behoefte om al dat negativisme te ontvluchten. Ze zoeken afleiding en vertier, een uitlaatklep. Die bieden wij. Op straat worden we aangeklampt: goed dat we weer feesten organiseren. Dat enthousiasme, vaak van volslagen onbekenden, werkt aanstekelijk.”

Social media

„Sinds afgelopen zomer hebben we ons team uitgebreid met een paar jonge, enthousiaste gasten die goed thuis zijn in de social media. Dat was nodig, hoewel ik ook wel weet wat Facebook is en hoe dat werkt. Toch ben ik van de old school: beetje sms’en, dat werk. Ik twitter zelden. Af en toe kan ik knap chagrijnig zijn en op zulke momenten is het niet handig om je emoties met iedereen te delen.”

Partypaus

„Filmmaker Jan Louter heeft een documentaire over Pietra en mij gemaakt, die vorig jaar in première is gegaan. Zijn opzet was om te laten zien welke betekenis ik als ‘partypaus’ voor de stad heb en heb gehad. Maar ja, door de ondergang van Watt werd het een beetje een triest verhaal. Onze kwetsbare kanten kwamen daardoor ook ruim aan bod. Mensen bleken verbaasd. ‘Zijn jullie dat?’ Ja, dat zijn wij. Of beter: dat waren wij. Want zo zie ik het: met het festival Now & Wow sluiten we een nare periode af.”