Hopen op de eurocalyps

Hopelijk kan de val van de euro onze gezondheid redden, stelt Beatrijs Ritsema.

De Europese leiders doen op de ene na de andere topconferentie hun best om de eurocrisis te bezweren. Toch heerst er een wat paniekerige stemming. De toekomst lijkt bijzonder ongewis en in die groeiende malaise krijg ik vanzelf fantasieën over het leven na de eurocalyps. Wat zou er gebeuren als de euro daadwerkelijk instort en het dagelijks leven knarsend tot stilstand komt? Geen geld meer uit de pinautomaten, spaargeld verdwenen, faillissementen, ruilhandel, moestuinen, enfin, grootschalige instantarmoede.

Het denken aan zo’n kladderadatsch is niet deprimerend, integendeel – op een rare manier word ik opgewekt van het vooruitzicht om alle zeilen bij te moeten zetten om te overleven. Het is weer eens wat anders dan baden in weelde en stiekem heb ik genoeg vertrouwen in mijn zelfredzaamheid, mocht de boel de soep in draaien. Het is evident dat een instorting van de euro onnoemelijk veel schade zal aanrichten en dat dit moet worden voorkomen. Toch zou ook een ramp van dergelijk formaat onvoorziene voordelen kunnen hebben. Neem bijvoorbeeld eten.

Een van de grootste problemen van deze maatschappij is de overvloedige beschikbaarheid van voedsel. Het is overal te krijgen en het kost niets, nou ja, een grijpstuiver. Gedurende het grootste deel van de geschiedenis stonden bijna alle inspanningen van de mensheid in het teken van voedsel verkrijgen. Door het op te jagen of te verzamelen, door het te verbouwen, of door hard te werken om het te kunnen kopen. Nog in de jaren zestig van de vorige eeuw werd gemiddeld een kwart van het inkomen besteed aan voedsel. Nu ligt dat aandeel in de rijke, westerse landen onder de tien procent. Een modaal gezinsinkomen wordt voor 90 procent aan andere benodigdheden dan eten en drinken gespendeerd. Het kan niet anders of de relatief lage prijs van levensmiddelen heeft een ontremmende werking op de consumptie ervan. Mensen gaan alleen zuinig om met dingen die schaars zijn. Overvloed leidt tot verkwisting.

In het geval van voedsel zit de verkwisting minder in het ongebruikt weggooien ervan (hoewel dat ook gebeurt), maar in de consumptie zelf: er wordt simpelweg meer gegeten en meer gedronken. Dat valt af te leiden uit de toename van het aantal trakteermomenten en de massa’s scholieren die tijdens schoolpauzes in de rij staan voor supermarktkassa’s met zakken chips en blikjes frisdrank. Baby’s en peuters die in hun maxicosi’s aan flesjes appelsap lurken, kleuters met pakjes suikerdrank. Overal etende mensen en automaten met snacks. Op balies van wachtruimtes staan glazen kommen met snoepgoed voor passanten.

Voedsel heeft door zijn alomtegenwoordigheid ook de functie van sluipmoordenaar ontwikkeld. In het rapport ‘Preventie van welvaartsziekten’ presenteert de Raad voor Volksgezondheid alarmerende cijfers over de gezondheidsverschillen tussen hoog- en laagopgeleiden. Niet alleen gaan mensen uit de lagere klassen gemiddeld tien jaar eerder dood, er gaapt ook een enorme kloof tussen rijk en arm met betrekking tot het aantal sukkeljaren dat aan de dood voorafgaat. De laagstopgeleide vrouwen krijgen rond hun 52ste jaar gezondheidsproblemen – twintig jaar eerder dan de vrouwen met hoger onderwijs, die daar pas op hun 72ste mee te maken krijgen.

Verschillen in gezondheid en levensduur tussen de lagere en de hogere klassen zijn er altijd geweest, maar de ziektes van de huidige armen hebben andere oorzaken dan die van vroeger. Over roken is al veel gezegd. Veel ziektes hangen ook samen met leefstijl: te veel eten, te weinig bewegen, oftewel obesitas. De helft van de Nederlandse bevolking kampt met overgewicht. Maar morbide obesitas is overwegend een zaak van de lagere klassen.

De Raad bepleit een hogere belasting op ongezond eten, roken en alcohol, en een verhoging van het btw-tarief op voedsel in het algemeen. De regering bij monde van minister Schippers ziet meer in preventieprogramma’s die zich richten op beweging en sport. Betutteling is niet des VVD’s en als de burgers zich ongezond willen gedragen is dat hun goed recht, nog afgezien van de commerciële belangen van de voedselindustrie en de detailhandel.

(Willen) ingrijpen in de leefstijl van de lagere klassen is een instelling die nauwelijks van de grond valt te krijgen in deze autoriteitsvijandige cultuur. Het hele idee van een hoger iemand die tegen een lager iemand zegt hoe die zijn leven moet inrichten wekt weerstand. Als iemand toch eens een beschavingsoffensief onderneemt, wordt er keihard met hem afgerekend, zoals Jamie Oliver in Groot-Brittannië overkwam toen hij gezonde lunches in schoolkantines probeerde in te voeren. Onvergetelijk was de scène waarin woedende, dikke moeders hun kinderen pizza en friet aanreikten tussen de spijlen van het schoolhek door. ‘Mijn kind verdient geen konijnenvoer’, sprak een van hen tot de camera.

Heropvoeding van de ongezonde-leefstijlers, voorlichting, preventie, actieprogramma’s – het zal allemaal weinig zoden aan de dijk zetten tegenover de massieve verleiding van voedsel in de dagelijkse leefwereld. Als het beschikbaar is, zal het worden geconsumeerd. Ook huisdieren, waarvan je misschien vanwege hun dierlijkheid zou verwachten dat ze zich verre houden van de menselijke zonde der onmatigheid, blijken steeds meer aan overgewicht te lijden. En waarom eten honden en katten te veel? Omdat het voedsel voor hun neus wordt gezet!

De kwestie gezond of ongezond voedsel valt hierbij in het niet. Geen enkel levensmiddel is intrinsiek ongezond. Er is niets mis met friet, hamburgers, marsen, spritsen en borrelnootjes. Light-producten wekken een valse schijn van gezondheid. Vruchtensap is zeker niet gezonder dan cola, want er zit evengoed een bom suiker in. Het enige wat ertoe doet is de frequentie waarmee het wordt geconsumeerd en de hoeveelheid die achterover wordt geslagen.

De mens is niet geneigd tot matigheid. Gulzigheid oftewel vraatzucht staat niet voor niets bij de zeven hoofdzonden. Onze voorouders hadden het makkelijk: zij konden hun wilskracht inzetten om aan eten te komen, terwijl wij onze wilskracht moeten gebruiken om van eten af te blijven. In dit licht zou een draconische prijsverhoging van levensmiddelen een gunstig effect hebben op de obesitasepidemie en vervolgens op de volksgezondheid. Als je zeven euro voor een energy-drankje moet betalen, zet je toch eerder een pot thee.

Maar die financiële vraatzuchtbegrenzers zullen er niet komen. De politiek zal er haar vingers niet aan willen branden, de commercie zal een veto uitspreken, en de burgers zullen moord en brand jammeren. Dan komt het aan op de val van de euro om de volksgezondheid te redden.

Beatrijs Ritsema is psycholoog en publiciste.

    • Beatrijs Ritsema