Groeiende rol commando's in oorlog is gevaarlijk

P ersoon van het Jaar is hij niet geworden, admiraal William McRaven. Maar hij kwam toch op een mooie, zij het onopvallende tweede plaats. De hoge Amerikaanse militair moest de betogers uit de Arabische wereld, Madrid, New York en Moskou laten voorgaan. Zij werden deze week als ‘de demonstrant’ door het weekblad Time tot Persoon van het Jaar uitgeroepen – en daar valt weinig op af te dingen. Want hoe het ook afloopt met de diverse protestbewegingen, in de Arabische wereld hebben ze de geschiedenis al een verrassende wending gegeven.

Admiraal McRaven is om een andere reden interessant. Hij staat voor een manier van oorlogvoeren die sterk in opkomst is.

Vanuit het Afghaanse Jalalabad had hij op 1 mei de leiding over de militaire operatie waarbij Osama bin Laden in zijn huis in Pakistan werd gedood. McRaven kreeg er van Time het predicaat runner-up voor, een soort publicitaire troostprijs die hij mag delen met onder anderen de Chinese kunstenaar en dissident Ai Weiwei en Kate Middleton, de nieuwe Britse prinses.

Voor de Verenigde Staten was het natuurlijk een enorme mijlpaal dat Bin Laden, bijna tien jaar na 9/11, eindelijk te grazen was genomen. Maar Al-Qaeda was daarmee niet uitgeschakeld. En de wereld is er niet wezenlijk door veranderd. Terecht staat McRaven dus niet op de cover van Time.

Wel steekt het blad uitgebreid de loftrompet over de militair. En over het soort commando-operaties waarin McRaven, zelf opgeleid als Navy SEAL, een specialist is.

De Amerikanen maken in Afghanistan, en mogelijk ook in andere conflictgebieden, steeds meer gebruik van commando’s en andere special forces. Zo voerden zij alleen al in de nacht dat in Abbottabad het huis van Bin Laden werd bestormd, op verschillende plaatsen in Afghanistan nog eens dertien vergelijkbare operaties uit om kopstukken van Al-Qaeda en de Talibaan gevangen te nemen of te doden.

En dat gaat zo iedere nacht. Gemiddeld voert het commandocentrum waarover McRaven de leiding had (het Joint Special Forces Command, of JSOC) per nacht zeven overvallen uit, aldus Time. Zo’n 2.500 per jaar dus.

In de Amerikaanse terreurbestrijding is dit soort acties niet meer weg te denken. Regelmatig gaat het daarbij om gerichte executies. Met onbemande vliegtuigjes voeren de Verenigde Staten zulke operaties ook uit in Jemen, Somalië en Pakistan. Rechters komen er niet aan te pas voordat een terreurverdachte op deze manier gedood wordt. Er bestaan zelfs amper wetten voor deze vorm van oorlogsvoering. Maar het is een stuk goedkoper dan de inzet van grondtroepen. En bij de vijand stapelen de verliezen zich op.

Of het ook effectief is, valt te betwijfelen. Van George W. Bush is bekend, schrijft Time, dat hij in zijn bureaula in de Oval Office een lijst had liggen met namen en portretjes van Al-Qaeda-kopstukken. Als er één uit de weg was geruimd, of gevangengenomen, zette de president een kruis door zijn gezicht. Goed voor het moreel waarschijnlijk, maar in de praktijk staat er meestal al snel weer een vervanger klaar om de opengevallen plaats in te nemen.

Pleitbezorgers van deze aanpak zeggen dat commando’s hun doelen heel precies kunnen uitzoeken, zodat er relatief weinig burgerslachtoffers bij vallen. Dat mag zo zijn, maar van de acties gaat een groot intimiderend effect uit, zeker als ze met onbemande vliegtuigjes worden uitgevoerd. Van het streven de hearts and minds van de bevolking te winnen, blijft zo weinig over.

Ondertussen ziet de hele wereld dat dit voor Amerika nu staande praktijk is. En dat de Amerikanen zich, ook onder Obama, in hun strijd tegen het terrorisme nog maar weinig aantrekken van landsgrenzen, of van het internationale recht. Dat is gevaarlijk.

Het valt te verwachten, en te vrezen, dat andere landen het Amerikaanse voorbeeld zullen volgen. En als ze kritiek krijgen over de manier waarop ze hun vijanden uitschakelen, kunnen ze hun critici de mond snoeren door naar de VS te wijzen.

De Amerikaanse regering zegt zorgvuldige afwegingen te maken voor tot een liquidatie wordt besloten. Maar wie zorgt voor de onafhankelijke controle? Extra schimmig wordt het doordat de rollen van de strijdkrachten en de CIA steeds meer door elkaar lopen. De verwevenheid van die twee instellingen, die principieel verschillende verantwoordelijkheden en bevoegdheden hebben, wordt nog versterkt op het personele vlak. Minister van Defensie Panetta is oud-directeur van de CIA. Zijn opvolger bij de inlichtingendienst is een ex-militair, generaal buiten dienst Petraeus.

Met de actie in Abbottabad heeft admiraal McRaven de geschiedenis geen beslissende wending gegeven. Maar wel maakt hij deel uit van een ingrijpende omslag in de oorlogsvoering, die alle aandacht verdient.

Juurd eijsvoogel