Gereformeerde wegbereider van de euthanasie

Nu is het nauwelijks meer voorstelbaar. Nog tot in de jaren 70 van de vorige eeuw kregen terminale patiënten niet te horen dat ze ongeneeslijk ziek waren. Ook als zij nog minder dan een dag te leven hadden zeiden artsen dat het een stuk beter ging. De hoogleraar Interne Geneeskunde Cees van der Meer (1922) vond dat als student al verschrikkelijk. Anne-Mei The beschrijft dat in haar boek Verlossers van God, over euthanasie in Nederland. Zij typeert de gereformeerde Van der Meer als een van de eersten die inzag dat artsen eerlijk met patiënten over de dood moesten praten. Van der Meer bepleitte ook het stoppen met behandelen en later euthanasie. „Hij was de wegbereider van euthanasie”, zegt The. „Die erkenning heeft hij nooit gekregen. De latere voorvechters van het zelfbeschikkingsrecht hebben het thema euthanasie van hem weggekaapt.” Zelf zou de bescheiden Van der Meer dat waarschijnlijk nooit zo hebben gesteld.

Van der Meers oratie in 1970 ging over stervensbegeleiding en het tijdig beëindigen van behandelingen. Volgens programmamaker Henk Mochel van de NCRV, was dat destijds zo taboedoorbrekend dat hij Van der Meer vroeg voor een tv-interview en radio-uitzending. Daarin vertelde de internist aan een patiënt dat hij zou sterven. Zoiets was nooit eerder vertoond. „Het was baanbrekend”, vertelt zijn vroegere student Jan Molenaar.

Nog lang voor de euthanasiewet, willigde Van der Meer een euthanasieverzoek in. Hij meldde het bij justitie en werd vervolgd. Uit barmhartigheid had hij zijn doodzieke patiënt uit zijn lijden verlost. Pas een jaar later werd de zaak geseponeerd. Het lijkt opmerkelijk dat een diep gelovig man met een aanstelling bij de Vrije Universiteit, het euthanasiedebat aanzwengelde. „Maar juist bij de VU zaten vooruitstrevende mensen”, zegt hoogleraar endocrinologie Paul Lips, een van de laatste promovendi van Van der Meer. Zij benaderden hun vak breder dan alleen vanuit de technologie.

Bij Van der Meer speelden ook eigen ervaringen mee, schrijft The. Op jonge leeftijd verloor hij zijn moeder, in het kraambed van haar vierde kind. Niemand bood troost: „Denk maar aan Jezus, dan komt alles goed”, zei men. Ook het verlies van zijn gehandicapte dochter, nog geen twee jaar oud, beïnvloedde zijn opvatting over sterven.

De overlijdensadvertentie van Van der Meer, verschenen op 3 december, vermeldt dat hij niet alleen „initiator” was van de discussie over het levenseinde, maar ook van die over transseksualiteit. Als wetenschapper deed hij onderzoek naar hormonen en stofwisseling. In de door hem opgerichte ethische commissie van de VU, heeft hij altijd zijn collega Louis Gooren gesteund. Die verwierf wereldfaam met de ontwikkeling van een geslachtsaanpassende behandeling. Mensen die hem gekend hebben herinneren Van der Meer allemaal als modern voor zijn tijd, een echte vernieuwer. Hij is 89 jaar geworden.

Antoinette Reerink

    • Antoinette Reerink