Doktersassistent (7)

In het artikel ‘Doktersassistente als doorbitch’ (Wetenschapsbijlage 3 december) wordt gesproken over ‘de zorg die de patiënt wenst’. Dat klinkt mij iets te veel als: ‘U vraagt, wij draaien’. In tijden van schaarste van middelen en bemensing kunnen we ons dit niet permitteren en zullen er keuzes gemaakt moeten worden. Waarom niet ‘de zorg die de patiënt nodig heeft’? Maar wie bepaalt dat? De doktersassistente kijkt bij een goede triage samen met de patiënt wat deze echt nodig heeft en op welk moment. Het legt een drempel, maar dit is onvermijdelijk in een tijd, waarin de consumptie in de zorg al maar toeneemt door vergrijzing en consumentisme. Een patiënt die moe is mag uiteraard op het spreekuur komen, maar moet dat perse vandaag? Vaak kan er best even afgewacht worden of kan de patiënt zelf dingen ondernemen om zichzelf te helpen. In de periode 2006-2009 is het aantal huisartscontacten voor kleine klachten met 35 procent gegroeid, terwijl het totale aantal in die periode ‘slechts’ 17 procent steeg. Het vermogen om even af te wachten lijkt dus af te nemen.

E. Cremers,

huisarts, via e-mail