De zwarte populier, waar is die toch gebleven?

Nieuwe Atlas van de Nederlandse Flora Stichting Floron, KNNV, 173 pagina’s; 1.500 kaarten; €39,95

Waar in Nederland kun je nog het rozenkransje vinden? Dat mooi roze bloeiend plantje dat eeuwenlang zo algemeen was in droge heides en duingraslanden en nu bijna nergens meer is te vinden. En hoe is het afgelopen vijftig jaar gegaan met de inheemse zwarte populier, die nu bijna verdrongen is door de Canadese populier? En met ronde zonnedauw, dat vleesetend plantje waar je soms nog een half opgegeten vliegje in kon terug vinden?

In de Nieuwe Atlas van de Nederlandse flora is van deze en nog 1.500 andere plantensoorten te vinden waar ze in Nederland voorkwamen tussen 1900 en 2004. De kaarten zijn gebaseerd op bijna 11 miljoen waarnemingen van enkele duizenden vrijwilligers en professionals. Vandaag wordt deze atlas gepresenteerd op het jaarlijkse congres van Stichting Floron, die alle waarnemingen verwerkt.

Even doorbladeren maakt snel duidelijk welke soorten floreren in het verstedelijkte Nederland: braam, brandnetel, zevenblad, straatgras, Canadese fijnstraal, haagwinde. Dat zijn de soorten met veel zwart op de kaart. Ze houden van meststoffen. Ze houden van droogte, betreding en omwoeling door de mens, van steen en van warmte. Ook is snel te zien welke soorten hulp behoeven: op hun kaart zijn nog maar een paar zwarte stipjes te zien. Het zijn de soorten die van natte gronden houden (ronde zonnedauw), van bepaalde elementen (zinkviooltje in Zuid Limburg), van arme bodems en van openheid.

Zo’n mooi landelijk overzicht was er nog niet eerder. Weliswaar had Floron in 1987 al een atlas met de hand gemaakt. Maar afgelopen 25 jaar is er veel veranderd, zoals ook is te zien aan de kaarten. Sinds 1900 zijn er meer dan 100 soorten bijgekomen. En tussen die nieuwkomers – vaak verwilde tuinplanten uit Azië en Zuid-Europa – zijn er heel wat die bezig zijn met een opmars, zoals grote waternavel, straatliefdegras, dropplant (een paarse lipbloemige) en armbloemige look (een uiensoort).

Helaas gaan de kaarten maar tot 2004 en had Floron geen geld meer voor verklarende verhalen. Maar gelukkig is er een schat aan verhalen over recente waarnemingen te vinden op de site van Floron, en op die van regionale natuurverenigingen zoals de KNNV van Amsterdam die ‘de intocht van nieuwkomers nauwgezet volgt’. En even wat klikken bij hun kaartje van Groot Amsterdam leert dat ronde zonnedauw daar in 2006 toch nog in negen kilometerhokken is gesignaleerd.

Wat meteen de toekomst aangeeft voor ook de landelijke kaarten. Die komen, zo leert navraag bij Floron, op de site www.floravannederland.nl van Floron, beeldbureau Perspectief, Wageningen UR en Radboud Universiteit. Op die site staan nu al de eerste verhalen en filmpjes over soorten en soortgemeenschappen. Hij zal gekoppeld worden aan de internationale Encyclopedia of life (www.eol.org), waarin al ‘bijna een miljoen soorten een eigen website hebben’. Straks even doorklikken op je smartphone, en je ziet waar ronde zonnedauw elders in de wereld voorkomt. En dat is natuurlijk handiger dan zo’n dikke atlas met verhalen mee naar het veld nemen.

Marianne Heselmans

    • Marianne Heselmans