De leerplicht geldt gewoon op wereldreis

Twee ouders namen hun – leerplichtige – kinderen mee op wereldreis. Tijdens die reis zouden ze meer leren dan op school, redeneerden ze. Maar zou de rechter er ook zo over denken?

Bijna een jaar geleden vertrokken Bert Kamsteeg en Leony Coppens met hun zonen Luut en Midas (toen 9 en 7) uit Den Haag voor een reis van vier maanden door Zuid- en Noord-Amerika. De school vond het goed – ze namen de lesstof mee –, de leerplichtambtenaar niet. Deze week moest Kamsteeg (als gezinshoofd) zich voor de Haagse kantonrechter verantwoorden. Het werd een pittige confrontatie met het gezag.

„U bent vandaag verdachte in een strafzaak”, begint de rechter. Ze kijkt Kamsteeg, recht tegenover haar in de beklaagdenbank, van onder zware wenkbrauwen strak aan. „U wist dat u die reis niet mocht maken. Wat dacht u? What the heck, we gaan toch? Aju paraplu, dan betalen we wel een boete?”

Kamsteeg legt uit dat de reis een weloverwogen beslissing was. Het zou voor de kinderen een leuke en zinnige ervaring zijn. Ze zouden kennismaken met andere landschappen, culturen en samenlevingen en veel meer leren dan in dezelfde periode op school. Ja, ze wisten dat ze de Leerplichtwet overtraden, maar hoopten dat de rechter begrip zou hebben voor hun motieven en die in haar oordeel zou betrekken. In de zaal knikt Coppens mee.

De rechter is vol onbegrip. „U dacht dat we hier zouden zeggen: leuk, u kunt weer gaan?” De officier: „In Nederland hebben we regels. Een daarvan is: kinderen gaan naar school. Die regel heeft u overtreden.”

Wilt ú nog wat vragen, zegt de rechter tegen advocaat Stoet, de vader van een schoolvriendje van Midas. Ja, hoe het met de jongens ging toen ze terug waren. Goed, antwoordt Kamsteeg, zich half omdraaiend om hem aan te kijken, ze hadden op school een lichte voorsprong. De rechter: „U kunt naar mij kijken als u antwoord geeft.”

In zijn pleidooi wijst Stoet erop dat sommige leerplichtambtenaren wel toestemming geven voor een wereldreis. In deze krant kwam eerder dit jaar een gezin uit Lelystad aan het woord, dat met een dochter van zes een jaar door het Midden-Oosten had gereisd. Ze kreeg les via de Wereldschool, een gesubsidieerde instelling die lessen verzorgt voor Nederlandstalige kinderen in het buitenland. Geen probleem, vond de leerplichtambtenaar in Lelystad.

De rechter gaat over tot de uitspraak. Ze zegt dat ze „niks kan” met andere gevallen, want elk geval is anders. Zij vindt dat regels er zijn om je aan te houden. En dat het een slecht voorbeeld voor kinderen zou zijn te laten zien dat je de wet kunt overtreden zonder er straf voor te krijgen. Ze legt 750 euro boete op, eventueel te vervangen door 15 dagen hechtenis.

Leony Coppens voelt zich respectloos behandeld, zegt ze na afloop. „Ze deed geen enkele poging zich in ons in te leven.” Bert Kamsteeg: „Alsof ze niet weet dat wetten aan verandering onderhevig zijn.”

Hij bedoelt: in de tijd dat de Leerplichtwet geschreven werd (1969), maakten gezinnen nog geen wereldreizen. Goede jurisprudentie zou kunnen leiden tot modernisering van de wet. Dáár hadden ze graag aan bijgedragen.

De rechterlijke suggestie dat ze hun kinderen het verkeerde voorbeeld geven, steekt. Coppens had terug willen zeggen, sms’t ze later, „dat we onze kinderen leren respect te hebben voor anderen en te blijven nadenken over regels”.

De boete valt hen mee. Maar, zegt Coppens, al was hij veel hoger geweest: „Ik zou nog geen ogenblik spijt hebben dat we zijn gegaan.”

    • Joke Mat