Brieven over Martin Bosma

Letterlijk gezegd? Nee. Toespelingen? Jazeker

PVV-Kamerlid Martin Bosma schrijft in Opinie & Debat van 10 december: „Ik definieer links nergens als volksvijand.” In zijn boek De Schijn-élite van de Valse Munters zou ook de term ‘verrader’ niet voorkomen. Dat klopt wel. Maar Bosma is verstandig genoeg om te beseffen dat je de woorden niet letterlijk hoeft te gebruiken om er wel op te zinspelen.

Tot twee keer toe citeert hij Melanie Philips, waarbij links wordt aangewreven dat ze „het recht van het volk vernietigen om te leven in een maatschappij die gekenmerkt wordt door een gemeenschappelijke geschiedenis, godsdienst, wet, taal en tradities”.

De tweede keer voegt hij eraan toe: „De elites zijn in opstand gekomen tegen de gewone burger die zij zien als achterlijk, reactionair, seksistisch, nationalistisch, ouderwets, burgerlijk, zonder goede smaak en zelfvoldaan. Door miljoenen mohammedanen naar het Westen te halen, worden die waarden naar de achtergrond gedrongen. Het klootjesvolk dat waagt te klagen over een vreemd luchtje in het portiek, krijgt eindelijk de rotschop die het verdient. Henk en Ingrid kunnen gaan. […] De linkse kak tegen het volk.” Ten aanzien van tegenstanders van massa-immigratie schrijft hij bijvoorbeeld: „Het hele subsidienetwerk van links is uit op je ondergang.”

Meer van dergelijke toespelingen lezen? Lees Bosma’s boek – het zijn er te veel om op te noemen. Hij heeft gelijk, de woorden volksvijand en verrader worden niet genoemd. Zuivere definities en feiten, daar gaat het in zijn boek ook niet om. Het gaat vooral om stemmingmakerij en publiciteit. En dat gaat hem niet slecht af.

Paul Tempelaar

Almelo

Stop deze onzinnige mierenneukdiscussie

NRC-columnist Jensma krijgt van PVV’er Martin Bosma (Opinie & Debat, 10 december) het verwijt dat laatstgenoemde het nergens in zijn boek heeft over ‘de’ moslims. Ik citeer uit de Schijn-élite: „Misschien dat individuele moslims zich hier en daar aanpassen, de islam kan dat niet” (p. 304). „Het grote geluk van het Westen bestaat eruit dat lang niet alle moslims bekend zijn met de finesses van de islamitische ideologie (p. 173).” „Dit (het aaneenrijgen van moslimenclaves in stedelijke gebieden) binnen de grotere driehoek Malmö, Marseille, Manchester, waar de islam zich het sterkst zal laten gelden. De grenzen van die enclaves zullen niet vreedzaam zijn” (p. 149). Mag ik uit deze citaten concluderen dat Bosma de islam als ideologie verwerpelijk vindt? Me dunkt van wel. Mag ik concluderen dat Bosma vindt dat de meeste moslims zich niet aanpassen? Me dunkt van wel. Mag ik concluderen dat Bosma vreest dat als alle moslims bekend zijn met de finesses van de islamitische ideologie, het einde zoek is? Me dunkt van wel. Mag ik concluderen dat moslims geweld zullen gebruiken als ze eenmaal de macht in handen hebben? Me dunkt van wel. Mag ik vaststellen dat Bosma de islam en daarmee de moslims als vijand beschouwt? Nee, dat mag niet, want dat zegt Bosma nergens in zijn boek.

Ik denk dat het tijd is dat er aan de mierenneukdiscussie met Bosma een einde komt. Een echte inhoudelijke discussie over de inhoud van Bosma’s boek is nu meer dan op zijn plaats. Argumenten voor, argumenten tegen. Bosma is lid van een partij die zich in het centrum van de macht bevindt. Het volk, zowel de elite als Henk en Ingrid, heeft meer dan ooit recht op dit debat.

Jan Jaap de Ruiter

Arabist Universiteit van Tilburg