Weinig vredesdividend in Irak

Amerikaanse troepen hebben gisteren met een bescheiden afscheidsceremonie in Bagdad de oorlog in in Irak na bijna negen jaar achter zich gelaten. Minister Leon Panetta van Defensie was erbij.

„De prijs was hoog voor het Amerikaanse en Iraakse volk, qua bloed én kosten. Maar niet vergeefs. Ze schonken het leven aan een onafhankelijk, vrij en soeverein Irak”, aldus Panetta. President Barack Obama heette de Amerikaanse militairen welkom thuis door te zeggen: „De oorlog in Irak zal binnenkort geschiedenis zijn.”

Beide positieve reflecties over de ‘war on terror’ van de afgelopen tien jaar zijn begrijpelijk. Irak is geen Vietnam geworden. De Amerikanen zijn er met opgeheven hoofd vertrokken. Er zijn geen beelden van GI’s en helikopters die het hazenpad kiezen, zoals in 1975 in Saigon. Maar het is onzin om te beweren dat de oorlog snel geschiedenis zal worden.

Zowel de menselijke als de materiële kosten zullen Amerika en Irak nog lang beheersen. In de oorlog hebben meer dan 100.000 Irakezen en ruim 4.500 Amerikanen het leven gelaten.

Ook de droom van toenmalig president Bush dat de militaire interventie op een koopje kon worden uitgevoerd, is bedrog gebleken. De Amerikaanse regering raamt de totale kosten op 1.000 miljard dollar. En dat saldo zou nog aan de lage kant kunnen zijn. Een wetenschappelijk instituut in de VS schat de totale kosten voor de ‘war on terror’ sinds 9/11 in Afghanistan, Irak en Pakistan op zeker 3.700 miljard dollar. Ook die lasten blijven zwaar wegen.

De aanleiding voor de oorlog in Irak is evenmin vergeten en vergeven. Dat Saddam Hoessein een totalitaire sadist was, staat vast. Maar over ‘massavernietigingswapens’ beschikte hij niet. Het ontbreken van dit alibi voor de militaire interventie heeft nog steeds een negatief effect op de eensgezindheid van de internationale gemeenschap.

Zelfs in Nederland, dat de invasie in Irak ‘politiek steunde’ zonder feitelijke argumenten te hebben, heeft de oorlog gevolgen gehad. De rapportage van de onderzoekscommissie-Davids maakte duidelijk hoe lichtvaardig een trouwe bondgenoot zich kan laten meeslepen.

Maar het belangrijkste is de erfenis van de oorlog voor de Irakezen zelf. De sektarische burgeroorlog, die de buitenlandse invasie bleek te provoceren, is geluwd. Irak lijkt nu een stabieler land te zijn dan een paar jaar geleden. Maar of dat zo blijft, nu de Amerikaanse patroon zich grotendeels heeft teruggetrokken, staat allerminst vast. Coalitiepolitiek is Irak vreemd. De spanningen kunnen zo weer escaleren, ook onder invloed van de ontwikkelingen in de buurlanden Syrië en Iran.

Panetta zei gisteren terecht: de echte test van Irak moet nog komen.