Vogels zijn belangrijker dan vrouwen

In Den Haag komen Surinaamse mannen samen voor wedstrijden met hun zangvogels. Ze pronken niet met de veren maar met de deuntjes van hun twa twa’s en picolets.

Ze zijn niet groter dan een mus, maar dat wil niet zeggen dat ze geen volwaardig lid van de familie zijn. Surinaamse mannen houden van hun zangvogeltjes alsof het hun kinderen zijn. „Nederlanders lopen met hun hond, wij met onze vogels”, zeggen ze daar.

Hoogtepunt in deze relatie zijn de wedstrijden die met de vogeltjes worden gehouden. Het draait allemaal om de eer, om wie de kampioen in zijn kooi heeft. Ook in Nederland worden wedstrijden gehouden. In Amsterdam, Den Haag en Rotterdam zijn er zelfs competities.

Het strijden met zangvogels is een buitensport met als arena de parken in de grote steden. De competitie vindt plaats in de zomer, en uitsluitend met mooi weer, want alleen dan zullen de vogels optimaal fluiten. Zangvogels in een sporthal tegen elkaar laten fluiten kan niet. „De zon moet erbij zijn”, zegt Suniel Chedie. En het moet warm zijn, want onder de vijftien graden gaan de vogels dood.

In Nederland wordt de winterstop niet alleen door het weer afgedwongen, de vogels hebben het nodig. Na een intensief zomerseizoen zijn zangvogels toe aan rust. Ze gaan in de rui en stoppen zelfs helemaal met fluiten.

Nu rusten de vogels dus uit, maar hun eigenaars niet. Hun wacht het hoogtepunt van de competitie 2011: de uitreiking van de prijzen voor de kampioenen van dit jaar.

De ongeveer vijftig leden van zangvogelvereniging Beef-Free uit Den Haag hebben afgesproken in een kleine ruimte achter een schildersbedrijf, naast station Laan van NOI. Normaal verzamelen ze zich op een grasveldje bij de Uithof, maar daar is het op deze zondagochtend te nat en te koud.

Aan het plafond hangen aan een lange stok een dozijn vogelkooitjes. Uit stalen bakken worden porties bami en roti uitgedeeld. Op tafel staat de reden dat ze bij elkaar komen te glimmen: de beker voor het kampioenschap van Den Haag.

Bij de wedstrijden gaat het niet om de schoonheid van de zang van de mannelijke twa twa’s of picolets, de twee soorten zangvogels waarmee voornamelijk wordt gestreden. Het gaat om het aantal ‘slagen’ die de vogel in een kwartier kan fluiten. „Hoe korter dat riedeltje, hoe beter”, legt Suniel Chedie uit. Over riedels en toonhoogtes gaat het ook als je vraagt wat Beef-Free betekent. Vrij om te fluiten, in hoogte en riedels. Zoiets, maar dan ingewikkeld.

Suniel Chedie is dit jaar Nederlands kampioen twa twa. Zijn vogel Labaria won eerst de competitie in Amsterdam en versloeg daarna de kampioenen van de twee andere competities in Den Haag en Rotterdam.

Bij de twa twa’s is de ‘kiauw’ het hoogst haalbare. In het aanleren ervan gaat veel tijd zitten, want van nature zingen de vogels het niet. In het wild hebben twa twa’s een eigen zangmelodie, die wordt boeshslag genoemd. „Maar die wordt niet erg gewaardeerd. Daarom leren we ze andere melodieën.”

Voor de training heb je andere twa twa’s nodig. Suniel Chedie: „Die noemen we makers. Het zijn een soort docenten, je hoort ze alleen als een andere twa twa vals fluit. Dan corrigeren ze hem.” Makers zijn niet geschikt voor wedstrijden. Zolang ze geen valse kiauw horen, houden ze namelijk hun snavel.

Wat Suniel Chedie wel kan aanleren, is om de kampioen zo tam mogelijk te maken. Voelt de vogel zich op zijn gemak, dan presteert hij beter. Daarom zijn zijn vogels onderdeel van het gezin. „Er hangt bijvoorbeeld een kooitje in de kamer van mijn dochtertje. Ik moest wel een teddybeer uit de kamer halen, want daar was hij bang voor.” Soms gaat hij een stukje rijden met een van zijn vogels. „Mijn vrouw zit dan achter het stuur en ik ernaast, met het kooitje op mijn schoot.”

Achter in de ruimte waar de Haagse prijzen worden verdeeld, zit een groep oudere mannen. De meesten hebben hun eerste zangvogeltjes nog zelf in het bos in Suriname gevangen.

„Dat gaat heel makkelijk’’, legt Jacob Zahoer uit. Zijn dunne snorretje telt evenveel grijze haren als zwarte. „Je neemt een kooitje met een mannetje mee het bos in en zet het in het territorium van een ander mannetje. Laat het deurtje van de kooi openstaan.’’ Omdat hij zijn gebied komt verdedigen, vliegt de wilde vogel zijn gevangenis binnen.

Vaak worden zo rowties of gelebeks gevangen. Twa twa’s zijn zeldzamer en daarom erg gewild. Een goede zangvogel brengt zo 4.000 euro op. „In Suriname loop je met een twa twa op straat, om ermee te pronken. Zoals met een Rolex’’, zegt Zahoer lachend. Hij wijst naar de stok met kooitjes met vogels onder het systeemplafond. „Daar hangt makkelijk voor 20.000 euro aan fluiters.’’

Een kampioen komt vaak uit eigen kweek, al wordt er ook in gehandeld. „In Suriname zijn twa twa’s voor de elite. Niet iedereen heeft er geld voor’’, vertelt Chedie. In het rijkere Nederland is de vogel voor iedereen bereikbaar, al wordt er soms jaren voor gespaard en worden er zelfs leningen voor afgesloten.

De rivaliteit tussen de mannetjesvogels maakt het mogelijk zangwedstrijden te houden. Daarom is het vrouwtje, in zangvogelkringen ‘pop’ genoemd, cruciaal. „Als de twa twa andere mannetjes ziet, zal hij willen strijden om het wijfje te imponeren”, zegt Suniel Chedie. Ze gaat dus altijd mee naar de wedstrijd, maar ze blijft in de auto.

Het is de kunst om de zangvogel binnen een kwartier te laten pieken. Daarvoor moeten ze ‘op spang’ worden gebracht, op scherp gezet. Iedereen heeft daar zijn eigen manier voor. Bij Jacob Zahoer thuis houdt het gezin de dag voor de wedstrijd stil om de vogels gelegenheid te geven zich voor te bereiden. Chedie begint een week van te voren door op gezette tijden het mannetje in contact met een pop te brengen.

De wedstrijden gaan om de eer. Soms krijgt de winnaar een vliegticket naar Suriname. Geldprijzen geven de drie verenigingen niet. Soms wordt er wel op de vogels gewed.

De prijzen in Den Haag zijn uitgereikt. De bestuursleden van Beef-Free hebben voor de inzet dit jaar elk een mooie bos bloemen gekregen. Uit een klein flesje, waar eens bronwater in zat, wordt rum in koffiebekertjes met cola geschonken. „Schrijf maar op”, schreeuwt iemand, „vogels zijn belangrijker dan de vrouwen, is echt waar!”

Dat geldt niet voor iedereen, zegt Joy Ramdaras, eigenaar van het schildersbedrijf waar de bijeenkomst wordt gehouden. Maar inderdaad, het enthousiasme van een man voor zijn zangvogels kan een relatie onder druk zetten. In Den Haag zijn er huwelijken door gestrand. Want de liefde van de man voor zijn vogel kan ver gaan, daar is iedereen bij Beef-Free het over eens.

In gevangenschap kunnen twa twa’s wel dertig jaar oud worden. „Ik zou erg verdrietig zijn als Ricardo dood gaat”, zegt Suniel Sriram. Hij kocht de twa twa twee maanden nadat hij uit het ei was gekropen.

Ricardo is niet zomaar een kampioen. Hij heeft het Nederlands record van het grootste aantal slagen op zijn naam. In een wedstrijd in 2008 werden van hem 254 slagen geturfd. „Ik maak elke ochtend een praatje met hem’’, gaat Suniel Sriram verder. „‘Hee boy’, zeg ik eerst. Altijd hetzelfde.’’ Een twa twa als Ricardo wordt volgens hem maar één keer in de duizend jaar geboren. „Hij is echt heel apart’’, benadrukt Sriram. De vogelvriend naast hem knikt instemmend en zegt bloedserieus: „Ricardo is heel bijzonder.’’

Blijft de vraag of er toekomst is voor de verenigingen. „Bijna iedereen hier is in Suriname geboren’’, zegt Joy Ramdaras. „We zijn opgegroeid in een samenleving vol zangvogels. De jongeren die hier in Nederland zijn geboren, hebben dat niet meegekregen.” Daarom is er weinig jonge aanwas bij de clubs. De zoon van Joy beaamt dit. „Je kunt niet echt zeggen dat het leeft onder de jeugd. Wij zijn toch met andere dingen bezig en geven ons spaargeld echt niet uit aan dure zangvogels.’’

Jaap Proost