Toezichthouder NMa laat tanden zien

Wasserijen en energie. Kartelwaakhond NMa liet deze week zijn tanden zien. De NMa is in 1998 opgericht om het ‘kartelparadijs’ in Nederland te slechten.

eindhoven rentex foto rien zilvold

Binnen Europa heeft Nederland zeer lang gegolden als ‘het kartelparadijs’. In meer dan vierhonderd formeel goedgekeurde kongsi’s werden naar believen prijsafspraken gemaakt en de markt onderling verdeeld.

Met de oprichting van de Nederlandse Mededingingsautoriteit in 1998 werd een poging ondernomen om voorgoed af te rekenen met het imago van ‘Nederland-kartelland’. De NMa werd de Nederlandse toezichthouder in de nieuwe mededingingswet. Horizontale prijsafspraken (tussen concurrenten), verticale prijsafspraken (tussen leverancier en afnemer), marktverdeling en misbruik van dominante posities zijn het jachtterrein van de kartelwaakhond – net als fusies en overnames die te klein zijn voor Brussel.

Nederland kende van oudsher honderden kartels, die waren ingeschreven in het kartelregister van het ministerie van Economische Zaken. Het ging daarbij om branche-afspraken waarvan de Organisatie voor Economische Ontwikkeling en Samenwerking (OESO) vaststelde dat ze in de meeste andere landen verboden zouden zijn. De oude mededingingswet gaf echter de ruimte voor kartels die als maatschappelijk nuttig werden beschouwd.

Sinds 1998 is door de NMa veel werk verzet om mededinging onderdeel te laten worden van goed ondernemerschap. In tien jaar tijd is de door de NMa „veel bereikt” concludeerde de Algemene Rekenkamer een decennium na de oprichting van de kartelwaakhond. Onder druk van Europese regelgeving ziet de NMa erop toe dat bedrijven op de vrije markt met elkaar concurreren. Concurrenten mogen bijvoorbeeld geen afspraken maken over prijzen. Doen ze dat toch, dan pakt de NMa die bedrijven aan. Waar nog geen volledige vrije markt is, zoals in de sectoren energie en vervoer, spant de NMa zich zo veel mogelijk in om die vrije markt te bereiken.

Drogisterijen, detailhandelsconcern, uitgeverijen, financiële instellingen, bierbrouwers, de advocatuur, baggeraars, elektriciteitsbedrijven – al deze sectoren kregen te maken met de NMa. Het leverde een stroom aan veroordelingen en boetes op.

Uit berekeningen blijkt dat tien jaar NMa een consumentsurplus (het voordeel voor de consument) heeft opgeleverd van ruim 4 miljard euro. Daardoor groeide de economie met gemiddeld 0,4 procent extra en nam de werkgelegenheid met 0,4 procent toe. De invloed op de productiviteitsontwikkeling was beperkt. Het flexibiliseren van markten blijft daarom belangrijk. Toch is er ook kritiek op de NMa. „De NMa doet te veel studies en te weinig tegen kartels”, zegt bijvoorbeeld econoom Sweder van Wijnbergen. Als secretaris-generaal bij het ministerie van Economische Zaken was hij een van de architecten van de privatiseringsgolf in de afgelopen twee decennia. „De NMa had al veel meer kunnen doen in de zorg, waar de toetredingsdrempels hoog zijn. De NMa moet daar ten faveure van nieuwe spelers optreden, maar dat gebeurt niet.” Saillant is dat zorg – naast de verwerkende industrie en de financiële en zakelijke diensten – een speerpunt was van de NMa in 2010 en 2011. De speerpunten voor de komende tijd zijn nog niet bekend gemaakt.

De NMa is een zelfstandige overheidsorganisatie. Bij de NMa werken ongeveer 400 mensen. De organisatie bestaat uit een raad van bestuur, twee stafafdelingen en vier directies. Sinds 1 juli is Chris Fonteijn voorzitter van de raad van bestuur van de NMa. Fonteijn is ook de beoogd voorzitter van de autoriteit die op 1 januari 2013 zal ontstaan na de fusie van de NMa, de OPTA (die toezicht houdt op de telecommarkt) en de Consumentenautoriteit. Als voorzitter van de NMa is Fonteijn de opvolger van Pieter Kalbfleisch, die in april wegens zijn rol in de zogenoemde Chipshol-affaire op non-actief werd gesteld. De Rijksrecherche startte een onderzoek naar hem in verband met vermeende meineed. Hij zou op 1 juli met pensioen gaan.