Toen journalistiek nog groezelig en romantisch was

Hunter S. Thompson: Rum Dagboek. Vert. Ton Heuvelmans. Lebowski, 256 blz. € 15,-

Het gebeurt geregeld dat een flaptekst de lading van een boek niet dekt. Zo zou het op Porto Rico spelende Rum Dagboek, de enige roman die Hunter S. Thompson (1937-2005) publiceerde, ontaarden in een ‘schimmig complot vol lust, liefde, jaloezie en bedrog’. Complot? Dat valt nogal mee, of tegen, afhankelijk van je leeswensen. Evenmin is de bewering dat Thompson het boek schreef toen hij tweeëntwintig was helemaal correct. De rouwdouw, niet vies van drank, drugs, geweld en net als zijn held Joseph Conrad gefascineerd door het gitzwarte in de mens, schreef een versie tijdens zijn verblijf op het Caribische eiland. Maar hij vertimmerde het manuscript flink toen het, ruim drie decennia later, eindelijk in druk zou verschijnen.

Nominaal is Rum Dagboek een roman. Het boek vertelt over de lotgevallen van Paul Kemp, een journalistieke klaploper die daar gaat waar hij met zijn typemachine wat dollars kan rapen. San Juan, Porto Rico, bijvoorbeeld. ‘Het was amusant en tegelijkertijd ietwat deprimerend: ik logeerde in een luxehotel, scheurde door een half-Latijns-Amerikaanse stad in een speelgoedautootje dat eruitzag als een kakkerlak en klonk als een straaljager, sloop door de stegen, lag te neuken op het strand, joeg op voedsel in een van haaien vergeven zee, werd opgejaagd door een woedende meute die mij in een vreemde taal toeschreeuwde, en dat alles gebeurde in dat gekke, ouwe Spaanse Porto Rico, waar alle bewoners Amerikaanse dollars uitgaven, in Amerikaanse auto’s reden en zich verdrongen rond roulettetafels alsof ze in Casablanca waren.’

Kemp zou al zijn vrienden wel een telegram willen sturen. ‘Kom snel stop genoeg plek in het rumvat stop geen werk stop veel geld stop hele dag drinken stop hele nacht neuken stop opschieten duurt niet eeuwig.’ Totdat hij natuurlijk bijna in het rumvat verzuipt en niets liever wil dan vertrekken.

De ondersteunende cast bestaat uit de staf van een Engelstalig dagblad, een bont gezelschap dat grote delen van de dag doorbrengt in Al’s, waar de rum goedkoop is en de hamburgers vet zijn. Via de charmante schurk Sanderson, een rijkaard die klusjes heeft voor Kemp, krijgen we inzicht in de gecorrumpeerde wereld achter de toeristische façade, en dankzij de losgeslagen vriendin van Kemps collega en vriend Yeamon ontstaan er zowel morele als juridische complicaties. Het is een kleurrijke bedoening, jazeker. Maar de beloofde spanning blijft uit.

Ik denk dat het zinvoller is Rum Dagboek te zien als een verkapt journalistiek document. Thompson was in 1960 weliswaar verbonden aan een sportkrant, hij was bevriend met de staf van de serieuzere San Juan Star. De hier opgevoerde San Juan Daily News is op die krant geënt. Met zijn scherpe oog en beweeglijke stijl – later goed voor journalistieke klassiekers als Hells Angels en Fear and Loathing in Las Vegas – weet Thompson de curieuze subcultuur van journalisten in den vreemde feilloos tot leven te wekken. Een cultuur met een groezelig soort romantiek, die uit het vak verdwenen is.

De flaptekst van de vertaling past vooral bij de recente verfilming met Johnny Depp. In die film speelt rijkaard Sanderson een grotere rol, en is het vrouwelijk personage Sandersons vriendin, niet die van de uitgekotste letterknecht Yeamon. Rum Dagboek is zeker de moeite waard. Maar dan wel op eigen merites.

Op woensdag 21 december vindt in Hotel Y in Amsterdam een Rum Dagboek Party plaats, met onder anderen Nico Dijkshoorn, Erik-Jan Harmens en Rick de Leeuw. Zie lebowskipublishers.nl

    • Auke Hulst