Rutte: geen achterkamertjespolitiek bij benoeming Donner

Minister Leers, minister Spies en oud-minister Donner bij de officiele overdracht van de werkzaamheden vandaag. Foto NRC / Roel Rozenburg

Premier Rutte herkent zich niet in de kritiek van de oppositie in de Tweede Kamer over de benoeming van Piet Hein Donner als vicepresident van de Raad van State. Volgens hem is de procedure volledige open geweest en is er geen sprake van achterkamertjespolitiek. Dat zei Rutte tijdens zijn wekelijkse persconferentie na de ministerraad.

Maandenlang zweeg het kabinet over de invulling van de functie, terwijl er in de media al druk over werd gespeculeerd. Donner ontkende al die tijd dat hij in beeld was voor de functie. Volgens Rutte hoorde hij pas halverwege november dat Donner had gesolliciteerd, maar was zijn sollicitatie wel te verwachten.

“Als u en ik een lijstje maken van mogelijke kandidaten voor deze post, dan zijn er maar vijf of tien mensen die deze zware baan aankunnen. En daar hoorde Donner uiteraard bij, als je naar zijn staat van dienst kijkt.”

Oppositiepartijen in de Tweede Kamer achten Donner ongeschikt voor de functie omdat Donner als vicepresident zou moeten oordelen over wetgeving uit zijn eigen kabinet. Ook die kritiek deelde Rutte niet:

“Dat vind ik geen bezwaar. Zo’n probleem sterft uit omdat er op een gegeven moment geen voorstellen meer zijn waar Donner bij betrokken is geweest. En binnen organen zoals de Raad van State kan daar goed over gesproken worden. Daar komen ze wel uit. Onderschat de andere leden van de Raad van State niet.”

Dat minister Opstelten (Veiligheid en Justitie) de benoeming van de nieuwe vicevoorzitter van Donner overnam, een zaak waar normaal gesproken de minister van Binnenlandse Zaken mee is belast, was alleen bedoeld op de sollicitatieprocedure ‘zo open mogelijk’ te houden. Het was namelijk niet voor de hand liggend dat Opstelten naar de Raad van State zou gaan vanwege zijn hoge leeftijd. De wettelijke pensioenleeftijd voor de vicepresident is 70 jaar.

Rutte denkt niet dat de kritiek van de oppositie schadelijk is voor het aanzien van de Raad van State, zei hij desgevraagd. “Over een paar maanden is dat weer weg.”