Rechter laat ouders spreken in zedenzaak

Ouders van misbruikte kinderen mogen spreken tijdens de rechtszaak tegen Robert M. en zijn echtgenoot Richard van O.

Dat heeft de rechtbank in Amsterdam gisteren bekendgemaakt. De rechtbank stelt dat de ouders formeel geen recht toekomt om te spreken namens hun kinderen. Maar omdat „de aard en de omvang” van deze strafzaak zo buitengewoon zijn, wordt in deze zaak een uitzondering gemaakt. Robert M. heeft bekend 87 kinderen seksueel te hebben misbruikt.

De rechtbank vermoedt dat de wetgever bij de totstandkoming van het spreekrecht voor slachtoffers, niet alle „bij deze zaak betrokken aspecten” voor ogen heeft gehad. De rechtbank weegt ook mee dat wetgeving in de maak is waarbij ouders van zeer jonge kinderen spreekrecht zal worden toegekend.

Ouders hoeven zich in hun verklaring van de rechtbank niet, zoals wettelijk vastgelegd, te beperken tot de directe gevolgen voor hun kinderen. Zo’n beperking vindt de rechtbank in dit geval „niet acceptabel” omdat de kinderen „intens afhankelijk” zijn van hun omgeving. Het recht om te spreken wordt „ruim” toegekend. Ook de schade die ouders zelf eventueel hebben opgelopen is relevant omdat die „het welzijn van het slachtoffer bepaalt”.

Critici vinden dat rechtszaken vervuilen door een te breed geïnterpreteerd spreekrecht, dat niet bijdraagt aan de bewijsvoering.

Advocaat Richard Korver had namens een aantal ouders inzage gevraagd in een psychiatrisch rapport over hoofdverdachte Robert M.. Volgens hem denken ouders dat dat kan helpen bij de verwerking. De rechtbank staat het niet toe om privacyredenen. De zaken tegen M. en Van O. beginnen op 12 maart. Delen ervan worden besloten behandeld.