Provocateur met een afkeer van alles wat saai was

Christopher Hitchens vond Moeder Theresa een fundamentalist, Kissinger een misdadiger en Nederland provinciaal en vrekkig.

Author Christopher Hitchens poses for a portrait outside his hotel in New York in this June 7, 2010 file photo. Hitchens, 62, dies of complications from esophageal cancer on December 15, 2011, Vanity Fair magazine reported. REUTERS/Shannon Stapleton/Files (UNITED STATES - Tags: ENTERTAINMENT SOCIETY OBITUARY) REUTERS

„Als ik me ooit op God beroep, ga er dan maar vanuit dat het de invloed van medicijnen zal zijn.” Dat zei Christopher Hitchens, tot geruststelling van zijn fans, nadat er in juni 2010 bij hem slokdarmkanker werd geconstateerd. De ziekte is de Brits-Amerikaanse polemist en literatuurcriticus nu fataal geworden. Zijn militante atheïsme is tot op het laatst gebleven.

In 2007 brak Hitchens ook in Nederland door met het veelzeggende God Is Not Great: How Religion Poisons Everything. Hij veegde in dat boek de vloer aan met alle wereldreligies. In een interview met deze krant omschreef hij zijn hoofdbezwaar tegen religie: „Dat is het idee dat geloven iets goeds zou zijn, in plaats van een menselijke zwakheid.”

In 1994 zorgde Hitchens tv-documentaire over Moeder Theresa (Hell’s Angel, uit 1994) en het vlak daarna verschenen pamflet The Missionary Position voor opschudding in Groot-Brittannië. In beide maakte hij korte metten met de verering van de katholieke Moeder Theresa. Zij was geen heilige in de dop, maar een ‘primitieve predikster’ en ‘religieuze fundamentalist’.

Met Diana, the mourning after (1998) maakte hij zich in zijn geboorteland ongeliefd. In de documentaire kwamen mensen aan het woord die, een jaar na de dood van Lady Diana, met walging spraken over de overtrokken Britse reactie op de dood van de prinses.

Ook Amerikaanse politieke kopstukken moesten het ontgelden. In The Trial of Henry Kissinger (2001) bepleitte Hitchens de berechting van oud-minister van Buitenlandse Zaken Henry Kissinger, die hij een prominente rol toedichtte in de massamoord op burgers in Cambodja tijdens de Vietnamoorlog. In de monografie No One Left To Lie (1999) verweet Hitchens president Bill Clinton leugenachtig gedrag en „morele en politieke afpersing”.

Christopher Hitchens werd in 1949 in het Engelse Portsmouth geboren als zoon van een doopsgezinde marinier en een kledingverkoopster. Zijn moeder wilde hem koste wat kost laten toetreden tot de Britse elite. Dat lukte.

Christopher kreeg een opleiding en baande zich via contacten met socialistische activisten een weg naar de schrijvende Engelse elite. Hij werkte bij enkele socialistische bladen en kwam rond het midden van de jaren zeventig als redacteur terecht bij het links georiënteerde Engelse weekblad New Statesman, waar hij bevriend raakte met auteurs als Martin Amis en Ian McEwan.

„Als ik moet kiezen tussen twee onderwerpen”, zei hij in oktober 2011 tegen de New York Times, „zal ik niet het saaie onderwerp kiezen.” Saai was Hitchens nooit. De artikelen die hij vanaf 1981 schreef voor Amerikaanse weekbladen als The Nation, Vanity Fair en internetmagazine Slate, waren altijd polemisch.

Hij hield van provoceren. Zo beschuldigde hij Nederland in 2006 van provincialisme en vrekkigheid vanwege de weigering om te betalen voor de beveiliging van Ayaan Hirsi Ali.

Hij begon via Slate fondsen te werven voor Hirsi Ali, die hij zei te bewonderen vanwege haar ‘kalmte en rede’ en ‘pakkende en hypnotiserende schoonheid’. Hitchens vergeleek het ‘verraad’ van Hirsi Ali met de Nederlandse blauwhelmen die in 1995 champagne dronken met de Servische generaal Mladic terwijl de weerloze moslims van Sebrenica werden vermoord.

Twee maanden geleden ontving Hitchens in Texas nog de Freethinker of the Year Award van de Amerikaanse atheïstische alliantie. Hij was toen al erg verzwakt, maar kon de prijs toch persoonlijk in ontvangst nemen.

Sinds juni 2010 verbleef Hitchens geregeld in Anderson Cancer Centre in Houston, waar zijn kamer op de twaalfde verdieping was omgebouwd tot zijn tijdelijke bibliotheek en hoofdkantoor.

Hitchens zag zichzelf het liefst als iemand die leefde met kanker, niet daaraan stierf. Over zijn naderende dood zei hij in augustus 2010 in deze krant. „We gaan allemaal dood, alleen ik een stukje eerder.”

    • Roderick Nieuwenhuis