Plaatje bij een praatje

Recent verschenen twee romans met bijbehorende apps.

Breekt hiermee het nieuwe lezen en schrijven aan of is de app een inhoudsloze gadget?

Is een app van een roman slechts een gadget of breekt hiermee het nieuwe schrijven en lezen aan? Onlangs verschenen er twee romans waarbij naast het boek nadrukkelijk ook de app van de roman gepresenteerd werd: Sydney Vollmers Alles ruikt naar chocola en Ivo Victoria’s Gelukkig zijn we machteloos. Een mooie gelegenheid om te kijken of een app iets toevoegt.

Om met Ivo Victoria te beginnen, zijn roman over een uit de hand gelopen feest in Vlaanderen heeft, behalve het verhaal dat gewoon op de iPad te lezen is, enkele extra’s: filmpjes waarop de auteur verhalen voorleest, een directe verbinding met zijn blog en een dagboek van het schrijfproces. Zeker dat laatste is sympathiek. Hier is een ouderwetse schrijver zijn moeizame gang tot een roman aan het uitleggen, tot en met zijn vriendin die na lezing van het eerste deel laat merken dat ze het nogal moeizaam vindt opgebouwd. Maar de tekst zelf is ongemoeid gelaten, geen toepassingen als leuke verwijzingen of filmpjes. Hoeft ook niet, maar daarom is er geen reden al te duur te doen over het feit dat van je boek naast een papieren versie ook een app-versie te krijgen is.

Wat dat betreft pakt Sydney Vollmer het grondiger aan. Lees je zijn boek op de iPad, dan kan je kiezen: gewoon de roman of een versie met alle extra’s. Kies je voor de laatste optie, dan lichten in de tekst woorden op die je kunt aanklikken waardoor je terecht komt op een site met uitleg (nogal eens Wikipedia), bij een YouTubefilmpje of een andere site die wat dan ook met het woord te maken heeft. Leuk gedaan, zeker voor een roman over een de zanger van een (cover)band die de dood van zijn vader probeert te verwerken.

De links voegen vaak iets toe. De liedjes en zangers die genoemd worden hebben allemaal een YouTubefilmpje zodat je het desbetreffende liedje kan horen, bij filmsterren krijg je een klein filmfragmentje. Ideaal kortom voor de luie lezer die wanneer hij een roman leest, geen zin heeft alles op te zoeken. Maar bij een opmerking over de glasblazerij van de vader, kom je terecht op een site van een glasblazerijmuseum. Overbodig, maar wel geestig.

Het maakt het lezen anders, het vertraagt. Dat maakt wel dat je het verhaal zelf minder geconcentreerd leest. Een roman als app lezen, vraagt daarom een andere leeshouding en de uitdaging voor de auteur moet erin liggen daar op in te spelen.

Vollmer had dat best kunnen doen. Had hij de app-mogelijkheden helemaal uitgebuit dan had hij de liedjes die de hoofdpersoon componeert laten opnemen om die vervolgens in het boek te integreren. Dan krijg je pas echt de ideale app-roman. Herman Franke deed dat ooit, zij het voor het tijdperk van de app, met de roman Wolfstonen. Daarin bedacht hij een muziekvorm die helemaal niet bestond – random beat – maar werkte vervolgens wel met jazzmuzikant Jesse van Ruller het concept uit, zodat de muziek opeens wél bestond.

Want dat is toch waar een schrijver zich in de toekomst mee bezig zal gaan houden: ga ik een roman schrijven waar een kaft omheen kan, of schrijf ik een app? In dat laatste geval kan het niet anders dan dat dit gevolgen gaat hebben voor de manier van schrijven. Welk onderwerp is aantrekkelijk voor een app, welke bonustracks zijn er, welke links kunnen er aangeklikt worden, moet het uiterlijk van de hoofdpersoon nog beschreven worden of plaatsen we een foto, of wordt het helemaal een kijk- en leesboek door in hoofdstukken filmpjes te verwerken, die je helemaal moet afzien voordat je snapt waar de rest van het boek heen gaat?

Met de app kan een nieuw soort schrijver opstaan, maar die moet meer maken dan een plaatje bij een praatje.

    • Toef Jaeger