opinext@nrc.nl

Misschien komt het toch nog goed

Er gloort hoop voor Bas Heijne, die aan het eind van zijn stuk ‘Hoe herkennen wij onszelf als mens?’ (Zin, 13 december 2011) verzuchtte: „Dat de mens eens zal leren zichzelf te relativeren en andere levensvormen als gelijkwaardig te beschouwen, ik help het Bourke hopen. Er zijn weinig tekenen buiten de muren van de universiteiten die erop wijzen.”

Toevallig had ik een paar uur vóór ik Heijnes artikel las een stapel opstellen bekeken, die eersteklassers van het Erasmiaans Gymnasium over hun eigen mensbeeld hadden gemaakt.

Zij zien mensen als bijzondere wezens met goede en slechte eigenschappen: intelligent, creatief en communicatief versus egoïstisch, gewelddadig en machtswellustig.

Wat mij opviel was het volgende. Een flink percentage van de kinderen vindt het nergens op slaan dat mensen zich vaak als hoger en beter dan andere wezens beschouwen. De mens overschat zichzelf, is verwaand en geen haar beter dan andere diersoorten.

De vroegwijze leerlingen beseffen dat die arrogante houding vaak kwalijke gevolgen heeft voor al het leven op aarde. Ze willen het tij keren. Alles en iedereen is gelijkwaardig, schreef een meisje, en zo moeten we ook met elkaar omgaan. Dan is alles in evenwicht.

Zal de verwende i-generatie – die met iTunes, iPods, iPhones en iPads opgroeit, en wier ouders rond de tijd van het verschijnen van het rapport van de Club van Rome groot zijn geworden – paradoxaal genoeg minder ik-gericht zijn?

Zal zij – anderhalve eeuw na publicatie van Darwins meesterwerk – eindelijk inzien dat de mensen als sukkels van hun christelijke sokkel zijn gevallen?

Aan deze jeugd de toekomst, Bas! Komt het misschien toch nog goed met de wereld.

Marjolein Degenaar

Docente filosofie en biologie aan het Erasmiaans Gymnasium te Rotterdam en het IJsselcollege in Capelle aan den IJssel

Brieven en opiniestukken kunt u sturen naar: opinext@nrc.nl