Onderzoekers: in alle landen faalde de kerk

Wereldwijd wijzen alle onderzoeken hetzelfde uit: er waren meldingen van misbruik, maar de eerste zorg van de leiding van de kerk was geheimhouding en het vermijden van een schandaal.

Internationaal gezien is het onderzoek van de commissie-Deetman naar kindermisbruik in de Rooms-Katholieke Kerk er een van vele. Wereldwijd zijn tientallen onderzoeken gedaan. De conclusie die telkens terugkomt is: kerkbestuurders dekten schandalen toe en faalden in de zorg voor slachtoffers en de bestraffing van daders.

Een van de eerste onderzoeken is van de Winter Commission in 1990 in het aartsbisdom St. John’s in Newfoundland, Canada. Sinds 1975 waren er misbruikmeldingen, maar het aartsbisdom reageerde „niet of nauwelijks”. De commissie meldde dat de hele samenleving in die tijd weinig aandacht had voor kindermisbruik. Iets wat Deetman ook zegt.

De Winter Commission constateerde dat de daders een speciale positie in de katholieke samenleving hadden en daar misbruik van maakten. Hoewel op de hoogte, ontkende het bisdom het misbruikprobleem. De kerkleiding was vooral bezorgd over de priesters, maar hielp ze onvoldoende. Interessant is de constatering dat de Kerk de daders in feite faciliteerde. Ze konden telkens biechten en daarmee hun zonden wissen. Waarna ze zich weer vergrepen.

In de Verenigde Staten zijn veel onderzoeken gedaan. Twee daarvan, uit 2003, gaan over het bisdom Manchester en het aartsbisdom Boston. Ze bevestigden dat de kerkleiding wist van het misbruik, maar geen of onvoldoende maatregelen nam. Uit het onderzoek over het aartsbisdom: „Decennialang hebben kardinalen, bisschoppen en andere kerkelijke bestuurders ervoor gekozen om het imago en de reputatie van hun instituut te beschermen in plaats van de veiligheid en het welzijn van kinderen die aan hen waren toevertrouwd.”

De onderzoekers concluderen dat het wijdverbreide misbruik van kinderen was te wijten aan „een institutionele aanvaarding van het misbruik en aan falend leiderschap”. De kerkleiding doorbrak „de code of silence niet, zelfs niet toen de omvang van wat er gebeurde elke andere verantwoordelijke manager tot het inzicht zou hebben gebracht dat hulp nodig was.”

Het John Jay Report, naar de omvang van het misbruik in de Verenigde Staten, concludeerde in 2004 dat 3 tot 6 procent van alle priesters tussen 1950 en 2002 kinderen misbruikt had. De helft van de slachtoffers (50,9 procent) was 11 tot 14 jaar oud.

In Ierland zijn tussen 2005 en 2009 drie onderzoeksrapporten gepubliceerd: over het bisdom Ferns, het aartsbisdom Dublin en over de katholieke opvoedgestichten en nijverheidsscholen (internaten). Kerkelijke autoriteiten wisten van het misbruik in gestichten en internaten, maar deden niets.

Zo ook in het bisdom Ferns: „De kerkleiding verzuimde actie te ondernemen, hoewel ze meestal wel wist wat er gebeurd was.” In het aartsbisdom was het niet beter: „Bij het afhandelen van gevallen van seksueel misbruik van kinderen was de eerste zorg geheimhouding, het vermijden van een schandaal en de bescherming van de reputatie van de Kerk en haar bezittingen.”

De kerkelijke autoriteiten faalden ook om het kerkelijk recht toe te passen op ontspoorde priesters. In dertig jaar vonden maar twee kerkrechtelijke procedures plaats. In het aartsbisdom Dublin heerste een culture of secrecy, ontdekten de onderzoekers. „Er was sprake van een cover-up door het aartsbisdom Dublin.”

Het jongste rapport is van de commissie-Adriaenssens in België. Die meldde vorig jaar dat zich in alle religieuze ordes en congregaties en in alle jongensscholen misbruik heeft voorgedaan. Meestal in internaten, net als in Nederland zoals Deetman constateert.

Dat het celibaat de verklaring is voor het misbruik bevestigde de commissie-Adriaenssens niet. Wel legde ook Adriaenssens een deel van de schuld bij de kerkleiding: „Priesters en bisschoppen waren autonoom, er ontbrak een cultuur om de macht ter discussie te stellen in de Kerk. Angst voor schade aan het imago leidde tot ontkenning van de problemen.”

Conclusies uit het rapport:

Probleem bekend

De omgang van de kerkelijke leiding met seksueel misbruik van minderjarigen in de R.-K. Kerk kent ernstige tekortkomingen

Falend toezicht

Rond katholieke internaten, kindertehuizen, kostscholen en weeshuizen lijkt zich (...) falend toezicht te hebben voorgedaan

Enkele tienduizenden gevallen

Het totaal aantal gevallen van seksueel misbruik in de R.-K. Kerk kan geschat worden op enkele tienduizenden

1 op de 10 Nederlanders misbruikt

Van de Nederlanders van veertig jaar en ouder is 1 op de 10 voor het 18de jaar seksueel benaderd door een volwassen niet-familielid

Wim Deetman vanochtend:

„Wat is er toch met onze samenleving aan de hand dat we geen onderzoek doen, of niet willen doen, naar geweld?”

Celibaat

Jonge priesters noemden het ‘zeer waarschijnlijk’ dat er rond het celibaat wat stond te gebeuren; ze rekenden op afschaffing

Ernstig misbruik

Het aantal ernstige vormen van seksueel misbruik (penetratie) wordt geraamd op ruwweg enkele duizenden

Geen maatregelen

Om schandaalvorming te voorkomen bleven maatregelen uit, evenals erkenning, hulp, genoegdoening en nazorg