Neederland,o, Neederland

Nederland lijkt in Europa de koppigste van de klas.

Met nee zeggen is op zich niets mis – zolang je het uit principe doet, en niet uit populisme.

Het Verenigd Koninkrijk was niet het enige land dat zich isoleerde op de afgelopen eurotop. Nederland kwam evenzeer alleen staan in de blokkade van de toetreding van Roemenië en Bulgarije tot ‘Schengen’ (dat het vrije verkeer van personen regelt tussen de meeste lidstaten). Zelfs Finland, onze laatste mede-tegenstander, heeft nu ingestemd met de uitbreiding van Schengen. Er is in de EU – en in deze krant – veel kritiek geuit op de opstelling van onze regering op dit en andere gevoelige Europese dossiers. Nederland lijkt zich achter de dijken op te sluiten, geen Europese solidariteit te tonen en niet bij te dragen aan oplossingen voor Europese problemen. Dit plaatst minister Rosenthal van Buitenlandse Zaken in een kwaad daglicht in zowel Nederland als bij onze buren. Hij is per slot van rekening de coördinerende bewindvoerder voor het buitenlandbeleid.

Naast het blokkeren van de uitbreiding van Schengen huivert Nederland bij toetreding van nieuwe landen tot de EU. Onder druk van Den Haag moet Kroatië eind volgend jaar nog een laatste toelatingsexamen afleggen en Nederland hangt eveneens bij Servië en Montenegro aan de rem. Ook onze opstelling in de eurocrisis ligt in de ‘strenge maar rechtvaardige’ lijn met de stelling dat handhaven van regels in het Europees belang is.

Er is stevige kritiek geleverd op onze Europese assertiviteit. In de EU bestaat het beeld dat Nederland dit doet om de PVV te behagen. Elk standpunt dat Nederland in de EU inneemt wordt gekoppeld aan Wilders. Het Europees Parlement, Commissievoorzitter Manuel Barroso en regeringsleiders hebben Nederland daarom al diverse keren opgeroepen geen gehoor te geven aan binnenlands populisme.

Dit populistische imago creëert weerstand. Uitbreiding is bijvoorbeeld populair in de nieuwe lidstaten zoals Polen en die landen hebben we nodig om deals te sluiten op andere dossiers zoals het EU-budget. De blokkade van onze bloembollen door Roemenië onderstreept de soms diepe afkeer. Onze reputatie staat op het spel. De Financial Times noemde Nederland al het halsstarrigste land in de EU.

De Nederlandse harde opstelling is echter verdedigbaar en toont moed. Volgens de Europese Commissie voldoen Bulgarije en Roemenië aan de technische voorwaarden van toetreding tot Schengen. Echter, de regering wijst erop dat het juridische systeem van deze landen nog steeds niet aan Europese normen voldoet en vindt eigenlijk dat ze te vroeg lid van de EU zijn geworden, gezien hun achterstand in de corruptiebestrijding. Nederland hamert op volledige implementatie van de toetredingsvoorwaarden door de kandidaat-lidstaten. Daardoor verloopt het uitbreidingsproces trager dan vroeger, maar onze hoop is dat nieuwkomers wel beter zijn voorbereid. De strikte maar zakelijke opstelling is mede geïnspireerd door de lessen uit de Griekse tragedie. Landen die feitelijk niet voldoen aan de regels en afspraken horen niet in de EU. Daarbij, onze druk werpt vruchten af. De uitlevering van Mladic en Hadzic is waarschijnlijk het gevolg van de Nederlandse eis van volledige samenwerking van Servië met het Joegoslaviëtribunaal. De Nederlandse lijn ontmoet zelfs begrip in de betrokken landen. Een lezersonderzoek op de website van twee belangrijke Roemeense kranten toont dat verreweg de meeste deelnemers hun land niet klaar vinden voor Schengen.

De optelsom van Nederlandse ‘nee’s’ hoeft geen reputatieschade op te leveren. Een principiële opstelling is uit te leggen, maar een populistische houding ontmoet onbegrip. Helaas meet Nederland hier met twee maten. Bij de uitbreidingen van Schengen en van de EU onderbouwt Nederland dat de strenge opstelling in het belang is van de EU. Echter, de Nederlandse wens om Poolse werknemers te weren of om delen van de Europese immigratiewetgeving om te gooien zijn slecht te onderbouwen en leveren het populistische imago. Als de argumenten van ministers Kamp en Leers niet kloppen met feiten, komt alles wat Nederland doet in het kader van ‘fact free politics’ te staan. Commissarissen Andor (sociale zaken) en Malmström (migratiebeleid) hebben dan ook de Nederlandse opvattingen omtrent de schade van illegale Polen en de omvang van de Nederlandse asielproblematiek met feiten bestreden.

Het EU-beleid van de regering zwalkt daarmee tussen het verdedigbare strenge (Schengen en uitbreiding) en het onverdedigbare fact free politics (immigratie en asiel). Zo schept de regering het beeld dat het ons niet gaat om een betrouwbaar Europa, maar om binnenlandse politiek. Krenkende opmerkingen, zoals de uitspraak van minister Leers over het afgeven huissleutels aan een onbetrouwbare buurman, versterken het populistische imago.

Daarmee heeft de regering het aan zichzelf te danken dat onze bondgenoten elk Nederlands standpunt wantrouwen. Streng en eigenzinnig mag, maar wil Nederland een geloofwaardige EU-partner zijn dan moet minister Rosenthal de kwaliteit van het Europese optreden van zijn collega’s bewaken.

Adriaan Schout en Jan Marinus Wiersma zijn verbonden aan Instituut Clingendael.

    • Adriaan Schout
    • Jan Marinus Wiersma