Kennemerland

Je moet niet te vaak over je oude woonplaats zeuren. Maar in verband met de gebeurtenissen in Kennemerland keren we nog even terug naar Washington, waar ik woonde. Hoe zou mijn rijke blanke buurt in noordwest DC eruitzien als de Kennemerlandse politie het er voor het zeggen had en achter mensen met ‘een negroïde uiterlijk’ begon aan te jagen?

Tuinen zouden een ravage zijn, kindertjes raakten ondervoed en emotioneel verwaarloosd, honden werden nooit meer uitgelaten en droegen, zoals ooit die van een kennis zonder illegaal, luiers. Blanken slikten nóg meer kalmeringsmiddelen, kinderen uit El Salvador, Mexico of Guatemala zouden hun uitstekende opleiding mislopen in het nabijgelegen Maryland – waar de openbare scholen beter zijn, dat weet iedere illegaal, daarom wonen ze daar.

Ieders leven zou kortom instorten.

Illegalen houden half Washington op de benen, en half Washington de illegalen, die vaak niet ontevreden zijn. Op een dag wonen hun kinderen zelf in zo’n huis. Nog steeds is dat wat alle Amerikanen, illegaal of niet, geloven.

Ik had er zelf één. Sandra kwam eens per twee weken, met een vriendin. Drie etages in twee uur konden ze aan. Illegale werksters in Washington zijn duur, omdat er veel rijke mensen wonen die fatsoenlijk zijn gebleven. Ik betaalde Sandra voor die twee uur 150 dollar, en geen cent minder. Van ons tweeën was zij absoluut de baas.

Nu terug naar Kennemerland. De Volkskrant beschrijft vandaag met ijselijke precisie hoe het ging, hoe dertig illegale schoonmakers uit Ghana, Oeganda, Brazilië en de Filippijnen werden aangehouden in Nederlandse huizen in Bloemendaal, Heemstede, Overveen, IJmuiden en Haarlem, „waar ze aan het dweilen en stofzuigen waren”.

L’horreur!

De echte gruwelijkheid zit in de details. Hoe het de kaartjescontroleurs van busmaatschappij Connexxion opviel dat op doordeweekse dagen ‘rond de dertig vrouwen van Afrikaanse afkomst’ met de bus naar villawijken rond Haarlem reisden. Hoe zij daarover informatie uitwisselden met de politie. Hoe agenten maandenlang (!) bij bushaltes postten, en mensen ‘met een negroïde uiterlijk’ volgden.

Als een zwart persoon er om zijn huidskleur wordt uitgepikt, dan noem je dat in Amerika driving while black.

Hoe agenten in die Kennemerlandse villa’s binnenstapten, schoonmaaksters overrompelden, ze verhoorden, en in hun handtas briefjes vonden met teksten als:

„Could you please make up this bed? Thank you.”

Hoe meisjes die goed betaald werden en van hun werkgevers cadeautjes en kaarten voor kerstmis kregen, zogenaamd tegen uitbuiting werden beschermd door ze in een politiecel te zetten, toen in een ‘detentiecentrum voor illegalen’, zoals je een gevangenis ook kunt noemen, en daarna het land werden uitgezet. Dit alles uiteraard in nauw overleg met de immigratie- en naturalisatiedienst IND.

Ik krijg die kaartjescontroleurs van Connexxion niet uit mijn hoofd. Die blanke, wetsgetrouwe Nederlanders.

L’horreur.

    • Margriet Oostveen