Jan Karski 1

In Ronald Havenaars bespreking van Mijn bericht aan de wereld van de Poolse verzetsstrijder Jan Kozeliewski alias Jan Karski (Boeken, 09-12-11) wordt terecht stilgestaan bij diens pogingen om de Geallieerden ‘te bewegen de aanvoerlijnen naar de vernietigingskampen te bombarderen.’ Het antwoord van Havenaar op de vraag waarom dit niet gebeurde, luidde dat de Britten en Amerikanen twijfelden: ‘kennis hebben is nog iets anders dan kennis laten doordringen.’

Hieronder enkele feiten, onder meer uit het boek van Henryk Swiebocki London has been informed. Reports by Auschwitz Escapees, in 2002 uitgegeven door het Auschwitz-Birkenau Museum. In de periode 1940- 1942 publiceerde het Informatiebulletin van de Poolse Ondergrondse 10 artikelen over het kamp Auschwitz. Deze werden doorgestuurd naar de Poolse regering in ballingschap te Londen. Begin 1941 verzocht deze regering om een luchtaanval op Auschwitz. De Britse luchtmachtgeneraal Richard Peirse antwoordde daarop ‘dat een succesvolle aanval geen practische propositie is.’ De Amerikaanse regering had een vergelijkbare opstelling.

In de periode 1943-1944 kwam Auschwitz-Birkenau wederom onder de aandacht door getuigenverslagen van uit het vernietigingskamp ontsnapte gevangenen. Hun verslagen kwamen in Londen en Washington terecht via Alan Dulles, hoofd van de Amerikaanse geheime dienst in Zwitserland. Ditmaal, zomer 1944, ontstond een debat over Auschwitz. Nu wasbombarderen dus wél ‘een praktische propositie’ geworden. De Amerikanen voerden luchtverkenningen uit. Foto’s lieten ‘duidelijke beelden zien van de gaskamers, transport vanaf de aankomstperrons en van een groep mensen op weg naar de crematoria’, volgens Swiebocki, die zich baseerde op de Britse luchtvaarthistoricus Martin Gilbert. Het was betrekkelijk eenvoudig om de crematoria met een precisie-aanval te bombarderen. Maar vanaf juli tot en met december 1944 voerden de Amerikanen 18 bombardementsvluchten uit op de in de Auschwitz-regio nabijgelegen synthetische brandstofinstallaties van IG Farben. Een Auschwitz-ooggetuige van zo’n bombardement, Gerard Durlacher, toen ongeveer 15 jaar, schrijft in zijn boek Strepen aan de hemel. Oorlogsherinneringen uit 1985: ‘Het bombardement kan niet lang geduurd hebben, om ons heen storm, stof en lawaai, [...] de paar bommen op Birkenau brachten ons even in de waan dat de crematoria getroffen waren, [...] het enige wat ons restte was de ontgoocheling, bestofte ogen en een handgrote bomsplinter, [...] hadden ze ons vergeten, daarbuiten, daarboven ?’

Nee, ze wisten het wel, maar ze wilden niet.

Wout Buitelaar, Utrecht