IMF: pas op voor toenemend protectionisme door crisis

Directeur Christine Lagarde van het Internationaal Monetair Fonds (IMF) heeft gisteren gewaarschuwd voor het risico van mondiaal toenemend protectionisme zoals in de jaren dertig van de vorige eeuw. De Europese schuldencrisis is op een punt aanbeland waarop hij niet meer opgelost kan worden door een beperkte groep landen.

„Er is geen land ter wereld dat immuun is voor de crisis die we nu niet alleen zien ontwikkelen, maar ook escaleren tot een punt waar iedereen zich daadwerkelijk moet gaan richten op wat elk land kan doen”, zei Lagarde in een toespraak in Washington. Als de internationale gemeenschap niet samenwerkt, loopt de wereld een groot risico op „terugtrekking, toenemend protectionisme en isolatie”, zei Lagarde. „Dat is precies de beschrijving van wat er in de jaren dertig gebeurde, en wat daarop volgde is niet iets waar we naar uitkijken.”

Volgens Lagarde is het in eerste instantie de taak van de Europese landen om de crisis aan te pakken. De eurozone is volgens haar blijven steken in een monetaire unie, zonder dat daar een economische unie bij is gekomen. „Maar daar werkt de unie nu aan”, zei ze in een verwijzing naar de EU-top van vorige week. Daar werden afspraken gemaakt over intensievere economische samenwerking tussen de eurolanden en strengere controle op elkaars begrotingen.

De president van de Europese Centrale Bank (ECB), Mario Draghi, zei gisteren dat de resultaten van die top „een doorbraak” zijn. Hij was vooral te spreken over de heldere begrotingsregels die moeten gaan gelden in de monetaire unie. Tegelijkertijd waarschuwde hij dat de crisis nog niet voorbij is en dat Europese overheden snel maatregelen moeten nemen om hun economieën en begrotingen op orde te krijgen. „Dat is onvermijdelijk”, zei hij. Het risico van een korte economische recessie moet daarbij op de koopt toe worden genomen, aldus Draghi.

Draghi herhaalde dat de ECB „eeuwig noch onbeperkt” zal doorgaan met het opkopen van staatsobligaties van Europese probleemlanden. Vorige week kocht de ECB voor 635 miljoen euro aan schuldpapier uit landen als Italië en Spanje op, veel minder dan de 3,6 miljard euro in de week daarvoor. Enkele Europese lidstaten, met name de zuidelijke landen, willen dat de ECB veel grootschaliger ingrijpt op de markten om de euro te redden. Noordelijke landen (waaronder Duitsland, Finland en Nederland) verzetten zich daar tegen. In totaal kocht de ECB sinds mei vorig jaar voor 207,5 miljard euro aan schuldpapier op.