‘Ik heb moeite met de figuur Jay Gatsby’

Op 21 januari 2012 wordt in Den Haag in het kader van NRC Leesclub Live gediscussieerd over Fitzgeralds The Great Gatsby. Is het de ultieme Great American Novel? Bas Heijne twijfelt. Discussieer mee!

Er is een kort verhaal van Fitzgerald, ‘An Alcoholic Case’ heet het, waarin de aan drank verslaafde man wordt beschreven vanuit het gezichtspunt van de verpleegster die hem thuis verzorgt. Ze laat hem zien in al zijn slonzigheid en verwording, zijn machteloze agressie en pathetische wanhoop. De verpleegster beseft dat ze nutteloos is, hij is allang onbereikbaar voor wie dan ook. Tegen haar werkgeefster zegt ze: ‘It’s just that you can’t really help them and it’s so discouraging – it’s all for nothing.

Fitzgerald is een meesterlijk schrijver, zelfs zijn als onvolgroeid bekend staande romans This Side of Paradise en The Beautiful and Damned vind ik onvergetelijk. Deze schrijver is in staat zijn eigen ontreddering met de koele blik van een buitenstaander te beschouwen; de alcoholist in het korte verhaal over de thuisverpleegster die geen alcoholisten als patiënt meer wil, is hijzelf. Hij is onverbiddelijk op weg naar zijn ondergang; hij kan die ondergang niet afwenden, maar wel glashelder beschrijven.

Werelds streven naar geluk wordt in het werk van Fitzgerald steeds weer afgestopt door iets fataals, een sluipende kracht die onder het glanzende oppervlak van een rijk en geslaagd leven beweegt en plotseling toeslaat. Niet lang voordat hij stierf aan een hartaanval in 1940, toen hij als schrijver niet meer in de mode was, publiceerde Fitzgerald ‘The Crack- Up’, een nietsontziend essay over zijn eigen besef van mislukking. Vrienden en kennissen zagen er een pijnlijke oefening in zelfvernedering in. Het is zijn mooiste essay.

The Great Gatsby geldt als Fitzgeralds meesterwerk. Het is een perfecte korte roman over een succesvol leven dat toch hopeloos mislukt. In Amerika heeft het boek mythische status. Geen wonder, het verhaal zelf heeft alle resonans van een klassieke tragedie. De plotwendingen die in een alledaags verhaal ongeloofwaardig zouden zijn – wat toevallig dat Gatsby en Daisy tijdens hun dronken autorit juist de minnares van Daisy’s echtgenoot doodrijden – krijgen in deze roman een tragische onafwendbaarheid, net zoals het melodrama van Gatsby’s gewelddadige einde.

Bewonderaars prijzen de manier waarop Fitzgerald de holheid van de Amerikaanse droom laat zien, de leegheid van een door-en-door cynische en materialistische wereld. Het oog van God is vervangen door de ‘blauwe en gigantische ogen’ van de oogarts Doctor T.J. Eckleburg, die naar de personages staren vanaf een reusachtig reclamebord. Gatsby is een romanticus in een verdorven wereld. Zijn grote liefde voor Daisy wordt door haar gekleineerd; ze blijkt fundamenteel onbetrouwbaar. Zij en haar brute echtgenoot zijn volgens de verteller ‘achteloze mensen.’

Die achteloosheid wordt door Fitzgerald subliem beschreven. Waar ik moeite mee heb is de figuur van Jay Gatsby zelf. Zoals in de meeste liefdesverhoudingen in Fitzgeralds roman is ook Gatsby’s verhouding met Daisy een weerslag van Fitzgeralds relatie met zijn ongrijpbare vrouw Zelda, een relatie die even creatief als destructief was. In brieven die hij schreef toen hij aan The Great Gatsby werkte, gaf Fitzgerald toe dat het hem niet lukte Gatsby te zien zoals hij zijn andere personages zag. In de roman maakt hij daar een sterk punt van: de lezer krijgt aanvankelijk slechts glimpen van hem te zien, via de onthechte verteller, waarna hij langzaam maar zeker het verhaal gaat domineren. Daarin lijkt hij op de raadselachtige Mr Kurtz uit Conrads Heart of Darkness, ook een hoofdpersoon die grotendeels onzichtbaar blijft en tot de lezer komt door getuigenissen van anderen. Maar waar de rationele handelsagent zich uiteindelijk een monster toont, daar gaat achter de ongenaakbare Gatsby een smachtende romanticus schuil.

Dat is verrassend, maar Gatsby blijft uiteindelijk toch een schim. Dat past bij zijn mythische status, er wordt meer over hem gezegd dan dat hij zelf aan het woord komt, maar de gedachte dat deze man met zijn bedenkelijke achtergrond zijn fortuin vergaarde enkel en alleen om zijn geliefde waardig zijn, net zoals hij zijn landhuis kocht om iedere avond het groene licht bij haar huis aan de overkant van de baai te kunnen zien – ik voel de grootsheid van die emotie. De emotie zelf voel ik niet.

Fitzgeralds andere grote roman, Tender is the Night, geldt als onaf; er zijn nog altijd twee versies van in druk. Maakt niet uit – in dat boek weet hij de tragische onvolkomenheid van zijn eigen leven en grote liefde voor Zelda zo schrijnend lucide te beschrijven, dat het me liever is dan zijn meesterwerk.

Dit artikel werd gepubliceerd in NRC Handelsblad op Vrijdag 16 december 2011, pagina 8 - 9.