'Ik creëer een zelf waarmee ik kan leven'

De Britse schrijfster Jeanette Winterson werd eind jaren tachtig wereldberoemd door de BBC-verfilming van haar autobiografische romandebuut Oranges Are Not the Only Fruit uit 1985. Na 26 jaar laat deze ‘lesbische duivelin’ zich nogmaals uit over haar traumatisch jeugd.

Nederland, Amsterdam, 01-12-2011 Britse romanschrijfster Jeanette Winterson kijkt in de spiegel, haar nieuwe boek 'Waarom gelukkig zijn als je normaal kunt zijn?' gaat over haar eigen jeugd en de problemen met haar adoptie ouders. foto: Bram Budel Bram Budel

Ze staat op een zilverkleurige rechaud uit de eetzaal van haar hotel om bij de spiegel te kunnen waarin de fotograaf haar wil portretteren. Jeanette Winterson, één van Engelands grootste hedendaagse schrijvers, is zo klein (nog geen 1 meter 60), dat ze soms een opstapje nodig heeft. Geen probleem om zo te moeten poseren, vindt ze, want gefotografeerd worden ‘through the looking glass’ bevalt haar prima; het past precies bij haar nieuwe boek Waarom gelukkig zijn als je normaal kunt zijn?

Deze ‘memoir’ zou je kunnen zien als de non-fictie versie van haar autobiografische romandebuut Oranges Are Not the Only Fruit uit 1985 dat wereldberoemd werd door de BBC- verfilming ervan. Maar welke versie van dit levensverhaal, van een meisje dat werd geadopteerd door een godsdienstwaanzinnig Noord- Engels echtpaar dat een zendeling van haar wil maken, komt het dichtst bij de werkelijkheid? Wat ziet die kleine stoer ogende Winterson eigenlijk, als ze in de spiegel kijkt?

Met deze vraag zitten we direct midden in de discussie over het verschil tussen een autobiografische roman en een non-fictionele ‘memoir’ zoals in Nederland bijvoorbeeld recentelijk gepubliceerd door A.F.Th. Van der Heijden naar aanleiding van de dood van zijn zoon en door Connie Palmen over het overlijden van haar man Hans van Mierlo. Voor Winterson maakt de genre-aanduiding weinig uit: ,,In de spiegel zie ik het beeld dat ik van mezelf maak en als ik schrijf gebeurt hetzelfde. Ik creëer een verhaal, een zelf, waarmee ik kan leven. Vijfentwintig jaar geleden, toen ik Oranges schreef kon ik dat alleen in romanvorm, omdat de rauwe werkelijkheid te veel pijn deed.”

Met Waarom gelukkig zijn als je normaal kunt zijn? was het omgekeerde het geval. Het verhaal dat Jeanette Winterson van zichzelf gemaakt had om te kunnen overleven, spatte 25 jaar na haar debuut uit elkaar. Na de dood van haar adoptiefouders, die ondanks hun wreedheid toch de enige band met haar verleden vormden, vond ze documenten waaruit bleek dat ze ook als adoptiekind ongewenst was geweest. Mevrouw Winterson, zoals ze haar pleegmoeder steevast aanduidt, had haar zinnen gezet op een jongetje, Paul, dat zich misschien beter tot zendeling had laten kneden dan de lesbische duivelin waartoe Jeanette uitgroeide.

In haar memoir beschrijft ze hoe ze op haar vijftiende door een exorcist onder handen werd genomen, omdat ze gevreeën had met een meisje. Toen ze zich verdedigde met de woorden dat ze alleen maar gelukkig wilde zijn, zette mevrouw Winterson haar het huis uit met de woorden ‘Waarom gelukkig zijn als je normaal kunt zijn.’

Die uitspraak, waarvan Jeanette Winterson al heel lang wist dat ze hem ooit als boektitel zou gebruiken, resoneerde in haar hoofd toen ze, na de dood van haar adoptief ouders en tobbend over haar identiteit, werd verlaten door haar geliefde, Deborah Warner, een internationaal bekende theaterregisseur.

‘Doodongelukkig en abnormaal’, zo omschrijft Winterson haar toestand gedurende de periode dat ze ‘in real time’, haar aangrijpende autobiografie schreef. ,,Er was niets van me over, ik had geen verhaal meer, laat staan een verhaal waar ik fictie van kon maken. Ik kreeg steeds meer het idee dat ik zelf fictief was.”

Gekmakend

Als iemand dat gekmakende gevoel met reden over zichzelf kan afroepen dan wel Jeanette Winterson. Lange tijd wist ze niet wie haar biologische moeder was en waarom zij door haar verlaten werd. Ze was ervan overtuigd dat haar echte moeder dood was, dat ze nooit zou weten van wie ze afstamde en waar haar karaktereigenschappen en talenten vandaan kwamen. Ze leefde in haar zelf bedachte verhaal, volgens de normen van haar adoptiefmoeder niet normaal maar wel boven verwachting gelukkig, totdat de hele constructie aan flarden ging. In Waarom gelukkig zijn als je normaal kunt zijn? beschrijft ze op een manier die verwant is aan die van Virginia Woolf hoe ze na de scheiding van Deborah in een psychose belandde en een poging tot zelfmoord deed.

Ze voelt zich een erfgename van Virginia Woolf. ,,In haar tijd waren homoseksualiteit en krankzinnigheid nog volslagen taboe. Woolf kon zich er niet anders over uitlaten dan in fictie. Voor mij gelden die taboes niet, toch kan ik alleen maar over mijzelf schrijven als een fictief personage – ook in deze autobiografie. Misschien kom ik pas aan een roman met fictieve personages toe als ik eindelijk weet wie ik ben, mogelijk over nog eens 25 jaar.”

Dat Jeanette Winterson dit keer voor de ‘memoir’ heeft gekozen, heeft volgens haar niets te maken met exploitatie van ‘intiem kapitaal’ of het feit dat ‘waar gebeurd’ nu eenmaal beter verkoopt dan ‘verzonnen.’ ,,Een roman kan evengoed ‘waar gebeurd’ zijn”, zegt ze. ,,Het verschil met een memoir is hooguit dat je daarin de mensen die erin voorkomen met naam en toenaam noemt. Dat is lastig omdat je dan hun privacy schendt. Maar in mijn geval zou het niet uitmaken als ik bijvoorbeeld Deborah of mijn nieuwe geliefde Susie Orbach fictieve namen had gegeven, omdat de media hun ware identiteit onmiddellijk zouden onthullen. Ik heb te maken gehad met paparazzi die over iedere min of meer bekende vrouw die mij bezocht onthulden dat ze een relatie met mij had. Wat ik wel doe bij een boek waarin bestaande mensen herkenbaar figureren, is ze op de hoogte stellen. Ik heb de passages over Deborah voor publicatie aan haar laten lezen, terwijl die alleen maar over mijn verdriet over onze scheiding gaan en niets intiems over onze relatie of over haar prijsgeven.”

Puber

Meer dan iets anders is Waarom gelukkig zijn als je normaal kunt zijn? een literaire autobiografie, waarin Winterson laat zien hoe het lezen van fictie haar leven heeft gered. Ondanks een streng verbod van Mevrouw Winterson probeerde Jeanette als puber de Engelstalige literatuur van A tot Z te lezen. Dat bracht haar, ongebruikelijk voor een verwaarloosd arbeiderskind, tot Oxford, waar ze in 1981 haar bachelordiploma Engelse literatuur haalde.

,,Oxford was fantastisch”, roept ze. ,,Daar heb ik kennis gemaakt met feministische auteurs als Doris Lessing, Toni Morrison, Kate Millett en Adrienne Rich, wier werken voor mij als een nieuwe bijbel waren.” Maar het zaad van haar feminisme werd al op de middelbare school geplant, en wel door Lolita. Toen haar leraar Nabokov ‘een heel groot schrijver’ noemde, antwoordde Winterson, ,,Hij heeft een hekel aan vrouwen”. Nu denkt ze dat dit besef het onbewuste begin van haar feminisme was. ,,Ik vond Lolita verbijsterend. Dit was de eerste keer dat literatuur als verraad voelde.”

Mijn opmerking dat ze Lolita ook had kunnen lezen als bijval, als een aanklacht tegen mensen die een kind nemen, hetzij langs natuurlijke weg, hetzij via adoptie, om ermee te kunnen doen wat ze willen, maakt haar aan het lachen, omdat haar memoir uiteindelijk ook die strekking heeft. Het non-fictieboek Waarom gelukkig zijn als je normaal kunt zijn? eindigt namelijk, volkomen ongeloofwaardig, zoals alleen een slechte fictieschrijver zou kunnen verzinnen.

Na een onmogelijke speurtocht vindt Jeanette haar biologische moeder, alive and kicking. Ann heet ze. Maar als die haar probeert op te nemen in een familiekring, precies zoals Jeanette haar hele leven heeft verlangd, is ze blij daar niet te zijn opgegroeid. Wie weet wat er van haar zou zijn geworden. ,,De Engelstalige literatuur van A tot Z zou ik vast en zeker niet gelezen hebben en ik had me dus ook nooit door Nabokov verraden kunnen voelen. Met Ann heb ik al een paar stevige ruzies over verraad achter de rug. Ik kan het niet uitstaan als ze kwaad spreekt over mrs. Winterson, die ik zelf als monster heb afgeschilderd. Tegen Ann heb ik geroepen: ,,Mevrouw Winterson wás er tenminste, waar was jij? Kennelijk heb ik toch het een en ander aan mijn krankzinnige pleegmoeder ontleend en tja, misschien geldt dat ook wel voor Lolita met haar nepvader. Zoiets ongerijmds kan je waarschijnlijk alleen maar in fictie onderzoeken.”

Jeanette Winterson: Waarom gelukkig zijn als je ook normaal kunt zijn? Vertaald door Maarten Polman. Contact, 288 blz. € 22,95

    • Elsbeth Etty