Het was een specifiek katholiek probleem

Hoeveel kinderen werden binnen de katholieke Kerk misbruikt, en hoe ernstig?

Na anderhalf jaar onderzoek presenteert Deetman het rapport.

Het misbruik van kinderen binnen de Rooms-Katholieke Kerk in Nederland was „ernstig”. In katholieke instellingen zijn tussen 1945 en 1981 naar schatting 10.000 tot 20.000 kinderen het slachtoffer geworden. De totale omvang van het misbruik waarbij katholieke priesters, broeders, fraters en zusters betrokken zijn, loopt in de „enkele tienduizenden”.

Dat concludeert de commissie-Deetman in haar ruim 1.200 pagina’s tellende eindrapport, zo bevestigen bronnen rond de commissie.

Kerkbestuurders hebben het misbruik binnenskamers gehouden, daders beschermd en de eigen reputatie van de Kerk laten prevaleren boven de zorg voor de slachtoffers.

Het rapport wordt vandaag gepresenteerd, na anderhalf jaar onderzoek naar seksueel misbruik van minderjarigen in de Kerk. Bij de berekening van het aantal slachtoffers baseert de commissie zich onder meer op een representatieve steekproef door TNS NIPO. Het gaat volgens de commissie om „een voorzichtige schatting”.

De helft van de gevallen betreft herhaald misbruik, meer dan een jaar lang. In negentig procent van de gevallen ging het om licht tot matig misbruik, zoals betastingen. Enkele duizenden kinderen kregen te maken met verkrachtingen.

De commissie maakte ook een analyse van de ruim 2.000 meldingen over kindermisbruik die de afgelopen anderhalf jaar binnenkwamen. Daaruit blijkt dat het overgrote deel van het misbruik plaats vond in de jaren vijftig en zestig en het eerste deel van de jaren zeventig. Tachtig procent van de slachtoffers betrof kinderen tussen de zes en veertien jaar.

De commissie wijst er met nadruk op dat seksueel misbruik van minderjarigen een breed maatschappelijk probleem was en is, dat niet beperkt is tot de Rooms-Katholieke Kerk. Toch concludeert de commissie dat er „een specifiek probleem” was in de katholieke kindertehuizen, kostscholen, weeshuizen, internaten en seminaries. De kans om ongewenst seksueel benaderd te worden was voor kinderen in katholieke instellingen groter dan voor kinderen daarbuiten.

Als oorzaak noemt Deetman „falend toezicht” en „ontoereikend bestuurlijk handelen”. Dat valt de leiding van de instellingen, en uiteindelijk de bisschoppen en oversten van congregaties en ordes aan te rekenen. Het rapport bevestigt daarmee wat al uit onderzoeken in andere landen bekend was.

Bisschop De Korte van Groningen zei gisteren tegen opinieblad VolZin, vooruitlopend op de presentatie van het rapport, dat er verkeerde keuzes gemaakt zijn, toen besloten werd daders te verplaatsen en zaken in de doofpot te stoppen. Volgens De Korte denken de bisschoppen na over „een collectief gebaar voor slachtoffers en de samenleving”.

Van de kerkbestuurders die verwijten te maken zijn, zijn bij de bisschoppen alleen nog Wiertz in Roermond en Hurkmans in Den Bosch in functie. De anderen zijn met pensioen of zijn overleden. In Ierland stapten bisschoppen op nadat hen soortgelijke verwijten in onderzoeken waren gemaakt.

Uit de getuigenissen blijkt dat het misbruik een hardnekkig probleem vormde in de katholieke instellingen waar kinderen verbleven. De mate waarin kinderen zijn misbruikt verschilt per instelling of parochie. Internaten die er negatief uitspringen zijn Huize Don Rua in ’s-Heerenberg, en pensionaat Eikenburg in Eindhoven.