Glanert speelt magisch illusiespel

Kon. Concertgebouworkest o.l.v. Markus Stenz. AAA-serie: Illusies. Werken van Glanert, Maderna, Wagemans en Henze. Gehoord: 15/12, Concertgebouw A’dam; herh: 16/12 ****

Je ziet het vanuit een ooghoek. Draai je om en het is weg. De auditieve variant van dat effect treedt om de haverklap op in Insomnium van Detlev Glanert, komende jaren KCO-huiscomponist, dat gisteren zijn Nederlandse première beleefde. Was dat een citaat? Een verwijzing? Je zou er scheel van gaan luisteren, als de muziek niet zo prachtig was.

Insomnium (‘droom’) is een voorstudie voor Glanerts opera Solaris, naar dezelfde sf-roman als de film van Tarkovski. Een eenvoudig tonaal gegeven schraagt in uiteenlopende gedaanten het hele werk, dat zich kalm ontwikkelt uit het verstilde begin. Hoogtepunten: het strijkensemble halverwege, en de magische wijze waarop een soort satanische orkestrale ingesprektoon plotseling verandert in een pastoraal houtblazersmotief.

Het thema van deze concerten in de AAA-serie is ‘Illusies’, en met zinsbegoocheling zit Glanerts muziek inderdaad vol. Maderna’s burleske muziektheater Venetian Journal (1972), charmant gezongen door tenor Benjamin Hulett, viel daarna wat rauw op het dak.

Peter-Jan Wagemans’ Dreams is de revisie uit 1995 van zijn orkestwerk What did the last dinosaur dream of? Onveranderd zijn de soms ruige, soms verleidelijk lonkende tableaus, en de thrillerachtige vaart en montage waarmee die worden gepresenteerd. Een sterke, emotieve partituur die vaker gehoord mag worden.

De Achtste Symfonie (1993) van Hans Werner Henze, Glanerts leermeester, is net als Insomnium instrumentaal muziektheater, in dit geval geïnspireerd op Shakespeares A Midsummer Night’s Dream. Het best pakte dat uit in het laatste deel, een zinderend Adagio. Stenz’ leiding, de hele avond uitstekend, leek bij zijn geestverwant Henze nog nauwkeuriger.