Gevraagd: presidium

Ik mis voorzitters met karakter in het Nederlandse voetbal. Niet louches types als Scheringa, maar presidenten die met één oogopslag de meute stil krijgen. Terwijl ze eigenlijk al bezig zijn met hun gearrangeerde receptie na de wedstrijd en met een flinke Borgiamaaltijd buiten het stadion. Al was het maar om het gajes van banken en ratingbureaus te behagen.

Nooit ben ik meer ontroerd geweest dan de avond dat ik de afgebrande Renze de Vries begroette in zijn kapitale boerderij. In elke opera zou Renze de mankepoot zijn geweest die zijn handicap afkocht met jenever en krentenbrood.

Lieve man.

Renze was voorzitter van het noodlijdende FC Groningen. Van beroep varkenshoeder en dus lichtjes inferieur aan het gemiddelde bobogehalte. Zijn clubliefde was zo groot dat hij met zwart geld rommelde om betere spelers te kunnen inhuren. Renze werd ontmaskerd en veroordeeld.

Ik trof hem helemaal aan splinters gehakt. Als een kerker vol onbegrip zat hij daar. Hij kon niet leven met de vernedering – zelfs in de varkensstal vond hij geen vreugde meer. Voor de burgerij van Groningen was hij ongewenst op het ereterras.

Eerst mecenas, nu melaats.

Nooit nog heeft hij de brokstukken van zijn grote ideaal bij elkaar kunnen vegen. De nachtmerrie FC Groningen is gebleven.

De aftocht van Jorien van den Herik bij Feyenoord was al even pijnlijk. Per spandoek weggehoond door het legioen. Ook hij had Feyenoord van de ondergang gered, maar tussen hem en dankbaarheid stond de kilte van de zakenman. Uiteindelijk kon hij geen goed meer doen. Exit Jorien, zonder egards, zonder bedankje.

Zou Ajax met voorzitter Jaap van Praag ooit zijn afgedaald tot een kluwen van moerasratten? Ondenkbaar. In zijn strakke beleid was geen inbraak toegestaan. Niet door managers, niet door kantoorklerken, niet door de surrogaat lijfgarde van Johan Cruijff.

Voetbalclubs zijn niet gediend van democratische peripetieën. Riemer van der Velde van Heerenveen moest er niet aan denken dat een onverlaat enig commentaar zou leveren op zijn ontbijt met spek en eieren.

Nol Hendriks van Roda JC nog minder.

Er zijn geen voetbalpresidenten meer. Joop Munsterman van FC Twente? Ach, barbecueoompje voor de residentiële bourgeoisie. Jan Smit van Heracles? Zijn pastorale praatjes zijn altijd indrukwekkend, maar ruilen de lijfgeur van de Quote 500 niet in voor het zweet van de kleedkamer.

Harry van Raaij is als sterke man van PSV weg gestookt naar het bezemhok. Het ontbreekt het Nederlandse voetbal aan de rustige vastigheid van een presidentieel decorum. Dan valt het onbenullige hanige gemiddelde vanzelf omhoog.

Ik heb Constant Vanden Stock van Anderlecht goed gekend. De enige speler die hij ooit een hand heeft gegeven, was Jan Mulder. Aan zijn receptietafel zaten alleen ministers en burgemeesters. Bij elk diner dat hij, zeer gedoseerd, verschafte aan een streng geselecteerd gezelschap, liepen obers rond met witte handschoenen. Her en der kocht hij eens een scheidsrechter om, maar dat deed niets af aan zijn legendarische grandeur. Meneer Constant bepaalde alles: aankopen, schoeisel, sponsors.

Oude tijden.

Stel dat Ajax nog een echte president had. Een onbereikbare wolk die nooit een voet zet op De Toekomst of aanverwante afwerkplekken. Mag niet van zijn mocassins van Sergio Rossi. En ook niet van Madame. Wel een kenner. Danny Blind of Dennis Bergkamp zouden nooit in de dug-out hebben gezeten. Johan Cruijff? Misschien, maar wel geketend.

Liever een Kroaat.

Louis van Gaal? Zeker niet zonder knieval.